Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 1 september 2015
ECLI:NL:GHARL:2015:6377
werknemer/SNS Reaal N.V.
De vraag of het ontslag van werknemer door SNS kennelijk onredelijk is. Werknemer heeft aangevoerd dat in wezen geen sprake was van een ontslag om organisatorische redenen en dat SNS onvoldoende inspanningen heeft betracht om hem binnen haar organisatie een andere functie te bieden.
Het hof oordeelt als volgt. SNS heeft uitgelegd dat werknemer de enige is die – door zijn leidinggevende positie – inhoudelijk onvoldoende kennis had om te kunnen worden geplaatst bij Group Finance, terwijl hij als leidinggevende onvoldoende ervaring had om te kunnen functioneren in een managementfunctie bij SNS. De verklaring van SNS voor het feit dat juist werknemer niet geplaatst kon worden, is, mede gezien deze onderbouwing, voldoende overtuigend. Werknemer heeft daartegenover onvoldoende onderbouwd dat het ontslag juist in zijn leeftijd was gelegen. Daarnaast is het hof van oordeel dat niet is gebleken dat SNS onvoldoende zorg aan de (her)plaatsing van werknemer heeft besteed. Niet alleen heeft werknemer bij de afdeling BICC de gelegenheid gekregen zich te ontwikkelen tot een Business Intelligence Specialist; daarna heeft hij de status van herplaatser gekregen en in die hoedanigheid voorzieningen gekregen om intern en extern te zoeken naar ander werk.
Wel acht het hof de gevolgen van het ontslag voor werknemer te ernstig. Dit komt omdat de ontslagvergoeding wel toereikend is tot de prepensioengerechtigde leeftijd, maar SNS geen rekening heeft gehouden met het feit dat het NHL-pensioen volledig in mindering strekt op de WW-uitkering van werknemer. Doordat de WW-uitkering voor meer dan de helft wordt gekort vanwege het NHL-pensioen, is het in feite werknemer zelf die in zoverre zijn inkomensachteruitgang tot aan de datum van de prepensioenrichtleeftijd betaalt. Daardoor worden de uitkeringen die in de jaren 2012-2014 worden gedaan onttrokken aan zijn pensioenvoorziening, hetgeen tot een lager pensioen in de toekomst leidt. Het effect van dit alles is dus dat werknemer zelf door middel van het NHL-pensioen vanaf zijn 60ste jaar, ten laste van zijn pensioenvoorziening op latere leeftijd, zijn door het ontslag veroorzaakte inkomensachteruitgang voor een aanzienlijk deel financiert. Dit inkomenseffect is echter niet meegewogen bij de vaststelling van de ontslagvergoeding. Dit inkomenseffect treft voorts alleen werknemers die een NHL-pensioen hebben en niet de werknemers die níét van de NHL afkomstig zijn en dus geen NHL-pensioen hebben opgebouwd. Daarmee is dus in zoverre ook geen sprake van een gelijke behandeling van de werknemers van SNS. De conclusie is dat het ontslag daarom kennelijk onredelijk is. Onder deze omstandigheden begroot het hof de schade op € 50.000, hetgeen grofweg neerkomt op het bedrag dat werknemer, volgens SNS, is gekort op zijn WW-uitkering. Met dit bedrag, en het daarover te behalen rendement, zal werknemer in staat moeten worden geacht om zijn inkomen in de toekomst enigszins aan te vullen, zoals ook het geval zou zijn geweest indien hij zijn NHL-pensioen had kunnen uitstellen.