Naar boven ↑

Rechtspraak

FNV Bondgenoten c.s./QBuzz B.V.
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Groningen), 17 juli 2014
ECLI:NL:RBNNE:2014:3561

FNV Bondgenoten c.s./QBuzz B.V.

Dienstenstatuut is ten aanzien van diensttijd (niet meerekenen op- en afstaptijden) voor stadschauffeurs in strijd met CAO OV en op dit onderdeel nietig. Uitleg CAO OV ten aanzien van het begrip standplaats. QBuzz schadeplichtig jegens FNV.

Na een openbare aanbestedingsprocedure heeft Qbuzz per 13 december 2009 de stads- en streekdiensten voor het openbaar busvervoer in het concessiegebied Groningen en Drenthe verworven. De stadschauffeurs zijn in dienst getreden van QBuzz. De CAO voor het Openbaar Vervoer (hierna: CAO OV) is op de arbeidsovereenkomsten van toepassing. Verder hanteert Qbuzz het zogenaamde Dienstenstatuut 2001 (hierna: het Dienstenstatuut). Hierin staan onder meer de definities van op- en afstaptijden, dienstroosters en pauzes en wat valt onder het begrip ‘betaalde tijd’. De roosters voor de stadsdiensten worden opgesteld op basis van het Dienstenstatuut. Op grond van de CAO OV moeten de dienstroosters zo worden opgesteld dat de zogenaamde op- en afstaptijden meetellen bij de berekening van de totale diensttijd. De op het Dienstenstatuut gebaseerde roosters voorzien daarin echter niet. FNV vordert nabetaling van deze op- en afstaptijden. Voorts is in geschil of pauzes van 30 minuten of meer buiten de standplaats als diensttijd hebben te gelden en of QBuzz jegens FNV tekort is geschoten in haar verplichting om de bepalingen van de CAO OV integraal op de buschauffeurs toe te passen en QBuzz een schadevergoeding verschuldigd is.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Kern van het geschil is dat de stadschauffeurs onder de werkingssfeer van de CAO OV vallen maar dat een aantal daarin opgenomen vergoedingen niet aan hen wordt betaald. De CAO OV is een minimum-cao. Op grond van de CAO OV omvat het begrip diensttijd ook de op- en afstaptijden. De op het Dienstenstatuut gebaseerde roosters voorzien daarin niet met onder meer als gevolg dat een aantal specifieke op- en afstaptijden voor de stadschauffeurs niet meetelt als diensttijd. Dit betekent dat er ten nadele van de werknemer wordt afgeweken. Het beding in het Dienstenstatuut is op grond van artikel 12 Wet CAO nietig, zodat alsnog nabetaling dient plaats te vinden.

Op grond van de CAO OV geldt een pauze van 30 minuten of meer als diensttijd wanneer deze buiten de standplaats wordt genoten. Als deze pauze wordt genoten op een dergelijke standplaats, bestaat er geen recht op doorbetaling van deze tijd. Van belang is daarom dat wordt vastgesteld wat de standplaats van de stadschauffeurs is. In de CAO OV is daaromtrent bepaald: de vaste plaats waar of van waaruit de werknemer gewoonlijk zijn arbeid verricht. Nu door Qbuzz geen andere objectieve maatstaven zijn aangevoerd, geldt als standplaats van de stadschauffeurs ‘de vaste plaats van waaruit zij gewoonlijk met hun arbeid beginnen’. Door de feitelijke gang van zaken wordt bepaald waar dat is: de locatie Bornholmstraat. Qbuzz doet in dit verband een beroep op artikel 6:248 lid 2 BW. Volgens haar hebben de stadschauffeurs er zelf voor gekozen om hun pauzes buiten de standplaats te genieten en daarmee als betaalde tijd te laten gelden. De kantonrechter volgt Qbuzz (ook) daarin niet. Qbuzz heeft haar dienstroosters namelijk zodanig opgesteld dat het voor de stadschauffeurs feitelijk onmogelijk is om op de locatie Bornholmstraat pauze te houden. De stadschauffeurs maken dan ook terecht aanspraak op doorbetaling van de pauzes van 30 minuten of meer. Tot slot wordt geoordeeld dat QBuzz jegens FNV tekort is geschoten in haar verplichting om de bepalingen van de CAO OV integraal op de buschauffeurs toe te passen. QBuzz wordt veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van € 7.500.