Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 26 mei 2015
ECLI:NL:GHSHE:2015:1883
werknemer/ICT B.V.
(Zie tussenvonnis ECLI:NL:GHSHE:2013:1379.) Werknemer is op 1 september 1999 in dienst getreden bij ICT B.V. op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Laatstelijk was hij, 40 uur per week, werkzaam als Senior Business Consultant tegen een brutosalaris van € 4.147,50 per maand. De arbeidsovereenkomst is met toestemming van het UWV tegen 1 mei 2011 opgezegd wegens bedrijfseconomische redenen. Volgens werknemer is sprake van een kennelijk onredelijk ontslag. Allereerst zou de bedrijfseconomische noodzaak ontbreken. Daarnaast zou ICT B.V. onvoldoende aan herplaatsing binnen en buiten de onderneming hebben gedaan. Ten slotte zou het gevolgencriterium zijn geschonden. De kantonrechter heeft de vordering afgewezen. Bij tussenarrest heeft het hof ICT B.V. in de gelegenheid gesteld de definitieve jaarcijfers over 2010 en 2011 te overleggen.
Het hof oordeelt als volgt. Uit de definitieve jaarcijfers blijkt dat in 2011 het gemiddeld aantal werknemers bij ICT B.V., vergeleken met 2010, is gedaald van 17,4 personen naar 14,2 en dat in 2010 aan lonen en salarissen een bedrag is uitgegeven van € 662.247, terwijl die post in 2011 € 545.856 bedraagt, zijnde € 116.391 lager. De opzegging in 2011 door ICT B.V. van het dienstverband met werknemer sluit aan bij deze cijfers. Er zijn aldus 3,2 formatieplaatsen komen te vervallen in 2011. De definitieve jaarcijfers 2009, 2010 en 2011 maken de noodzaak tot sanering evident en bevestigen dat ten tijde van de opzegging op 23 februari 2011 sprake was van zodanige ten tijde van het ontslag op 1 mei 2011 verwachte slechte bedrijfseconomische omstandigheden dat werknemer drastische kostenbesparende maatregelen wat betreft de personeelskosten diende te nemen. De getroffen maatregelen hebben ertoe geleid dat het definitieve nettoresultaat na belastingen in 2011 beduidend minder negatief was dan in de jaren 2009 en 2010. Van een valse reden is dan ook geen sprake. Nu de functie van werknemer ‘uniek’ was, is evenmin in strijd gehandeld met het afspiegelingsbeginsel.
Hoewel sprake is van bedrijfseconomische noodzaak tot het treffen van maatregelen, acht het hof van belang te onderzoeken of ontslag van werknemer ook gerechtvaardigd is. Nu alternatieven voor de kostenbesparing niet voorhanden zijn, is het ontslag gerechtvaardigd. Dat de directeuren van ICT B.V. zich (mede) hebben beziggehouden met het opstarten van nevenbedrijven betekent naar het oordeel van het hof nog niet dat zij (mede) hierdoor de slechte financiële situatie bij ICT B.V. zouden hebben veroorzaakt. Herplaatsing in een andere functie lag evenmin voor de hand nu werknemer als projectmanager projectmatig werkte.
Wel acht het hof onvoldoende scholingsinspanningen gepleegd door ICT B.V. Gezien de brede opleiding van werknemer, valt ICT B.V. niet te verwijten dat werknemer – wegens het gebrek aan scholing door ICT B.V. – niet herplaatsbaar was binnen de onderneming. Al met al kan naar het oordeel van het hof niet gezegd worden dat sprake is van zodanig tekortschieten in haar zorgplicht ten aanzien van interne en externe herplaatsing dat ICT B.V. zich in dat opzicht niet als goed werkgever zou hebben gedragen. Op grond van al het bovenstaande komt het hof, ook indien voorts worden meegewogen de omstandigheden dat werknemer een gezin heeft te onderhouden en een eigen woning heeft met de nodige hypotheeklasten, tot het oordeel dat niet sprake is van zodanig bijzondere omstandigheden dat het ontslag kennelijk onredelijk zou dienen te worden geacht.