Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/UWV
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 7 oktober 2014
ECLI:NL:GHAMS:2014:4133

werknemer/UWV

Geen sprake van verkeerde inschaling, wegens kracht van gewijsde arrest waaruit blijkt dat anciënniteit van werknemer is bevroren. Niet verlengen contract dat tot ‘diep gat’ heeft geleid bij werknemer, leidt niet tot schadevergoeding wegens carrièreschade.

Werknemer heeft gedurende de periode van 18 mei 1987 tot 1 juni 1997 als (waarnemend) verzekeringsarts voor het GAK gewerkt. Aanvankelijk heeft hij zijn werkzaamheden verricht door tussenkomst van een uitzendbureau, Tempo-Team. Met ingang van 1 mei 1994 is werknemer voor de duur van zes maanden in dienst getreden bij het GAK. De arbeidsovereenkomst is daarna enkele malen voor bepaalde tijd verlengd, laatstelijk tot 1 juni 1997. In een eerdere procedure tussen werknemer en de rechtsopvolger van GAK (UWV) is vastgesteld dat voor 1 mei 1994 geen arbeidsovereenkomst tussen werknemer en het GAK bestond. Werknemer heeft in de procedure die thans aan de orde is gevorderd voor recht te verklaren dat UWV aansprakelijk is voor het verschil in loon en pensioenopbouw over vijf jaren (van 1 juni 1992 tot 1 juni 1997), waarbij de omvang van deze bedragen nader moet worden opgemaakt bij staat en vereffend volgens de wet, te vermeerderen met de nader te bepalen buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke rente. Daarnaast heeft werknemer gevorderd UWV te veroordelen tot betaling aan hem van € 150.000 wegens gemiste carrièreopbouw en immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 januari 1992. Werknemer voert aan dat hij ten onrechte in schaal 11.8 is ingedeeld. Als hij in 1987 (rechtstreeks) in dienst zou zijn gekomen zou werknemer zijn doorgestroomd naar de hoogste schaal, te weten schaal 11.12, zo stelt hij.

Het hof oordeelt als volgt. Zelfs als het standpunt van werknemer juist zou zijn kan dit werknemer echter niet baten omdat dit hof in zijn genoemde arrest heeft geoordeeld dat tussen partijen vóór 1 mei 1994 geen arbeidsovereenkomst heeft bestaan. UWV heeft het gezag van gewijsde van dit arrest ingeroepen. Werknemer heeft zijn stelling dat het altijd de bedoeling is geweest dat niet gediscrimineerd zou worden tussen (aspirant-)verzekeringsartsen die bij Tempo-Team in dienst waren en waren tewerkgesteld bij het GAK en degenen die rechtstreeks bij het GAK in dienst waren, onvoldoende toegelicht. De vergelijking met drie andere verzekeringsartsen die volgens werknemer wel hoger waren ingeschaald, gaat niet op nu zij voor 1988 in dienst van het GAK waren getreden en derhalve nog niet onder de cao-bepalingen vielen waar werknemer wel onder viel.

Ter onderbouwing van de grieven tegen de gemiste carrièreopbouw en immateriële schade heeft werknemer aangevoerd dat hij in een diep gat is gevallen nadat hij te horen had gekregen dat de arbeidsovereenkomst na 1 juni 1997 niet zou worden verlengd. Bovendien heeft het GAK in een latere procedure strekkende tot (voorwaardelijke) ontbinding van de arbeidsovereenkomst met modder gegooid en is er in deze laatste procedure aan de kant van het GAK ‘in georganiseerd verband (…) gejokt’. Ook heeft het GAK in die procedure in strijd met de waarheid aangevoerd dat er geen werk voor hem was, dat hij een chaotische manier van werken had en niet kon worden bijgeschoold voor WAO-werkzaamheden, aldus nog steeds werknemer. Tegenover de gemotiveerde betwisting van UWV ter zake heeft werknemer onvoldoende gesteld waaruit kan blijken dat UWV in dit opzicht verwijtbaar heeft gehandeld. Nog afgezien daarvan valt uit de stellingen van werknemer niet af te leiden dat er een oorzakelijk verband bestaat tussen de klachten waaraan hij lijdt en de door hem gestelde gedragingen van UWV.