Naar boven ↑

Rechtspraak

Stichting Cockpitbelangen/Koninklijke Luchtvaart Maatschappij N.V.
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 26 mei 2014
ECLI:NL:RBAMS:2014:9338

Stichting Cockpitbelangen/Koninklijke Luchtvaart Maatschappij N.V.

Overname passagedivisie van Martinair door KLM is geen overgang van onderneming. Piloten die in dienst waren van Martinair hebben geen recht op behoud arbeidsvoorwaarden zoals senioriteit, salaris, anciënniteit en IPB-nummer.

Stichting Cockpitbelangen vertegenwoordigt de belangen van een aantal van de zogenoemde passagevliegers die in dienst zijn geweest van Martinair. Nadat Martinair vanwege verliezen heeft besloten te stoppen met de passagedivisie, is het voltallige cabinepersoneel van de passagedivisie van Martinair per 1 februari 2011 bij KLM in dienst getreden. Voor de vliegers is de KLM CAO Vliegers van toepassing. Binnen de vliegwereld worden aan functieniveau, senioriteit en anciënniteit veel belang gehecht. Aan de hand van de datum van indiensttreding wordt de anciënniteit vastgesteld. Op basis van anciënniteit komt men in aanmerking voor IPB (indien plaats beschikbaar): het door een medewerker tegen zeer beperkte kosten als passagier mogen meevliegen als er plaatsen over zijn. De datum van indiensttreding is tevens bepalend voor de plaatsing op een bij een bepaalde functie behorende volgorde- of senioriteitslijst. Afhankelijk van de plaats op de senioriteitslijst van een bepaalde functie komt men in aanmerking voor promotie naar een vrijgekomen, hogere functie, waar men weer onder aan de senioriteitslijst voor die functie komt te staan. Op 9 september 2011 hebben Martinair, KLM en VNV met betrekking tot de vliegers het zogenaamde Ringvaartakkoord gesloten. In het Ringvaartakkoord is door Martinair, KLM en VNV als uitgangspunt afgesproken dat alle vliegers van Martinair (passagedivisie en vrachtdivisie) in de gelegenheid worden gesteld per (uiterlijk) 1 januari 2014 in dienst van KLM te treden. Het Ringvaartakkoord is door VNV rechtsgeldig opgezegd (zie hierover AR 2013-1037). Cockpitbelangen vordert – allereerst – een verklaring voor recht dat de overgang van de passagedivisie van Martinair naar KLM moet worden aangemerkt als een overgang van onderneming. Voorts vordert Cockpitbelangen voor recht te verklaren dat KLM gehouden is om elke voormalig Martinair-passagevlieger te werk te stellen in de functie die bij Martinair werd vervuld en met behoud van senioriteit, salaris, anciënniteit en IPB-nummer, waarbij KLM de KLM Pensioenregeling, zoals deze uit de KLM CAO Vliegers voortvloeit, op hen dient toe te passen.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Met betrekking tot de passagedivisie van Martinair kan gesproken worden van een economische eenheid. Met behulp van tot specifiek bij dit onderdeel van Martinair behorende kenmerkende bedrijfsmiddelen – de passagevliegtuigen – wordt een duurzame economische activiteit uitgevoerd – het vervoeren van personen door de lucht. Voor zover wordt betoogd dat geen sprake is van overgang van onderneming, omdat geen daartoe strekkende overeenkomst tussen KLM en Martinair is gesloten, wordt dit verweer gepasseerd. Hetzelfde geldt voor de stelling dat van een overgang van onderneming geen sprake kan zijn omdat Cockpitbelangen geen eenduidig moment voor de overgang heeft genoemd of kan noemen. Een overgang van onderneming kan immers in fases plaatsvinden en het enkele feit dat niet één specifiek moment is aan te wijzen waarop alle activiteiten (tegelijkertijd) zijn overgegaan, betekent niet dat van overgang van onderneming dus geen sprake is. Daar waar een tijdelijk stilleggen van een onderneming niet aan een overgang van die onderneming in de weg staat, zal dat bij een gefaseerde overdracht van de activiteiten ook niet zo zijn (vgl. HvJ EU 18 maart 1986, NJ 1987/502 (Spijkers)). De identiteit van de passagedivisie van Martinair is echter onvoldoende behouden gebleven om van overgang van onderneming sprake te doen zijn. Daarbij wordt meegewogen dat er geen vliegtuigen zijn overgenomen (vgl. JAR 2001/68 (Liikenne Finse Bus)), andere activa van belang evenmin zijn overgedragen, dat de vliegers een training hebben moeten volgen en niet op hun ‘oude’ bestemmingen zijn ingezet, geen klantenkring is overgenomen, KLM bestaande vacatures voor vliegers niet heeft opengesteld en de werkwijze van KLM na of door de komst van het Martinair-personeel niet is aangepast. De stelling van Cockpitbelangen dat KLM in strijd zou hebben gehandeld met het goed werkgeverschap (art. 7:611 BW) door haar informatieplicht te schenden en door een ongeoorloofd onderscheid te maken tussen de ex-Martinair-vliegers en de vliegers die reeds bij haar in dienst waren, wordt niet gevolgd. Volgt afwijzing van de vorderingen.