Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/ Stichting Interzorg Noord-Nederland
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Assen), 8 juli 2015
ECLI:NL:RBNNE:2015:3316

werkneemster/ Stichting Interzorg Noord-Nederland

Voorstel tot flexibele inroostering medewerkster voedingsdienst als gevolg van wijzing financiering zorg doorstaat Stoof/Mammoet-toets.

Werkneemster is sinds 17 maart 1986 werkzaam bij (de rechtsvoorgangers van) Interzorg, zulks in de functie van medewerker voedingsdienst. In de arbeidsovereenkomst is geen wijzigingsbeding opgenomen. Werkneemster werkt op maandag tot en met donderdag van 8:00 uur tot 12:15 uur (derhalve 16 uur per week). Interzorg ziet zich door verandering in de financiering van de zorg, genoodzaakt haar bedrijfsmodel aan te passen. In plaats van financiering per bed wordt gefinancierd op basis van zorgzwaartepakket. De cliëntgerichte aanpak noopt tot flexibele inroostering van alle medewerkers. Werkneemster maakt bezwaar en beroept zich op vastlegging van haar werktijden in de arbeidsovereenkomst en op verworden rechten. Centrale vraag is of de voorgestelde flexibele inroostering (inroostering ook in de avonden en weekenden) de toetst van artikel 7:611 BW en het arrest Stoof/Mammoet kan doorstaan.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Werkneemster heeft de redelijke aanleiding voor het voorstel niet betwist. Ten aanzien van de vraag of sprake is van een redelijk voorstel wordt voorop gesteld dat het feit dat er over de werktijden afspraken zijn gemaakt in de arbeidsovereenkomst en dat deels sprake is van verworven rechten, niet betekent dat deze nooit meer gewijzigd kunnen worden. Meegewogen wordt dat de inroostering gebeurt op basis van een Roosterstatuut dat in overleg met de ondernemingsraad tot stand is gekomen. Tevens wordt de inroostering gemonitord zodat bijstelling kan plaatsvinden waar nodig. De kantonrechter sluit zich aan bij het argument van Interzorg dat zij geen ruimte meer biedt voor individuele afwijkende afspraken, mede vanwege de precedentwerking die daarvan zal uitgaan. Als de individuele afspraken met werkneemster gecontinueerd zouden worden, kunnen andere medewerkers zich daarop beroepen. Dat Interzorg dus geen garantie kan geven op continuering van de afspraken, acht de kantonrechter terecht. Afgaande op de toezegging van Interzorg dat met de wensen van werkneemster zo veel als mogelijk rekening wordt gehouden, is het voorstel van Interzorg redelijk. Voorts kan van werkneemster in redelijkheid haar medewerking aan het voorstel van Interzorg worden gevergd. Meegewogen wordt dat werkneemster de afgelopen jaren op middagen en avonden, op vrijdagen en in de weekeinden heeft gewerkt. Blijkbaar viel dat in te passen in de vrijetijdsbesteding. Daarbij acht de kantonrechter in het kader van een belangenafweging het bedrijfseconomisch en financieel belang van Interzorg van groter gewicht dan de vrijetijdsbesteding van werkneemster. Dit gegeven de causaliteit tussen financiën en zorg, de steeds scherpere aansturing op de financiering met gevolgen voor de organisatie van Interzorg en het feit dat van alle medewerkers om die reden een flexibele inroostering wordt verlangd. Volgt afwijzing van de vordering van werkneemster.