Naar boven ↑

Rechtspraak

Lionex (M) Sdn Bhd. c.s./werknemer
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 24 oktober 2014
ECLI:NL:RBROT:2014:8775

Lionex (M) Sdn Bhd. c.s./werknemer

Rotterdamse rechter op grond van forumkeuzebeding ten aanzien van geschil tussen werkgever (gevestigd in Maleisië) en werknemer (woonachtig in Maleisië) bevoegd? Geen litispendentie.

Lionex is een vennootschap die hardhout(producten) importeert, exporteert, bewerkt en distribueert. Hofsté is de enig aandeelhouder van Lionex. DPW is de enig aandeelhouder van Hofsté. Werknemer is tot 1 maart 2013 als Managing Director bij Lionex in Kuala Lumpur, Maleisië, werkzaam geweest. In de aanstellingsbrief is een forumkeuzebeding met de volgende inhoud opgenomen: ‘Deze overeenkomst en alle daaruit voortvloeiende overeenkomsten tussen partijen zijn onderworpen aan Nederlands recht. Alle geschillen, voortvloeiende uit deze overeenkomst dan wel nadere overeenkomsten, zullen in eerste instantie worden beslecht door de bevoegd Rechter te Rotterdam.’ In de aanstellingsbrief is tevens een verbod op nevenactiviteiten, een geheimhoudingsbeding, een non-concurrentiebeding voor twee jaar en een boeteclausule opgenomen. Werknemer is werkzaamheden gaan verrichten voor Blue Roots, een in Maleisië gevestigd bedrijf dat zich bezighoudt met internationale houthandel. Lionex heeft op 9 juli 2013 in Maleisië een procedure tegen werknemer aanhangig gemaakt. Lionex en DPW vorderen werknemer te gebieden zijn werkzaamheden voor Blue Roots en andere concurrerende activiteiten met onmiddellijke ingang te staken. Zij vorderen betaling van verbeurde boetes. Werknemer stelt dat de kantonrechter onbevoegd is van de vorderingen kennis te nemen.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Vooropgesteld wordt dat, hoewel de aanstellingsbrief niet de titel ‘arbeidsovereenkomst’ draagt, werknemer en (in ieder geval) Lionex het erover eens zijn dat zij door ondertekening van dit document een arbeidsovereenkomst hebben gesloten. Ten aanzien van het bevoegdheidsincident wordt geoordeeld dat de in artikel 4 EEX-Vo neergelegde bevoegdheidsverdeling niet van toepassing is, indien partijen een forumkeuzebeding overeengekomen zijn en aan de overige in artikel 23 lid 1 EEX-Vo genoemde voorwaarden hebben voldaan. Werknemer betwist dat DPW partij bij de arbeidsovereenkomst en daarmee bij het forumkeuzebeding is en heeft daartoe aangevoerd dat niet aan de vereisten van artikel 7:610 BW is voldaan, dat DPW de arbeidsovereenkomst namens Lionex ondertekend heeft en dat in de arbeidsovereenkomst verwezen wordt naar Lionex. Nu voor de beoordeling van de vraag of de kantonrechter bevoegd is kennis te nemen van het onderhavige geschil van belang is of het forumkeuzebeding ook met DPW overeengekomen is, zullen partijen, eerst Lionex en DPW, nog in de gelegenheid worden gesteld zich bij akte daar (nader) over uit te laten. Ook wordt overwogen dat, indien vast komt te staan dat ook DPW partij bij het forumkeuzebeding was, de Rechtbank Rotterdam op grond van artikel 23 lid 1 EEX-Vo bevoegd is kennis te nemen van het onderhavige geschil. Er is immers ook voldaan aan de overige vereisten van artikel 23 lid 1 EEX-Vo. Zo is het forumkeuzebeding schriftelijk overeengekomen, heeft een van de partijen, in casu DPW, woonplaats op het grondgebied van een EEX-staat en hebben partijen een gerecht van een lidstaat aangewezen voor kennisneming van geschillen die naar aanleiding van een bepaalde rechtsbetrekking zullen ontstaan. Artikel 21 EEX-Vo is niet van toepassing. Indien niet vast komt te staan dat DPW partij bij het forumkeuzebeding was, dan leidt dit tot het oordeel dat de Rechtbank Rotterdam niet bevoegd is kennis te nemen van het onderhavige geschil.

In de zaak van Lionex tegen werknemer wordt geoordeeld dat nergens uit blijkt dat Lionex in de Maleisische procedure – net zoals in de onderhavige procedure – betaling van de (volgens haar) op grond van de boeteclausule verschuldigde boetes heeft gevorderd. De vorderingen zijn niet gelijk, zodat geen sprake is van litispendentie. Het beroep op artikel 12 Rv faalt. Werknemer heeft ten slotte aangevoerd dat hij statutair bestuurder van de – naar Maleisisch recht opgerichte vennootschap – Lionex is, hetgeen door Lionex en DPW is erkend. Volgens werknemer brengt dit met zich dat op grond van de artikelen 2:131/2:241 BW niet de kantonrechter, maar de sector Civiel recht (thans team handel) bevoegd is om van het onderhavige geschil kennis te nemen. Deze stelling faalt. Zoals Lionex en DPW terecht hebben aangevoerd, geldt in Nederland het incorporatiestelsel, hetgeen betekent dat het recht van het land waar een vennootschap is opgericht van toepassing is op de inrichting en structuur van de vennootschap. Gelet hierop zijn de artikelen 2:131/2:241 BW niet van toepassing op de relatie tussen een vennootschap naar vreemd recht en een bestuurder die bij die vennootschap in dienst is. Volgt aanhouding van de zaak.