Rechtspraak
UWV/werknemer
(Zie ook AR 2012-0515.) Werknemer is sinds augustus 1990 in dienst van Libertas, een drukkerij. Libertas heeft het UWV WERKbedrijf toestemming verzocht voor opzegging van de arbeidsovereenkomst. Libertas stelt dat werknemer de unieke functie R-300 drukker vervult en dat deze functie is komen te vervallen. Werknemer stelt dat hij werkzaam is als allrounddrukker en dat hij op grond van het afspiegelingsbeginsel niet voor ontslag in aanmerking komt. Bij beschikking van 29 juli 2009 heeft het UWV Libertas toestemming verleend om de arbeidsovereenkomst met werknemer op te zeggen. De arbeidsovereenkomst is opgezegd tegen 31 oktober 2009. Werknemer heeft op 9 augustus 2009 een klacht ingediend bij het UWV over het feit dat bij de beoordeling van de ontslagaanvraag onvoldoende rekening is gehouden met zijn verweer ten aanzien van de toepassing van het afspiegelingsbeginsel. Deze klacht is door het UWV gegrond verklaard. Tijdens de procedure bij de Nationale Ombudsman heeft het UWV erkend dat het UWV in de ontslagprocedure niet heeft voldaan aan zijn onderzoeksplicht door zonder nader onderzoek (tweede ronde van hoor en wederhoor) naar de uitwisselbaarheid van de functies een ontslagvergunning af te geven. De rechtbank heeft het UWV veroordeeld de schade te vergoeden. Het UWV stelt zich op het standpunt dat zij een procedurele fout heeft gemaakt, maar dat – de fout weggedacht – het eindoordeel hetzelfde zou zijn geweest: een ontslagvergunning. De veroordeling tot betaling van schadevergoeding is derhalve onterecht.
Het hof oordeelt als volgt. Bepalend voor het slagen van de vordering is wat, mede gelet op het ter zake bepaalde in het Besluit beleidsregels ontslagtaak UWV (hierna: de Beleidsregels), het lot van de ontslagaanvraag zou zijn geweest als het UWV had gedaan wat het gelet op het door werknemer gevoerde verweer had behoren te doen: rekening houdend met dat verweer nader onderzoeken of hetgeen Libertas aan haar ontslagaanvraag ten grondslag heeft gelegd voldoende aannemelijk was. Vervolgens had het UWV met inachtneming van hetgeen – naar mag worden aangenomen – door Libertas en werknemer in antwoord daarop nader zou zijn aangevoerd een beslissing moeten nemen die de redelijkheidstoets kan doorstaan. Uit de door werknemer overgelegde cursusbeschrijving van Tetterode blijkt dat de duur voor de cursus ‘Heidelberg Speedmaster 52 basis’ vier dagen bedraagt en dat deze € 1.450 kost. In de cursusbeschrijving staat verder dat voor deelname vereist is grafische basiskennis en ervaring met offsetdrukken. Een overdrachtsperiode van enkele dagen om aan de meest essentiële functie-eisen van ‘allround drukker’ te voldoen is mogelijk. Voor de minder bepalende functie-eisen lijkt hem een periode van enkele weken reëel. Daarom acht hij het redelijk de functies als uitwisselbaar te beschouwen. Het voorgaande voert tot de slotsom dat het UWV naar het oordeel van het hof, ook als rekening wordt gehouden met de beslissingsmarge die het UWV heeft, ten onrechte in de herstelbeschikking tot het oordeel is gekomen dat hetgeen Libertas ten aanzien van de uitwisselbaarheid van de functies heeft aangevoerd aannemelijker is dan hetgeen werknemer dienaangaande naar voren heeft gebracht. De ontslagvergunning had dan ook niet behoren te worden verleend.
Naar het oordeel van het hof dient de stelling van het UWV dat werknemer jegens Libertas een kennelijk-onredelijkontslagprocedure had moeten starten, geen navolging. Het UWV is zelfstandig aansprakelijk voor het eigen onrechtmatig handelen. In de toelichting op de grief stelt het UWV dat de rechter bij een schadebegroting als de onderhavige ‘te rade dient te gaan’ bij de begroting van de schade in kennelijk-onredelijkontslagzaken, specifiek in gevallen waarin de werknemer stelt dat de kennelijke onredelijkheid van het ontslag is gelegen in het enkele feit dat het ontslag heeft plaatsgevonden. Naar het oordeel van het hof miskent het UWV hierbij de rechterlijke vrijheid bij het begroten van schade. Dit neemt niet weg dat onderzocht moet worden of de rechtbank, zoals het UWV betwist, de schade juist heeft begroot. Werknemer moet worden gebracht in de positie waarin hij zou hebben verkeerd als de onrechtmatige gedraging van het UWV die heeft geleid tot opzegging van zijn arbeidsovereenkomst, niet zou hebben plaatsgevonden. Daarbij is van belang hoe lang de arbeidsovereenkomst – de ontslagvergunning en de opzegging van de arbeidsovereenkomst weggedacht – zou hebben voortgeduurd en wat het inkomen van werknemer gedurende deze periode zou zijn geweest en welk inkomen hij (eventueel) uit anderen hoofde zou hebben genoten. Werknemer heeft zijn berekening erop gebaseerd dat de arbeidsovereenkomst, de opzegging weggedacht, na 31 oktober 2009, de datum waartegen Libertas de arbeidsovereenkomst van werknemer heeft opgezegd, zou hebben voortgeduurd tot 1 juni 2020, de voor hem geldende pensioendatum. Naar het oordeel van het hof dient evenwel een inschatting van de ‘levensduur van de arbeidsovereenkomst’ te worden gemaakt. Daarbij acht het hof UWV bij machte inzicht in dergelijke gegevens te hebben. Uiteindelijk stelt het hof de levensduur vast op vier jaar. Het hof veroordeelt het UWV werknemer ter zake van inkomensderving en derving van pensioenbijdragen een bedrag te betalen van € 42.744,13 netto, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 20.635,10 vanaf 30 september 2011 tot en met 31 mei 2012 en over het gehele bedrag vanaf 1 juni 2012 tot de dag van betaling.