Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Window Gard Safety & Sun B.V.
Hoge Raad, 22 mei 2015
ECLI:NL:HR:2015:1275

werknemer/Window Gard Safety & Sun B.V.

Geen arbeidsovereenkomst ondanks schriftelijke ‘arbeidsovereenkomst’. Overeenkomst aangegaan ter ontduiking van belastingheffing directrice, tevens (ex-)partner van werknemer. Schijnconstructie.

(Cassatieberoep van AR 2014-0011.) Werknemer (inmiddels 75 jaar) is gehuwd met A. A is directrice en bestuurder van Window Gard. Partijen hebben op 1 december 2005 een schriftelijke overeenkomst ondertekend waarin onder het opschrift ‘arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd’ staat dat werknemer als senior consultant voor onbepaalde tijd in dienst treedt van Window Gard, met een werkweek van 40 uur en tegen een brutosalaris van € 2.435 per maand exclusief vakantietoeslag. Window Gard heeft van december 2005 tot november 2010 maandelijks een bedrag aan werknemer overgemaakt, laatstelijk ter hoogte van € 2.840,63 netto. Werknemer vordert loon vanaf december 2010. Window Gard stelt zich op het standpunt dat geen sprake is van een arbeidsovereenkomst, dan wel dat deze nietig is, omdat deze enkel is aangegaan met als doel belastingheffing te ontduiken. De kantonrechter en het hof oordeelden dat geen sprake was van een arbeidsovereenkomst, omdat de werkgever is geslaagd in het tegenbewijs tegen de schriftelijke akte tussen partijen (de arbeidsovereenkomst). Tegen dit oordeel keert werknemer zich in cassatie.

De A-G (Van Peursem) concludeert als volgt. Werknemer klaagt dat het hof onvoldoende alle omstandigheden van het geval in zijn beoordeling heeft betrokken, maar laat na aan te wijzen welke omstandigheden dat waren. Voorts klaagt werknemer dat het arrest van het hof in strijd is met de redelijkheid en billijkheid. Het oordeel van het hof zou tot resultaat hebben dat Window Gard beloond wordt voor onrechtmatig handelen, fraude en belastingontduiking, en dat werknemer gedupeerd wordt. Volgens het middel heeft Window Gard vijf jaar lang de Belastingdienst en anderen om de tuin geleid en wordt er nu toch geloof gehecht aan de verklaring van Window Gard dat er geen sprake was van een arbeidsovereenkomst met werknemer. Deze stelling biedt evenwel geen grond voor cassatieberoep.

De Hoge Raad oordeelt als volgt. De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.