Rechtspraak
Rechtbank Gelderland (Locatie Arnhem), 9 september 2014
ECLI:NL:RBGEL:2014:6306
Stichting Diafaan/werknemer
Werknemer is in dienst van Diafaan, een zorgorganisatie voor ouderen. Per 1 januari 2003 is werknemer benoemd tot bestuurder. Thans verzoekt Diafaan ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens een vertrouwensbreuk. Daartoe wordt het volgende aangevoerd. Werknemer en de voormalig voorzitter van de RvT hebben samengespannen van wat feitelijk als valsheid in geschrift en verduistering in dienstbetrekking kan worden gekwalificeerd. Werknemer heeft feitelijk zichzelf onrechtmatig uitbetalingen (bonussen) gedaan. Ook wordt werknemer financieel wanbeheer verweten en is volgens Diafaan sprake van niet-integer gedrag. Diafaan stelt dat sprake is geweest van belangenverstrengeling, onder andere bij het verstrekken van bouwopdrachten.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Werknemer wist dat de verklaringen over de toekenningen van een bonus over de jaren 2010 en 2012 onjuist waren, omdat de daarin vermelde besluitvorming niet heeft plaatsgevonden. Deze verklaringen sluiten bovendien niet aan op kort daarvoor gehouden functioneringsgesprekken. Ook staat vast dat ten aanzien van de bonus over 2011 geen besluit is genomen of toekenningsbeslissing is gegeven terwijl aan werknemer gedane betalingen daar wel betrekking op hadden. Ten slotte staat vast dat in de jaarrekeningen van 2010 tot en met 2012 is vermeld dat werknemer geen bonus heeft ontvangen terwijl dat in werkelijkheid wel het geval was. Voldoende duidelijk en aannemelijk is geworden dat werknemer zich rond de toekenning van de bonus niet transparant heeft gedragen en verantwoordelijk is voor de onjuiste jaarrekening op dit punt. Dit valt hem te verwijten en dat verwijt weegt zwaarder nu zijn beloning onderwerp van maatschappelijk debat en debat binnen de RvT was en is. Voorts wordt geoordeeld dat werknemer verwijtbaar onzorgvuldig heeft gehandeld ten aanzien van verbouwingswerkzaamheden in de Kelsenhof, dat kort na een verbouwing is gesloopt. Uit de stukken, waaronder het rapport van Hoffmann, is verder gebleken dat Diafaan met grote regelmaat en voor hoge bedragen opdrachten gaf aan bedrijven waarvan Y de indirect bestuurder is. Werknemer heeft enkele malen aan Y opdracht gegeven om in privé werkzaamheden voor hem te verrichten. Mede gelet op de Zorgbrede Governance Code heeft werknemer met dit gedrag minst genomen de schijn van belangenverstrengeling op zich geladen. Van een bestuurder die is belast met het geven van opdrachten – zeker als het om grote bedragen gaat – mag in beginsel worden verwacht dat hij niet in privé opdrachten aan deze personen of instellingen verstrekt. Dit kan anders zijn indien dit is overlegd met de RvT, maar daarvan is niet gebleken. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden.
Op grond van hetgeen is vastgesteld ten aanzien van de vaststelling en uitbetalingen van bonussen, de gang van zaken rond de verbouwingskosten van de Kelsenhof, de belangenverstrengeling en het niet-terugbetalen van opleidingskosten is de kantonrechter van oordeel dat de vertrouwensbreuk vooral door werknemer zelf is veroorzaakt en dat hem hiervan verwijten kunnen worden gemaakt. Daar staat tegenover dat de RvT rond de uitbetaling van bonussen steken heeft laten vallen. Gelet hierop, alsook op de grote financiële gevolgen die de beëindiging van het dienstverband voor hem heeft, is er ondanks de door Diafaan terecht aan het adres van werknemer gerichte verwijten aanleiding een – gelet op zijn inkomen – beperkte vergoeding aan hem toe te kennen van € 45.000 (bruto). Volledigheidshalve wordt overwogen dat uit het voorgaande voortvloeit dat er geen grond is de contractueel tussen partijen overeengekomen beëindigingsvergoeding van ruim € 328.000 (ex art. 7:685 BW) aan werknemer toe te kennen.