Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 24 februari 2015
ECLI:NL:GHAMS:2015:704
werknemer/KPN Corporate Market
Deze zaak betreft een geschil tussen een ex-werknemer van KPN CM en ziet op verschillende vorderingen. Ten onrechte zou hem geen juiste ploegentoeslag zijn toegekend. Voorts zou hij ten onrechte niet gepromoveerd zijn naar SAA I Qualified. De kantonrechter in de ontbindingszaak heeft dit vastgesteld. De kantonrechter heeft in de ontbindingsbeschikking overwogen dat voldoende aannemelijk is geworden dat werknemer op zijn laatst vanaf april 2009 aangesteld had behoren te worden op het niveau van Qualified en dat voor de hoogte van de toe te kennen ontbindingsvergoeding dient te worden uitgegaan van het bij de qualified-variant behorende salaris. In de onderhavige procedure vordert werknemer onder meer loon vanaf die datum conform de hogere inschaling. KPN CM verweert met een Baijingsverweer. Het hof oordeelt evenwel als volgt. Naar het oordeel van het hof betekent de omstandigheid dat de ontslagvergoeding mede het resultaat is van dit uitgangspunt niet dat aldus reeds aan de aanspraken van werknemer die zijn gebaseerd op de stelling dat hij destijds (in de visie van werknemer: vanaf 1 juli 2008) ten onrechte niet is beloond overeenkomstig de arbeidsvoorwaarden behorende bij de functie van SAA I Qualified is tegemoetgekomen. Die aanspraken hebben immers, anders dan de ontslagvergoeding, betrekking op de periode voor de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Anders dan werknemer stelt, acht het hof evenwel niet vaststaand dat werknemer ook daadwerkelijk zou zijn gepromoveerd. Voorts is er een geschil over de variabele beloning tijdens de non-actiefstelling van werknemer. Op grond van de geldende regelingen heeft een werknemer dan geen recht op variabele beloning. Het hof oordeelt dat dergelijke regelingen alleen kunnen indien zij voldoen aan artikel 7:628 BW. In casu is dat niet het geval.