Naar boven ↑

Rechtspraak

SIW Sterk in Welzijn/Gemeente Roosendaal
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 16 juni 2015
ECLI:NL:GHSHE:2015:2184

SIW Sterk in Welzijn/Gemeente Roosendaal

Gemeente niet aansprakelijk voor ontslagvergoedingen van susidiënt-werkgever.

Het inkomen van SIW heeft altijd geheel uit subsidies bestaan. Afgezien van enkele incidentele subsidies van een ministerie of de provincie werden die subsidies verstrekt door de gemeente. In 2011 had SIW 145 medewerkers in dienst. Voor al deze medewerkers heeft zij ontslag aangevraagd. In deze procedure stelt SIW dat de gemeente gebonden is aan de verklaring in haar brief van 24 augustus 1999 dat zij als belangrijkste subsidiënt van SIW garant staat dat SIW haar verplichtingen jegens haar personeel zal kunnen nakomen als SIW haar activiteiten zou moeten staken. De gemeente handelt volgens SIW onrechtmatig wanneer zij hieraan geen gevolg geeft en weigert SIW te voorzien van een budget waarmee SIW de ontslagvergoedingen kan betalen waarop haar voormalige werknemers volgens de toepasselijke cao recht hebben (ongeveer 2,5 miljoen euro).

Het hof oordeelt als volgt. Met betrekking tot de reikwijdte van de verplichtingen die voor de gemeente voortvloeien uit de subsidierelatie tussen SIW en de gemeente en met name uit de garantverklaring die is opgenomen in de brief van de gemeente van 24 augustus 1999 is tussen partijen correspondentie gevoerd. Daarbij ging het erom of aan die verklaring een zodanig algemene strekking gegeven moest of kon worden dat de gemeente zich destijds reeds bereid verklaard had de thans door SIW verschuldigde ontslagvergoedingen voor haar rekening te nemen, dan wel dat deze verklaring alleen betrekking had op het onderwerp dat in die brief aan de orde was, namelijk de vakantiegeldverplichtingen ten opzichte van het toen bij SIW werkzame personeel. De gemeente heeft op 20 september 2010 duidelijk te kennen gegeven dat de frictiekosten, onder welk begrip deze ontslagvergoedingen vallen, niet voor vergoeding in aanmerking komen. In de aankondigingsbeslissing van 23 juni 2011 heeft de gemeente dit expliciet beslist. Tegen de ongegrondverklaring van het bezwaar van SIW tegen deze beslissing heeft SIW geen beroep ingesteld, zodat dit besluit formele rechtskracht heeft gekregen. Door SIW is nadien geen afzonderlijke aanvraag voor vergoeding van de frictiekosten bij de gemeente ingediend. Dit betekent dat SIW op grond van de subsidierelatie die tussen partijen heeft bestaan geen aanspraak kan doen gelden op vergoeding van ontslagvergoedingen die zij aan haar ex-werknemers verschuldigd is. Vervolgens is de vraag of de gemeente op enige andere grondslag gehouden is de ontslagvergoedingen die SIW moet betalen voor haar rekening te nemen. Naar het oordeel van het hof kan niet worden volgehouden dat tussen partijen is afgesproken dat de gemeente, buiten de subsidierelatie om, op enig moment aan SIW heeft toegezegd dat zij in het algemeen garant zou staan voor alle financiële verplichtingen die SIW op enig moment jegens haar personeel zou hebben dan wel in het bijzonder dat zij garant zou staan voor de betaling van ontslagvergoedingen die SIW aan haar medewerkers zou moeten betalen. In de brief van 24 augustus 1999 is het een noch het ander te lezen, terwijl hetgeen SIW in dit verband naar voren heeft gebracht en aan producties heeft overgelegd geen voldoende onderbouwing voor een dergelijke stelling biedt. Dat de gemeente zich destijds voor alle financiële verplichtingen garant zou hebben willen stellen en/of dat SIW dat destijds zo mocht begrijpen, is een zodanig vergaande en onaannemelijke stelling dat daarvoor een solide onderbouwing is vereist; een dergelijke onderbouwing ontbreekt evenwel. Hetzelfde geldt voor de stelling dat de gemeente zich destijds voor de onderhavige financiële verplichtingen garant zou hebben willen stellen en/of dat SIW dat destijds zo mocht begrijpen, nu die verplichtingen uit een nadien in werking getreden cao niet in het vizier waren. SIW stelt dat de gemeente ook zonder dat sprake is van een bepaalde toezegging gehouden is de ontslagvergoedingen voor haar rekening te nemen. De grondslag daarvoor zou hierin gevonden moeten worden dat de gemeente jegens SIW onrechtmatig handelt door vergoeding van de frictiekosten te weigeren. Hetgeen SIW in deze procedure heeft aangevoerd biedt evenwel geen toereikende onderbouwing voor een dergelijke grondslag. Aan SIW werd op basis van aanvragen jaarlijks subsidie verstrekt. De inrichting van het personeelsbestand, het treffen van voorzieningen ten behoeve van het personeel en het nemen van maatregelen met het oog op de gevolgen van beperking of afbouw van de subsidie behoorden geheel tot de bevoegdheid en de taak van SIW zelf. De wijze van subsidie verstrekken en het afbouwen daarvan diende de gemeente jegens SIW correct en tijdig aan te kondigen en uit te voeren. Niet is vastgesteld dat daaraan gebreken kleven. Het weigeren van vergoeding van frictiekosten kan niet worden aangemerkt als een inbreuk op enig recht van SIW dan wel als het doen of nalaten door de gemeente in strijd met een wettelijke plicht, terwijl evenmin gezegd kan worden dat de gemeente hierdoor handelt in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt. Zoals de gemeente ook onderkent is het voor de voormalige werknemers van SIW een slechte zaak wanneer zij onvoldoende aanspraak blijken te kunnen maken op vergoedingen waarop zij volgens de toepasselijke cao recht hebben. Die aanspraak hebben zij jegens SIW; de gemeente handelt jegens SIW niet onzorgvuldig wanneer zij weigert het probleem van SIW op te lossen.