Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 22 september 2015
ECLI:NL:GHAMS:2015:3919
werknemer/X Automatisering BV
Werknemer is bij X in dienst geweest van 20 juni 1988 tot 1 augustus 2012, laatstelijk in de functie van Delivery Consultant tegen een salaris van € 6.156,47 bruto per maand. De kantonrechter heeft de arbeidsovereenkomst tussen partijen bij beschikking van 16 juli 2012 ontbonden per 1 augustus 2012, met toekenning aan werknemer van een ontslagvergoeding van € 50.000 bruto. Op de arbeidsovereenkomst is een personeelshandboek van toepassing waarin onder meer is bepaald dat werknemer recht heeft op een ‘stand-byvergoeding’. Werknemer heeft van X gevorderd dat zij zal worden veroordeeld tot betaling aan hem van € 34.390 bruto wegens vergoeding voor in totaal 9.328 uren verrichte stand-bydiensten en (na vermindering van eis) betaling van € 3.788,87 wegens 126 niet-genoten vakantie-uren. X stelt zich op het standpunt dat tussen partijen mondeling is afgesproken dat de stand-byvergoeding niet (langer) tussen hen gold.
Het hof oordeelt als volgt. Werknemer voert primair aan dat het niet mogelijk is om bij een mondelinge afspraak af te wijken van de schriftelijke bepaling in het op de arbeidsovereenkomst van toepassing verklaarde handboek, inhoudende dat de werknemer voor stand-byuren een vergoeding ontvangt van € 2,50 op werkdagen en € 5 in het weekend en op feestdagen. Dit verweer faalt. Werknemer en werkgever kunnen in beginsel bij mondelinge afspraak afwijken van hetgeen zij schriftelijk zijn overeengekomen. Er is geen wettelijke regel die dat verbiedt. Voorts is niet gesteld of gebleken dat partijen zijn overeengekomen dat slechts schriftelijk zou kunnen worden afgeweken van hetgeen in het handboek is bepaald. Met betrekking tot de vraag of X bewezen heeft dat partijen mondeling zijn overeengekomen dat werknemer geen vergoeding voor stand-byuren zou ontvangen, oordeelt het hof als volgt. Uit getuigenverklaringen volgt dat werknemer geen stand-byuren heeft genoteerd en dat hij evenmin ooit om uitbetaling van zulke uren heeft gevraagd. Uit artikel B.2.5.3 van het handboek volgt echter dat stand-byuren wel op de maandstaat moesten worden geregistreerd. De door X gestelde mondelinge afspraak dat werknemer geen vergoeding zou ontvangen voor stand-byuren voor klant Y zou een goede verklaring kunnen vormen voor de omstandigheid dat werknemer de registratie van die uren achterwege heeft gelaten. De verklaringen van de controller leveren voldoende aanvullend bewijs die het verhaal van de partijgetuigen (directeur X) ondersteunen.