Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 29 juli 2014
ECLI:NL:GHARL:2014:6036
Stichting Regionaal Opleidingen Centrum Midden-Nederland/werknemer
Werkneemster is sinds 1987 werkzaam als praktijkdocent handel voor ROC. Werkneemster is op 15 juni 2012 op staande voet ontslagen, omdat zij in een onderdeel van het praktijkexamen van een studente, X, de handtekening van de studente heeft nagebootst en een handtekening heeft geplaatst op een plek waar de externe BPV Assessor behoort te tekenen, alsmede dat zij expliciet een leugenachtige verklaring heeft afgelegd dat laatstbedoelde handtekening wel degelijk door de BPV Assessor Y was geplaatst.
Het hof oordeelt als volgt. Het hof overweegt dat het (gesloten) wettelijk stelsel inzake de beƫindiging van een arbeidsovereenkomst met zich brengt dat een opzegging van de arbeidsovereenkomst alleen nietig of vernietigbaar is in de in de wet geregelde gevallen. Omtrent de vernietigbaarheid is niets gesteld of gebleken. Nu het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 (BBA) niet voor onderwijzend personeel geldt is van nietigheid ingevolge de bepalingen van het BBA evenmin sprake. Met haar grief II betoogt werkneemster dat ROC gehouden is de uitspraak van de commissie van beroep te volgen. Het effect van die uitspraak kan vanwege de geslotenheid van het wettelijk stelsel echter niet zijn dat de opzegging nietig of vernietigbaar is. Ook kan niet staande blijven dat ROC op grond van de toepasselijke cao gehouden is het oordeel van de commissie van beroep te volgen, omdat volgens vaste jurisprudentie daarvoor een overeenkomst van bindend advies is vereist. Tegen de achtergrond van de externe betekenis van een diploma en de aangescherpte regels van examinering kan niet worden volgehouden dat de handelwijze van werkneemster slechts een administratieve fout is. Zij is welbewust afgeweken van de voorgeschreven gang van zaken. De tegenwerping van werkneemster, dat zij slechts in het belang van X heeft gehandeld, overtuigt niet. Zij heeft integendeel de positie van X in gevaar gebracht. De miskenning door werkneemster dat ROC van de docenten mag verwachten dat zij de voorschriften met betrekking tot de examinering naleven, leidt ertoe dat sprake is van een grove veronachtzaming van de plichten die de arbeidsovereenkomst haar opleggen. In die zin is sprake van gedragingen van werkneemster die ten gevolge hebben dat van ROC redelijkerwijs niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. De lange staat van dienst van werkneemster kan niet verhinderen dat ROC aan het ontslag op staande voet een geldige dringende reden ten grondslag heeft gelegd.