Rechtspraak
MT&V B.V./werknemer
Werknemer was tot 1 september 2014 als accountmanager/recruiter in dienst van MT&V. Voor haar bedrijfsactiviteiten maakt MT&V gebruik van een door Memory Publications uitgegeven databestand met namen en contactgegevens van schoolverlaters (hierna: de Memorylijst). Deze Memorylijst wordt door MT&V geïmporteerd in Carerix, een softwaresysteem voor werven en detacheren waarmee haar werknemers werken. Het gebruik van de Memorylijst door MT&V is aan specifieke, beperkende voorwaarden onderworpen. Op grond hiervan is het haar op straffe van een contractuele boete verboden om (gegevens van) de Memorylijst aan derden te verstrekken. Op 8 mei 2014 heeft werknemer vanaf zijn zakelijke e-mailadres de Memorylijst voor het jaar 2013 gemaild naar zijn privé-e-mailadres. Werknemer is thans werkzaam bij Cobuilders, een onderneming die met MT&V concurreert. MT&V vordert een verklaring voor recht dat werknemer met het doorgeleiden van aan MT&V toebehorende memorybestanden naar zijn privé-e-mailadres onrechtmatig heeft gehandeld jegens MT&V.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Vast staat dat werknemer de Memorylijst buiten het bedrijfsnetwerk van MT&V heeft gebracht. Daarmee is echter nog niet aangetoond dat het bestand ook daadwerkelijk buiten het kader van haar eigen bedrijfsactiviteiten is gebruikt. Omtrent een gebruik van de Memorylijst door derden heeft MT&V ook niets concreets gesteld. MT&V heeft slechts de vrees geuit dat dit op (korte) termijn zal gebeuren of buiten haar gezichtsveld reeds gebeurt ten behoeve van de door Cobuilders ontplooide activiteiten. Tegenover de uitdrukkelijke betwisting door werknemer is die enkele vrees echter onvoldoende om nu reeds een inbreuk op het gebruiksrecht aan te nemen. Aan MT&V kan worden toegegeven dat door de voortschrijdende digitalisering van de samenleving en de opkomst van nieuwe (sociale) media, de maatschappelijke opvatting over het professionele gebruik van het elektronische berichtenverkeer aan verandering onderhevig is. Toch is hieruit niet een ongeschreven regel te destilleren op grond waarvan het werknemer niet zou zijn toegestaan om aan zijn werkgever toebehorende bestanden naar zijn privé-e-mailadres te verzenden. Ook naar de huidige opvatting is het primair aan de werkgever om in het kader van de dienstbetrekking regels hieromtrent te stellen en toe te zien op de naleving hiervan. Die regels zullen immers (mede) afhankelijk zijn van de door de werkgever geboden mogelijkheden om thuis te werken, de functie van de werknemer, de aard van zijn werkzaamheden, de vertrouwelijkheid van de digitale bestanden waarover hij in het kader van zijn dienstbetrekking de beschikking heeft en het risico van openbaarmaking. Ter comparitie heeft MT&V aangegeven dergelijke regels (nog) niet te hebben gesteld, behoudens een in de arbeidsovereenkomst neergelegd geheimhoudingsbeding. Op dat beding wordt in deze procedure echter geen beroep gedaan. Het handelen van werknemer kan niet als een onrechtmatige daad worden aangemerkt. Volgt afwijzing van de vorderingen.