Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/B.V. Boekhandel X
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 26 augustus 2014
ECLI:NL:GHAMS:2014:3536

werknemer/B.V. Boekhandel X

Wie is de werkgever bij de arbeidsovereenkomst? Arbeidsovereenkomst met Selexyz en loonbetalingsovereenkomst met Boekhandel X. Belang van verklaring aanvraag uitkering UWV ‘wie is de werkgever?’.

(Zie ook parallelzaak ECLI:NL:GHAMS:2014:3537.) Werknemer is op 15 maart 2001 benoemd tot algemeen directeur van BGN en is met ingang van die datum ook bij BGN in dienst getreden. De arbeidsovereenkomst is schriftelijk vastgelegd. De salarisbetaling aan werknemer is per 1 januari 2005 overgenomen door een dochtervennootschap van BGN, genaamd BGN Internet B.V. Dit hield verband met het feit dat werknemers van BGN moesten deelnemen aan het Bedrijfstakpensioenfonds voor de Detailhandel, terwijl BGN en werknemer een afwijkende pensioenregeling waren overeengekomen bij Zwitserleven. Nadat BGN Internet B.V. was begonnen met de verkoop van boeken via internet is om dezelfde reden per 1 januari 2007 de salarisbetaling overgenomen door Boekhandel X, die aan het UWV en de Belastingdienst premie en loonbelasting is gaan afdragen. De salarisbetalingen door Boekhandel X zijn rechtstreeks geboekt bij en ten laste gebracht van Selexyz. De pensioenregeling van de directieleden was ondergebracht bij Zwitserleven, die de daarmee gemoeide bedragen in rekening bracht aan Selexyz door middel van op naam van Selexyz gestelde facturen. Overige kosten ten behoeve van de directieleden, zoals leasekosten, declaraties en dergelijke werden rechtstreeks in de administratie van Selexyz geboekt. Op 6/7 februari 2012 is tussen Selexyz enerzijds en werknemer en A anderzijds een overeenkomst tot stand gekomen waarbij aan werknemer en A gezamenlijk een vergoeding is toegekend ten bedrage van € 475.000 en waarin onder meer het volgende is bepaald: ‘1. werknemer en A treden met ingang van 31 maart 2012 af als statutair directeur van Selexyz en de tussen hen en Selexyz bestaande managementovereenkomsten worden per genoemde datum beëindigd met wederzijds goedvinden.’ Terstond nadat op 27 maart 2012 het faillissement van Selexyz was uitgesproken hebben werknemer en A op een formulier van het UWV ‘Aanvraag overname betalingsverplichtingen vanwege betalingsonmacht werkgever’ in de rubriek ‘Naam werkgever’ ingevuld: ‘Selexyz Boekhandels B.V. (loonbetaling door Selexyz Management)’. Bij brief van 29 maart 2012 heeft de curator in het faillissement van Selexyz (hierna: de curator) de arbeidsovereenkomst met werknemer opgezegd. Werknemer heeft de curator bij brief van 5 april 2012 meegedeeld dat niet Selexyz zijn werkgever is maar Boekhandel X. De keus voor de ‘afwijkende’ werkgever voor de directie hield volgens de brief verband met de verplichte deelname in het Bedrijfstakpensioenfonds voor de Detailhandel die een dienstverband met Selexyz met zich zou brengen. Vervolgens is discussie ontstaan bij wie werknemer nu in dienst was. Boekhandel X heeft in eerste aanleg gevorderd voor recht te verklaren dat tussen haar en werknemer geen arbeidsovereenkomst bestaat en dat dientengevolge geen verplichting bestaat tot het betalen van salaris aan werknemer.

Het hof oordeelt als volgt. Tussen werknemer en Boekhandel X bestond geen gezagsverhouding en werknemer heeft nimmer feitelijke werkzaamheden voor Boekhandel X verricht. Werknemer erkent dat hij werkte voor Selexyz en aan haar verantwoording verschuldigd was. Volgens hem hield een en ander verband met het feit dat Boekhandel X hem sedert 2007 heeft gedetacheerd bij Selexyz en dat Boekhandel X het werkgeversgezag aldus aan Selexyz heeft gedelegeerd. Werknemer heeft deze stelling evenwel onvoldoende onderbouwd. Zo stelt hij niet wanneer, door wie en onder welke voorwaarden tussen de betrokken partijen over deze detachering overeenstemming is bereikt. Ook als om pensioentechnische redenen mocht zijn besloten om de loonbetaling via Boekhandel X te laten geschieden, volgt daaruit niet zonder meer dat van detachering en een daarmee gepaard gaande delegatie van werkgeversgezag kan worden gesproken. Dat werknemer er zelf destijds van uitging dat Selexyz zijn werkgever was blijkt uit de hiervoor genoemde overeenkomst die A en hij op 6/7 februari 2012 met Selexyz hebben gesloten. Daarin wordt uitdrukkelijk melding gemaakt van tussen hen en Selexyz bestaande ‘managementovereenkomsten’. Voorts heeft werknemer op formulieren van het UWV ingevuld dat Selexyz zijn werkgever was.