Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 1 april 2015
ECLI:NL:RBMNE:2015:2422
Bedrijfsgroep Zwembaden c.s./Vereniging van recreatie-ondernemers in Nederland
Recron is een vereniging die tot doel heeft om de belangen van de recreatieondernemers en -ondernemingen die zich bezighouden met de exploitatie van recreatie en toeristische activiteiten behartigen of doen behartigen. De Bedrijfsgroep Zwembaden is een van de zes bedrijfsgroepen die Recron kent. Na onderhandelingen is een principeakkoord gesloten over een nieuwe CAO Recreatie. Recron is voornemens om op 2 april 2015 de nieuwe CAO Recreatie voor akkoord te ondertekenen en aan te melden bij de minister van SZW. De Bedrijfsgroep Zwembaden en een aantal onder deze bedrijfsgroep ressorterende leden van Recron (Sportfondsen Nederland c.s. (zwembaden)) vorderen dat het Recron wordt verboden om deze nieuwe cao definitief tot stand te laten komen. Volgens hen is het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat de zwembadbranche aan deze cao gebonden zal raken, omdat de belangen van de zwembadbranche in het kader van de onderhandelingen over deze nieuwe cao op grove wijze zijn veronachtzaamd.
De kantonrechter oordeelt als volgt. De Bedrijfsgroep Zwembaden is niet ontvankelijk in haar vorderingen, omdat zij geen rechtspersoon is en niet als procespartij kan optreden. Er zijn geen bijzondere omstandigheden gesteld op grond waarvan zij toch als procespartij zou moeten worden toegelaten. Recron heeft onweersproken aangevoerd dat het bestuur op basis van de statuten de arbeidsvoorwaardencommissie (AVC) en de onderhandelingscommissie (OHC) heeft ingesteld en dat deze commissies bij uitsluiting bevoegd zijn om over het sluiten van cao’s te onderhandelen. De kantonrechter zal daarom daarvan uitgaan. Het bestuur heeft het principeakkoord, buiten de vergadering om, aan de leden die het betreft voorgelegd en heeft deze leden elektronisch laten stemmen. Dit is in overeenstemming met het bepaalde in artikel 26 van de statuten. Vast staat dat zich minder dan 2/5 gedeelte van de tijdig bij het bestuur binnengekomen stemmen tegen het principeakkoord heeft verklaard. Daarmee staat – gelet op het bepaalde in artikel 26 van de statuten – vast dat de leden het door het bestuur aan hen voorgelegde principeakkoord inzake de nieuwe CAO Recreatie hebben goedgekeurd.
Gelet op de omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, kan niet worden geconcludeerd dat de belangen van Sportfondsen Nederland c.s. in het kader van de onderhandelingen over een nieuwe CAO Recreatie op grove wijze zijn veronachtzaamd. Haar belangen zijn conform de statuten behartigd in de AVC en de OHC. Deze commissies hebben op democratische wijze en met inachtneming van het daarover in de statuten bepaalde, onderhandeld over de inhoud van de nieuwe cao. Op 3 oktober 2014 is de AVC akkoord gegaan met de thans door Sportfondsen Nederland c.s. ter discussie gestelde loonsverhoging en een andere vorm van de jeugdlonen. In deze AVC zaten twee vertegenwoordigers van de Bedrijfsgroep Zwembaden. Het is voldoende gebleken dat zij achter deze beslissing van de AVC stonden. Daarbij komt nog dat Sportfondsen Nederland c.s. haar – door Recron betwiste – stelling dat de nieuwe CAO Recreatie voor haar financieel ondraaglijk is en ertoe zal leiden dat haar voortbestaan in het geding komt, niet gemotiveerd met (financiële) stukken heeft onderbouwd, zodat het nog maar de vraag is of dit wel het geval zal zijn. Er is ook geen enkel aanknopingspunt gebleken voor de juistheid van deze stelling. Bovendien geldt dat Recron, onweersproken, heeft aangevoerd dat een lid zich zal kunnen beroepen op de in de nieuwe CAO Recreatie opgenomen dispensatieregeling, wanneer zij door het in deze cao bepaalde in een financieel ondraaglijke positie zal komen te verkeren. Sportfondsen Nederland c.s. voert verder nog aan dat zij haar lidmaatschap rechtsgeldig per 20 maart 2015 heeft opgezegd en dat zij daarom niet meer (verenigingsrechtelijk) gebonden is aan de nog definitief tot stand te komen CAO Recreatie. De omstandigheid dat Sportfondsen Nederland c.s. haar lidmaatschap heeft opgezegd, betekent nog niet dat Recron niet (meer) bevoegd zou zijn om de CAO Recreatie met de bonden definitief te maken. Daarbij is van belang dat Recron onweersproken heeft aangevoerd dat er naast Sportfondsen c.s. nog andere leden zijn die onder de Bedrijfsgroep zwembaden ressorteren. Het zou daarbij gaan om ongeveer 200 leden. Recron behartigt dus niet alleen de belangen van Sportfondsen Nederland c.s., maar ook die van andere zwembadondernemers. De vordering van Sportfondsen Nederland c.s. wordt afgewezen.