Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 28 oktober 2015
ECLI:NL:RBMNE:2015:7716
werknemer/Falck Nutec B.V., t.h.o.d.n. Falck Safety Services
Werknemer was van 1 juli 2000 tot 28 februari 2014 werkzaam bij The Tritanium Company B.V. (hierna: Tritanium). Per 1 maart 2014 is hij overgegaan naar Maritieme Training Center Amsterdam B.V. (hierna: MTC), dat dezelfde eigenaar heeft als Tritanium. MTC en werknemer hebben hiertoe op 12 maart 2014 een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd gesloten. Werknemer heeft op 30 juni 2014 een arbeidsovereenkomst voor de duur van 12 maanden met Falck gesloten, op grond waarvan hij met ingang van 1 juli 2014 voor Falck werkzaam is geweest in de functie van Adviseur Marketing & Communicatie op basis van een 40-urige werkweek. Deze arbeidsovereenkomst zou op 30 juni 2015 van rechtswege eindigen. Per 1 juli 2014 is ook het overige personeel van MTC, zeven trainers en een receptioniste, in dienst van Falck getreden. Op 11 juli 2014 heeft werknemer een beëindigingsovereenkomst met wederzijds goedvinden gesloten met MTC. Falck heeft werknemer op 12 juni 2015 een aanbod gedaan om zijn werkzaamheden vanaf 1 juli 2015 voor 16 uur per week voort te zetten voor de duur van een half jaar. Werknemer stelt dat hij voor onbepaalde tijd voor 40 uur per week in dienst is bij Falck nu er op grond van artikel 7:662 BW per 1 juli 2014 sprake is geweest van een overgang van onderneming en zijn arbeidsovereenkomst met MTC per die datum op grond van artikel 7:663 BW van rechtswege is overgegaan naar Falck. Falck betwist dat sprake is van een overgang van onderneming.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Nu Falck zowel het personeel, de klanten, de trainingsactiviteiten en de exploitatie van het trainingscentrum van MTC heeft overgenomen, is er sprake van een overgang van onderneming als bedoeld in artikel 7:662 BW. De uitingen van MTC en Falck naar klanten en de pers, waarbij gesproken wordt van overname van de exploitatie van het trainingscentrum per 1 juli 2014, en de omstandigheid dat per 1 juli 2014 het personeel van MTC is overgenomen, leveren voorts sterke aanwijzingen op dat deze overgang van onderneming per 1 juli 2014 heeft plaatsgevonden. Geoordeeld wordt dat er per 1 juli 2014 sprake is geweest van een overgang van onderneming. Falck stelt subsidiair dat, als er al sprake zou zijn van een overgang van onderneming, werknemer als gevolg daarvan niet per 1 juli 2014 van rechtswege bij haar in dienst is getreden, omdat er op die datum geen arbeidsovereenkomst meer tussen werknemer en MTC bestond. Falck wijst erop dat de arbeidsovereenkomst als gevolg van de beëindigingsovereenkomst die werknemer op 11 juli 2014 met MTC heeft gesloten al per 30 juni 2014 was beëindigd. De kantonrechter merkt op dat het, mede gelet op de eisen van goed werkgeverschap ex artikel 7:611 BW, in de gegeven omstandigheden op de weg van MTC lag om werknemer volledige voorlichting te geven over zijn rechtspositie om te waarborgen dat hij zijn eventuele beslissing om afstand te doen van de hem door artikel 7:663 BW geboden bescherming volledig geïnformeerd kon nemen. Gesteld noch gebleken is dat MTC werknemer bij het sluiten van de beëindigingsovereenkomst heeft voorgehouden dat hij als gevolg van de overgang van onderneming per 1 juli 2014 op basis van zijn arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd van rechtswege in dienst zou treden bij Falck en dat hij met het sluiten van de beëindigingsovereenkomst afstand zou doen van dit recht. Evenmin is gebleken dat Falck werknemer bij het aangaan van de nieuwe arbeidsovereenkomst per 1 juli 2014 voor de duur van één jaar op de hoogte heeft gesteld van zijn rechtspositie die hij als gevolg van de overgang van onderneming had. Gelet hierop kan niet worden gesteld dat werknemer uit vrije wil de arbeidsovereenkomst met MTC per 30 juni 2014 heeft verbroken en daarmee ondubbelzinnig afstand heeft gedaan van de hem door artikel 7:663 BW geboden bescherming. De conclusie luidt daarom dat werknemer per 1 juli 2014 van rechtswege in dienst is getreden van Falck en dat zijn dienstverband met een omvang van 40 uur per week nog steeds voortduurt.