Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Stichting Eindhovens Protestants Voorgezet Onderwijs h.o.d.n. het College
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 7 april 2015
ECLI:NL:GHSHE:2015:1267

werkneemster/Stichting Eindhovens Protestants Voorgezet Onderwijs h.o.d.n. het College

Gelijk salaris in de zin van CAO VO ziet op ‘onderwijssalaris’ en niet op al het andere mogelijke inkomen dat een werknemer bij een andere niet-onderwijswerkgever verdient (art. 12.2 CAO VO).

Werkneemster is op 1 augustus 2009 in dienst getreden van Stichting Eindhovens Protestants Voorgezet Onderwijs (hierna: het College). Volgens werkneemster is zij verkeerd ingeschaald en had het loon gelijk moeten zijn aan het loon dat zij als zelfstandige verwierf voordat zij in dienst trad bij het College. De vraag die partijen verdeeld houdt, is hoe ter zake artikel 12.2 lid 2 CAO VO moet worden uitgelegd: ‘2. Tenzij werkgever en werknemer anders overeenkomen, wordt bij de toepassing van het eerste lid het maandsalaris vastgesteld op een bedrag dat tenminste gelijk is aan het laatstgenoten salaris.’

Het hof oordeelt als volgt. Het hof acht de uitleg van het woord salaris die werkneemster daaraan geeft, minder aannemelijk dan de uitleg die het College daaraan geeft. De uitleg van werkneemster brengt immers in beginsel mee dat het College werkneemster, ongeacht de duur van haar ervaring buiten het onderwijs, al mogelijk een zeer hoog salaris zou moeten betalen indien zij een dergelijk zeer hoog salaris gedurende een korte tijd in het bedrijfsleven zou hebben verdiend. Daarmee zou zij zeer ervaren leerkrachten in salarishoogte passeren terwijl haar eigen ervaring buiten het onderwijs slechts van korte duur hoeft te zijn geweest terwijl haar aanvangservaring in het onderwijs (bijna) nihil was. Dit zou ook leiden tot verstoring van het salarisgebouw. Het hof wijst er verder op dat de CAO VO, ook als de uitleg die werkneemster aan het woord salaris geeft niet wordt gevolgd, wel een regeling kent voor gevallen als werkneemster. Artikel 12.2 lid 3 houdt immers in dat de werkgever bij het vaststellen van het maandsalaris rekening houdt met de mate waarin de werknemer ervaring heeft opgedaan die relevant is voor de functie waarin de werknemer wordt benoemd. Verder zou, indien de uitleg van werkneemster wordt gevolgd, artikel 12.2 lid 5 met zich brengen dat zij-instromers als werkneemster niet alleen een veel hoger salaris zouden kunnen verdienen dan andere leerkrachten in verband met het laatst verdiende inkomen, maar daar bovenop ook nog één periodiek extra voor iedere periode van vier jaren na het verwerven van de vereiste bevoegdheid. Indien de uitleg die het College aan het woord salaris geeft wordt gevolgd, namelijk het in het onderwijs verdiende salaris, wordt juist door dit lid 5 ervaring buiten het onderwijs in het salaris verdisconteerd.