Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 8 december 2015
ECLI:NL:GHARL:2015:9269
Vereniging van Ondernemingen van Betonmortelfabrikanten in Nederland (VOBN)/Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV)
FNV (met CNV vakmensen) en VOBN zijn partijen bij de CAO voor de Mortel- en Morteltransportondernemingen (hierna: de cao). De cao is laatstelijk afgesloten voor de periode 1 januari 2011 tot en met 31 december 2012. In artikel 2 van de cao met als kopje ‘Duur van de overeenkomst’ is het volgende bepaald: ‘Deze overeenkomst wordt aangegaan voor de periode van 1 januari 2011 tot en met 31 december 2012. De CAO eindigt van rechtswege. Gedurende de periode dat tussen partijen nog geen nieuwe overeenkomst is gesloten, blijven de bepalingen van de oude overeenkomst van kracht.’ De bepalingen over het Sociaal Fonds uit deze cao zijn medio 2012 algemeen verbindend verklaard (tot 1 januari 2013). VOBN en FNV hebben na het verstrijken van de looptijd van de cao geen overeenstemming bereikt over een nieuwe cao. De leden van VOBN wensen ook geen nieuwe cao meer en hebben meermalen verzocht tot afwikkeling van de cao en met name de bijdrage aan het Sociaal Fonds. VOBN heeft de cao opgezegd per 30 april 2015. FNV vordert in deze procedure nakoming van de bijdrageplicht aan het Sociaal Fonds.
Het hof oordeelt als volgt. Het hof is voorlopig van oordeel dat de uitleg van artikel 2 van de cao dient te geschieden aan de hand van de zogenaamde Haviltex-norm aangezien het geschil met betrekking tot deze bepaling in de eerste plaats de rechtsverhouding tussen de partijen die de cao hebben gesloten (VOBN en FNV) betreft. Dit brengt met zich dat de vraag hoe artikel 2 moet worden uitgelegd niet alleen kan worden beantwoord op grond van een zuiver taalkundige uitleg van deze bepaling. Voor de beantwoording van die vraag komt het immers aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepaling mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Bij deze uitleg dient de rechter rekening te houden met alle bijzondere omstandigheden van het gegeven geval. Voorts worden de rechten en verplichtingen van partijen ten opzichte van elkaar niet alleen bepaald door hetgeen zij uitdrukkelijk zijn overeengekomen, doch ook door de redelijkheid en billijkheid die hun rechtsverhouding beheerst. In de eerste en tweede volzin van artikel 2 van de cao is naar het voorlopig oordeel van het hof vastgelegd dat de cao tussen VOBN en FNV is aangegaan voor bepaalde tijd, voor de duur van twee jaar en dat deze van rechtswege, dus zonder opzegging, eindigt op 31 december 2012. Met de derde volzin van artikel 2 van de cao hebben VOBN en FNV naar het voorlopig oordeel van het hof een ‘regeling’ getroffen voor de periode na afloop van de cao op 31 december 2012, waarin partijen nog geen nieuwe cao zijn aangegaan. In die periode blijven de bepalingen van de oude overeenkomst van kracht. Deze ‘regeling’ dient, zoals VOBN heeft gesteld en FNV onvoldoende gemotiveerd heeft betwist, als een duurovereenkomst voor onbepaalde tijd te worden gekwalificeerd, aangezien partijen zich tot een voortdurende prestatie hebben verbonden voor een langere periode. Het hof is voorlopig van oordeel dat de zinsnede ‘blijven de bepalingen van de oude overeenkomst van kracht’ aldus moet worden uitgelegd dat, bij gebreke van enige uitzondering, alle bepalingen van de cao hun gelding blijven houden, waaronder artikel 47 en aanverwante artikelen van de cao (Sociaal Fonds-bepaling). Een duurovereenkomst is opzegbaar. De opzegging is evenwel pas duidelijk geschied met de handeling tegen 1 mei 2015. Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen is het hof voorlopig van oordeel dat met een redelijke mate van zekerheid verwacht mag worden dat de bodemrechter zal oordelen dat VOBN gehouden is haar medewerking te verlenen aan het overleg met FNV om tot overeenstemming te komen over het bijdragepercentage als bedoeld in artikel 2 van het Bijdragereglement van de cao voor zover het de periode tot 1 mei 2015 betreft. Het hof acht deze veroordeling voldoende duidelijk en in overeenstemming met artikel 2 lid 3 van het Bijdragereglement.