Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 22 juli 2015
ECLI:NL:RBMNE:2015:5337
Federatie Nederlandse Vakbeweging/Akzo Nobel Industrial Chemicals B.V.
Akzo Nobel Industrial Chemicals (hierna: AN IC) heeft meerdere productielocaties in Nederland, waaronder een locatie in de Botlek, die bekend staat onder de afkorting AN Botlek. AN Botlek bestaat uit meerdere fabrieken waarin circa 250 personen werkzaam zijn. Een van de fabrieksonderdelen is het Membraan Electrolysebedrijf (het MEB) waar 80 personen werkzaam zijn. FNV behartigt de belangen van haar leden werkzaam bij AN Botlek. Vanaf 20 oktober 2011 is de onvrede van de werknemers die bij het MEB werken over hun beloning een vast onderwerp geworden op de agenda tussen AN IC en haar ondernemingsraad (OR). Eind 2012-begin 2013 is veelvuldig met de OR gesproken over een mogelijke oplossing in de vorm van een toeslag van 4,5%. Op 1 juli 2013 heeft AN Botlek via een memo met als kopje ‘Vragen en antwoorden Toeslag AWVN’ (hierna: het memo) haar personeel laten weten dat de BU IC heeft besloten de verwachte toeslag van 4,5% voortkomend uit het AWVN-onderzoek niet door te laten gaan in verband met verslechterde financiële resultaten door de economische situatie en de resultaten van de Turnaround. De bonden hebben, na stakingen bij AN Botlek, met AN NL in het najaar van 2014 overeenstemming bereikt over een nieuwe cao voor haar concern die is gaan lopen met ingang van 1 juli 2014. Daarbij is niet gesproken over de toeslag die in deze procedure ter discussie staat. FNV vordert nakoming van de toezegging om de toeslag te betalen met ingang van 1 juli 2013. Kern van het geschil betreft de vraag of AN IC één of meerdere verklaring(en) heeft laten uitgaan waaruit zonder meer volgt dat de leden van FNV met ingang van 1 juli 2013 recht zouden hebben op de toeslag, althans de leden van FNV redelijkerwijs hebben mogen begrijpen dat zij vanaf 1 juli 2013 recht zouden hebben op de toeslag (art. 3:33 jo. 3:35 BW).
De kantonrechter oordeelt als volgt. Uit hetgeen FNV ter onderbouwing van haar stellingen heeft aangevoerd kan – gezien de gemotiveerde betwisting daarvan door AN IC – niet worden afgeleid dat door AN IC een verklaring is uitgegaan op grond waarvan de leden van FNV er redelijkerwijs van uit mochten gaan dat zij met ingang van 1 juli 2013 recht hadden op de toeslag. FNV heeft ter comparitie desgevraagd verklaard geen zicht te hebben op het voorstel waarover is gesproken in de overlegvergadering met de OR van 24 januari 2013. Hetgeen zij weet van het voorstel is verwoord in de notulen en in het memo. Anders dan FNV kan de kantonrechter uit de inhoud van de notulen niet opmaken dat er al een volwaardig besluit lag om een specifieke toeslag aan een specifieke groep mensen toe te kennen. De zin ‘er komt dus een gelijke toeslag (4,5%) voor iedereen waarvoor dit geldt’ lijkt immers terug te slaan op het feit dat differentie tussen F t/m 56, productie operationeel en techniek operationeel, niet gewenst werd geacht. Dat nog een besluit moest volgen kan worden afgeleid uit de zin ‘Er wordt verwacht dat de toeslag per 1 juli 2013 kan worden uitgevoerd na de functiewaardering van alle functies op de site’ en ‘In ieder geval wordt dit na de cao onderhandelingen aan het personeel gecommuniceerd’. Uit de notulen wordt voorts niet duidelijk wat moet worden verstaan onder ‘voor iedereen waarvoor dit geldt’. Dit zou wel afgeleid kunnen worden uit het memo, maar de inhoud daarvan is pas bekend gemaakt op het moment dat duidelijk was dat de toeslag er niet zou komen. De inhoud van het memo is dus niet van belang voor de beoordeling van dit geschil. Ook uit de notulen van de overlegvergadering met de OR van 14 maart 2013 kan niet worden opgemaakt dat er al een rechtsgeldig besluit lag. Daarin staat namelijk dat ‘vanuit de BU nog geen signaal is ontvangen over communicatie met betrekking tot de AWVN-toeslag’. Niet gesteld of gebleken is ten slotte dat de OR op enig moment heeft uitgedragen dat de toeslag is toegekend. Integendeel; AN IC heeft onweersproken gesteld dat de OR zich erbij neer heeft gelegd dat de beoogde toeslag niet door zou gaan en dat in overleg met de OR verder is gesproken over een andere wijze van verbetering van de arbeidsvoorwaarden in de vorm van een aangepast promotie- en aannamebeleid. Volgt afwijzing van de vorderingen.