Rechtspraak
Gerechtshof Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 2 december 2014
ECLI:NL:GHDHA:2014:3814
X/Jetts Nl Team c.s.
Begin 2013 heeft Jetts Australië plannen ontwikkeld voor het exploiteren van Jetts-fitnesscentra in Nederland, te beginnen met een fitnesscentrum te Leiden. De directeur van Jetts heeft gesproken met X, die een eenmanszaak te Voorschoten onder de naam Key2Fitness exploiteerde. X is vervolgens op ‘werkbezoek’ naar Australië gegaan en heeft daarvoor vanuit zijn eenmanszaak een factuur gestuurd. Na terugkomst uit Australië is X druk doende geweest met het opzetten van een Jetts-fitnesscentrum te Leiden. X krijgt vervolgens een conceptarbeidsovereenkomst aangeboden. Op 23 november 2013 is het fitnesscentrum van Jetts in Leiden geopend. Bij de ingang van het fitnesscentrum stond toen een bord met een foto van X als Club Manager en een schriftelijk welkomstwoord van hem. Op 9 december 2013 meldt X zich ziek. Het geschil van partijen spitst zich toe op de vraag of tussen hen een arbeidsovereenkomst is gesloten. Volgens de kantonrechter is geen sprake van een arbeidsovereenkomst, omdat partijen nimmer invulling hebben gegeven aan de conceptarbeidsovereenkomst.
Het hof oordeelt als volgt. X stelt dat het de bedoeling was de reeds bestaande arbeidsovereenkomst na oprichting van Jetts Nl te continueren. Naar het oordeel van het hof was evenwel voor mei 2013 nog geen sprake van een arbeidsovereenkomst. Bovendien maakt hij niet duidelijk wie volgens hem de partijen zijn die met elkaar een arbeidsovereenkomst bedoelden te sluiten. De Jetts-vennootschappen konden toen nog niet zijn wederpartij zijn, aangezien zij pas later zijn opgericht. X heeft niet gesteld, laat staan toegelicht, dat de directeur of Jetts Australië in die eerste periode is opgetreden namens één of meer van de nog op te richten Jetts-vennootschappen, en evenmin dat na oprichting van de vennootschappen enige bekrachtiging heeft plaatsgevonden op de voet van artikel 2:203 lid 1 BW. Het hof zal daarom met de rechtbank voorshands ervan uitgaan dat het op 19 mei 2013 (slechts) de bedoeling was van Jetts Australië en X dat in de toekomst een arbeidsovereenkomst zou worden gesloten tussen X en een van de nog op te richten (Nederlandse) Jetts-vennootschappen. Uit de betaalde vergoedingen en de e‑mailwisseling daarover met de directeur blijkt niet dat daarbij sprake was van salarisbetalingen, en evenmin dat overeenstemming bestond over de hoogte van het salaris dat uiteindelijk zou gaan worden betaald. Aan de formele voorwaarden van artikel 7:610a BW is voorts niet voldaan, zodat deze bepaling evenmin uitkomst biedt voor X.