Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 4 november 2014
ECLI:NL:GHAMS:2014:4587
Regge Zekerheidsholding/werknemer
Werknemer is op 1 november 2009 bij Regge in dienst getreden als adjunct-directeur, tegen een salaris van € 7.000 bruto per maand. De arbeidsovereenkomst tussen partijen is aangegaan voor bepaalde tijd, te weten tot 30 april 2010, en na die datum niet voortgezet. In de schriftelijke arbeidsovereenkomst is (in art. 12.1) een concurrentiebeding opgenomen, (in art. 12.2) een relatiebeding en (in art. 13) een geheimhoudingsbeding. In artikel 14.1 van de arbeidsovereenkomst is bepaald dat op het overtreden van de artikelen 12 en 13 een boete staat van € 30.000 per overtreding en € 1.000 voor elke dag dat de overtreding voortduurt.
Het hof oordeelt als volgt. Werknemer heeft adressen van 15 investeerders aan X aangeleverd ten behoeve van de e-mail van 4 mei 2010. Volgens Regge is dit ten minste indirecte betrokkenheid bij concurrerende activiteiten en het benaderen van relaties van Regge. Het hof is met de kantonrechter van oordeel dat het verstrekken door werknemer aan X van 15 adressen van investeerders geen overtreding van het concurrentiebeding dan wel het relatiebeding oplevert. Een en ander kan niet worden gezien als ‘activiteiten (…) ondernemen, op welke wijze en in welke vorm dan ook, hetzij op eigen naam, hetzij door middel van en/of in samenwerking met, dan wel in dienstbetrekking bij andere natuurlijke of rechtspersonen, welke gelijk of gelijksoortig zijn aan de activiteiten van werkgever’, zoals in artikel 12.1 van de arbeidsovereenkomst is bepaald. Evenmin kan gezegd worden dat dit oplevert het ‘cliënten van werkgever benaderen of bedienen dan wel doen bedienen, op een wijze gelijk of gelijksoortig aan de wijze van bedienen van de werkgever’, nu, zoals eerder is overwogen, op geen enkele wijze is komen vast te staan dat werknemer relaties van Regge heeft benaderd, of andere wetenschap had van de mail van 4 mei 2010, nog daargelaten dat niet is komen vast te staan dat het benaderen van relaties heeft plaatsgevonden teneinde gelijke of gelijksoortige activiteiten te ontplooien als die van Regge. Wel levert de verstrekking van deze adresgegevens van 15 investeerders een schending van het tussen partijen overeengekomen geheimhoudingsbeding op, zoals vastgelegd in artikel 13 van de arbeidsovereenkomst.
De overtreding van het geheimhoudingsbeding was evenwel kennelijk primair ingegeven om investeerders bij Regge te benaderen om hen voor een en ander te waarschuwen (door werknemer aangeduid als een hoger maatschappelijk belang) en niet om concurrerende activiteiten te ontplooien (werknemer was erachter gekomen dat bij Regge investeringen werden gebruikt voor afbetalingen van andere investeerders, er grote belastingclaims lagen en de directeur privébetalingen via Regge deed), en tevens – zoals de kantonrechter ook reeds heeft overwogen – (1) dat het boetebeding van artikel 14.1 van de arbeidsovereenkomst een bedrag bevat voor vele, mogelijk sterk uiteenlopende tekortkomingen, terwijl het verstrekken door werknemer van adresgegevens van 15 investeerders aan X gelet op de aard van die informatie een relatief beperkte inbreuk op zijn geheimhoudingsplicht oplevert, (2) X geen willekeurige derde was maar enige tijd een toezichthoudende taak heeft gehad ten aanzien van een aan Regge gelieerde onderneming en (3) Regge niet heeft onderbouwd dat of welke schade zij door die verstrekking heeft geleden, is naar het oordeel van het hof elke boete een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat.