Naar boven ↑

Rechtspraak

Stichting Zorgspectrum/werkneemster
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 31 juli 2014
ECLI:NL:RBMNE:2014:3247

Stichting Zorgspectrum/werkneemster

Afwijzing verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst zieke werkneemster. Gedurende eerste ziektejaar is re-integratie in eigen functie het uitgangspunt. Dat werkneemster (nog) niet heeft meegewerkt aan re-integratie in het tweede spoor, wordt haar niet verweten.

Werkneemster (58 jaar) is sinds 2003 in dienst van Zorgspectrum. Laatstelijk is zij werkzaam als Woonassistent. Sinds 30 maart 2013 is zij arbeidsongeschikt wegens fysieke klachten. Thans verzoekt Zorgspectrum ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Zorgspectrum stelt daartoe onder meer dat werkneemster haar re-integratieverplichtingen schendt. Werkneemster heeft gedurende enige maanden aangepaste (lichte) werkzaamheden verricht zoals stof afnemen. Voorts heeft zij getracht de functies Medewerker Linnenkamer en Woonassistent in te vullen, doch zonder succes. Zij heeft vervolgens ten onrechte geweigerd het trajectplan ten behoeve van re-integratie in het tweede spoor te ondertekenen. Zorgspectrum heeft haar vervolgens een proefplaatsing aangeboden voor de functie 'gastvrouw', maar daarop heeft zij, ondanks een aan haar verleend uitstel, niet tijdig gereageerd. Dit heeft geleid tot een ernstige verstoring van de arbeidsrelatie en volledig verlies aan vertrouwen. Het UWV heeft de aangevraagde ontslagvergunning geweigerd.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Het standpunt van Zorgspectrum dat werkneemster door de te late ondertekening van het trajectplan haar recht op voortzetting van het dienstverband (en verdere re-integratie) definitief had verspeeld is onjuist. Zorgspectrum heeft al na korte tijd na de aanvang van de arbeidsongeschiktheid re‑integratie in het tweede spoor op de agenda gezet, namelijk na vier maanden. Uitgangspunt is dat de re-integratie in eerste instantie gericht is op terugkeer in de eigen functie (Beleidsregels beoordelingskader poortwachter). In beginsel mocht werkneemster er daarom van uitgegaan, dat re-integratie in het tweede spoor pas aan het einde van het eerste ziektejaar aan de orde zou komen. Het is begrijpelijk dat zij de indruk had dat Zorgspectrum door het tweede spoortraject te starten (zij het dat Zorgspectrum tegelijkertijd aangaf dat daarmee het eerstespoortraject niet buiten beeld was) aanstuurde op beëindiging van het dienstverband. Hierbij komt nog dat er tegelijkertijd een reorganisatie gaande was. Het voorgaande zou anders kunnen zijn indien reeds op 1 augustus 2013 duidelijk was dat re‑integratie in het eerste spoor tot mislukken gedoemd zou zijn. Dit is echter in onvoldoende mate gebleken. Voor wat betreft het aanbod voor de proefplaatsing wordt overwogen dat aan Zorgspectrum kan worden toegegeven dat een langere bedenktijd dan de paar dagen die waren gegeven niet nodig was, omdat het 'slechts' om een proefplaatsing ging. Dit kan werkneemster echter niet zwaar worden aangerekend. Werkneemster wilde nagaan of zij het werk in de avonduren in overeenstemming kon brengen met haar zorgtaken. Voorts had Zorgspectrum het aanbod eerder kunnen doen en was begrijpelijk dat werkneemster een advocaat wilde raadplegen. Nu werkneemster ten aanzien van het geschil over de re-integratie grotendeels het gelijk aan haar zijde heeft en de verstoring van de arbeidsrelatie grotendeels aan Zorgspectrum te wijten is, wordt het ontbindingsverzoek afgewezen.