Naar boven ↑

Rechtspraak

Baston Wonen Stichting/werknemer
Rechtbank Gelderland (Locatie Zutphen), 14 mei 2014
ECLI:NL:RBGEL:2014:3877

Baston Wonen Stichting/werknemer

Onduidelijkheid over de mogelijke consequenties voor partijen bij het aangaan van de vaststellingsovereenkomst in het licht van de Wet normering topinkomens, leidt tot de conclusie dat werknemer niet gebonden is aan de overeenkomst.

Werknemer is op 1 september 1979 in dienst getreden bij de Algemene Stichting Woningbouw Zevenaar (ASWZ), een van de rechtsvoorgangsters van Baston. Op 1 januari 2000 werd werknemer statutair directeur/bestuurder van ASWZ. Werknemer is na een fusie statutair directeur/bestuurder van Baston geworden. De totale bezoldiging van werknemer bedraagt conform het jaarverslag 2012: vast loon € 150.152 bruto, pensioenkosten € 40.186 en levensloop € 13.612. In de arbeidsovereenkomst van 1 april 2001 is vastgelegd dat de arbeidsovereenkomst in ieder geval eindigt met ingang van de maand waarop werknemer de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt, te weten 1 juli 2017. De overeenkomst voorziet in de mogelijkheid van een eerdere beëindiging dan met 65 jaar, en wel vanaf het bereiken van de leeftijd van 62 jaar. Eind 2012 zijn de raad van commissarissen (hierna: RvC) als feitelijk werkgever en werknemer met elkaar in gesprek gegaan over een eerdere beëindiging dan die bij het bereiken van de leeftijd van 65 jaar. Afgesproken is dat hij tot 1 juli 2014 zijn functie van directeur/bestuurder blijft vervullen en dat hij in de periode van 1 juli 2014 tot 1 juli 2015 als adviseur in dienst zou blijven tegen aangepaste financiële voorwaarden. Nadat in 2013 de WNT in werking trad, hebben partijen gezocht naar een juiste invulling van hun wensen, zonder dat de gevolgen van de WNT (de positie van) werknemer treft. Op 4 april 2013 hebben partijen afgesproken dat ze op bovengenoemde wijze verder gaan en heeft Baston de WNT-kwestie uitgezocht. Dit heeft ertoe geleid dat Baston de kwestie wil voorleggen aan het ministerie. Werknemer weigert hieraan mee te werken en stelt zich op het standpunt dat zijn dienstverband (dan) doorloopt tot 65 jaar. Thans vordert Baston een verklaring voor recht dat werknemer aan de eerdere overeenstemming is gebonden, alsmede dat de afspraak WNT-proof is.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Tussen partijen is geen wilsovereenstemming bereikt over alle onderdelen. In het bijzonder weegt daarbij zwaar dat beide partijen uitsluitsel wensten over de effecten van de WNT. Zolang dit niet duidelijk was (en dat was het niet) kan niet worden geoordeeld dat werknemer heeft ingestemd met het voorstel van de RvC. Het is op grond van hetgeen hiervoor is overwogen en gelet op de redelijke belangen van werknemer dan ook begrijpelijk en ook rechtens juist en te rechtvaardigen dat werknemer zich met een beroep op het niet voldoen aan de bovenvermelde voorwaarde (dat de gekozen opzet van de overeenkomst en de uitvoering daarvan volledig in overeenstemming zou zijn met de WNT) op het standpunt heeft gesteld dat geen perfecte overeenkomst is ontstaan en hij de schriftelijke conceptovereenkomst niet wilde tekenen.