Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Schildersbedrijf X BV
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 1 december 2015
ECLI:NL:GHSHE:2015:4991

werknemer/Schildersbedrijf X BV

Ontslag 50-jarige werknemer met 27 dienstjaren wegens slechte omstandigheden (lege orderportefeuille) is niet kennelijk onredelijk. Geen bijzondere zorgplicht voor schoonzoon in het bedrijf.

Werknemer (50 jaar) is sinds 1986 in dienst van X Schildersbedrijf. Aanvankelijk was X een familiebedrijf. Werknemer is gehuwd met een van de dochters van de oprichter. De aandelen in X zijn gefaseerd verkocht. In een afspraak tussen de aandeelhouders is bepaald dat zolang de oprichter bestuurslid is, zijn twee schoonzoons niet zonder zijn schriftelijke goedkeuring ontslagen mogen worden. De oprichter is sinds 1997 geen bestuurslid meer. In 2013 zegt X de arbeidsovereenkomst van werknemer op wegens bedrijfseconomische redenen. Volgens werknemer is sprake van een valse dan wel voorgewende reden zodat de opzegging kennelijk onredelijk is. Voorts beroept hij zich op het gevolgencriterium.

Het hof oordeelt als volgt. Voor zover werknemer heeft beoogd te betogen dat blijkt dat van een voorgewende/valse reden sprake was, nu de ontslagvergunning is gevraagd op grond van acute werkvermindering terwijl de ontslagvergunning is verleend op basis van geleidelijke werkvermindering en een daardoor verslechterde economische positie, gaat dit betoog niet op. Aan de ontslagaanvraag is zowel acute werkvermindering als de algemene grond bedrijfseconomische omstandigheden ten grondslag gelegd. Dat sprake zou zijn van een onjuiste voorstelling van feiten, heeft werknemer onvoldoende onderbouwd.

Werknemer heeft gewezen op zijn 27-jarig vlekkeloze dienstverband. Het hof merkt op dat werknemer geen gebruik heeft gemaakt van het hem geboden begeleidingstraject door X Personeel & Organisatie. X heeft dus wel een voorziening getroffen, maar werknemer heeft hiervan geen gebruik willen maken. Voor zover werknemer heeft beoogd te betogen dat bij de andere groepsmaatschappijen (mede gezien de overname van Bouwbedrijf Y B.V.) voldoende financiƫle ruimte was om zijn functie te behouden, geldt dat werknemer geen feiten of omstandigheden heeft gesteld op grond waarvan moet worden aangenomen dat voor de groepsmaatschappij(en) een verplichting tot financiering van X bestond en waarop X deze had moeten aanspreken. Naar het oordeel van het hof brengen de bij de overname van X gemaakte afspraken ten aanzien van werknemer niet mee dat in de onderhavige omstandigheden van het geval voor X een bijzondere zorgplicht jegens werknemer gold, reeds omdat de omstandigheden waaronder voornoemde afspraak, als in 1993 door de notaris vastgelegd, zich niet voordoen. Er is derhalve geen sprake van een kennelijk onredelijke opzegging.