Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Achmea Pensioen- en Levensverzekeringen N.V.
Rechtbank Gelderland (Locatie Apeldoorn), 28 oktober 2015
ECLI:NL:RBGEL:2015:6640

werknemer/Achmea Pensioen- en Levensverzekeringen N.V.

Pensioenverzekeraar mag ingegaan pensioen niet eenzijdig verlagen vanwege premie-achterstand voormalig werkgeefster.

Werknemer is van 1 januari 1990 tot 31 maart 2006 werkzaam geweest bij werkgeefster. Werkgeefster had voor haar werknemers een pensioenverzekering gesloten bij Achmea. In de onderhavige procedure tussen werknemer en Achmea staat de vraag centraal of Achmea gerechtigd is het ingegane pensioen van werknemer eenzijdig te wijzigen/verlagen in geval van een achterstand in de premiebetaling door het uitblijven van betalingen van de (voormalig) werkgever van werknemer. Tussen partijen staat niet vast dat van een premieachterstand sprake is. Achmea heeft werkgeefster in de vrijwaringszaak aangesproken.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Sinds 1 januari 2007 is de Pensioenwet van kracht. De PSW en de Regelen PSW zijn per die datum ingetrokken, zij het dat bepaalde artikelen ook na 1 januari 2007 nog enige tijd van kracht zijn gebleven (Invoerings- en aanpassingswet Pensioenwet). Er is geen overgangsbepaling die bepaalt dat de PSW en/of de Regelen PSW van toepassing zouden blijven voor reeds ingegane pensioenen. Partijen gaan er beiden van uit dat de vraag of Achmea een wijzigingsbevoegdheid toekomt dient te worden beoordeeld naar de situatie in 2006, bij het ingaan van de pensioenuitkeringen. De onderlinge relatie van partijen wordt echter beheerst door de wettelijke regelingen en niet door partijafspraken. Achmea stelt een in 2009 aanwezige bevoegdheid tot wijziging. Op dat moment had de PSW haar werking verloren en werd de onderlinge verhouding van partijen bepaald door de Pensioenwet. Thans is de vraag aan de orde of Achmea in 2009 de bevoegdheid toekwam om de uitkering van werknemer te wijzigen. Uit de wetsgeschiedenis (Kamerstukken II 2005/06, 30413, 3, p. 196-197 (MvT) en Kamerstukken II 2005/06, 30413, 17, p. 38-40 (NV II)) en de wetstekst (art. 29 Pensioenwet) blijkt dat een premieachterstand wel gevolgen kan hebben voor de opbouw van de pensioenaanspraak voor een nog niet pensioengerechtigde werknemer, maar niet kan leiden tot wijziging van al ingegane pensioenuitkeringen. Achmea was in 2009 niet bevoegd de pensioenuitkering van werknemer te korten op basis van een premieachterstand. Of daadwerkelijk sprake is van een premieachterstand kan dus in dit geding in het midden blijven. Voor de vraag of dat moet leiden tot toewijzing van de vorderingen is van belang dat Achmea zich verweert met een beroep op strijd met de redelijkheid en billijkheid indien door toedoen van werknemer in de vrijwaringszaak sprake zou zijn van een terecht verjaringsverweer. In de vrijwaringszaak wordt geoordeeld dat de vordering van Achmea op werkgeefster is verjaard (art. 3:307 jo. 3:317 BW). In de hoofdzaak wordt het beroep van Achmea op strijd met de redelijkheid en billijkheid verworpen. Achmea heeft in de brief van 20 augustus 2008 aan werkgeefster geschreven dat zij, in het geval dat werkgeefster niet zou overgaan tot betaling van de achterstallige premies, het pensioen van werknemer zou verminderen. Aan deze aankondiging heeft zij in mei 2009 uitvoering gegeven. Ook na de brief van de gemachtigde van werknemer van 4 juni 2009, waarin Achmea werd verzocht de wijziging in de pensioenuitkering ongedaan te maken, en de brief van werkgeefster van 26 juni 2009 dat zij de cijfers onderzoekt en erop zal terugkomen (wat vervolgens niet gedaan is) is door Achmea niet gereageerd in de richting van werkgeefster en evenmin in de richting van werknemer, waarmee Achmea het risico heeft genomen dat de kwestie, waarover nog geen voor werknemer bevredigende oplossing was bereikt, op enig moment de kop weer zou opsteken. Werknemer heeft vervolgens bijna vijf jaar later, maar binnen de verjaringstermijn, Achmea aangesproken. Dit staat hem vrij. Voor recht wordt verklaard dat Achmea gehouden is vanaf 1 mei 2009 het volledige pensioen ad € 18.182,61 bruto per jaar aan werknemer door te betalen.