Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 8 december 2015
ECLI:NL:RBAMS:2015:8949
Action Nederland B.V./werkneemster
Werkneemster is sinds 24 oktober 2011 in dienst van Action Nederland B.V. (hierna: Action), laatstelijk werkzaam in de functie van bedrijfsleidster. De personeelswijzer en de cao van Action zijn op de arbeidsovereenkomst van toepassing. Uit de personeelswijzer volgt dat ongewenste omgangsvormen, van welke aard dan ook, binnen Action niet worden getolereerd. In de cao is onder meer bepaald dat discriminatie en/of ongelijke behandeling op grond van leeftijd, sekse, seksuele geaardheid, burgerlijke staat, levensovertuiging, huidskleur, ras, etnische afkomst, nationaliteit of politieke voorkeur niet worden getolereerd. Tijdens meerdere beoordelingsgesprekken vanaf 2012 is de wijze van communicatie van werkneemster een aandachtspunt geweest. Uit de verslagen blijkt dat zij ‘praat met emotie’ en zich ook ‘non-verbaal’ uit. Op 20 juli 2015 heeft een gesprek plaatsgevonden met werkneemster. Daarbij is werkneemster ermee geconfronteerd dat diverse medewerkers haar beschuldigen van intimidatie, discriminatie, gezagsondermijning en ongepast taal- en woordgebruik. Werkneemster is met directe ingang vrijgesteld van werkzaamheden. Een op 21 juli 2015 door Action aan werkneemster overhandigde vaststellingsovereenkomst werd door laatstgenoemde niet ondertekend. Action verzoekt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst met werkneemster te ontbinden primair vanwege verwijtbaar handelen of nalaten van werkneemster, zodanig dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren (art. 7:669 lid 3 onderdeel e BW) en subsidiair vanwege een verstoorde arbeidsverhouding (art. 7:669 lid 3 onderdeel g BW). Herplaatsing in een andere passende functie ligt volgens Action in de onderhavige omstandigheden niet in de rede. Het verweer van werkneemster strekt tot afwijzing van het verzoek. Voor zover de arbeidsovereenkomst toch wordt ontbonden, verzoekt werkneemster onder meer om toekenning van een transitievergoeding en daarnaast van een billijke vergoeding op grond van artikel 7:671b lid 8 BW, alsmede van vergoeding van advocaatkosten ter hoogte van € 18.000.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Action heeft ter gelegenheid van de mondelinge behandeling negen getekende verklaringen van collega’s overgelegd. Uit voornoemde verklaringen kan worden opgemaakt dat collega’s vinden dat werkneemster een strakke en autoritaire manier van leidinggeven heeft en dat zij heel direct en duidelijk is in haar communicatie naar ondergeschikten. Door enkelen van hen wordt dit als ‘bot’ of ‘hard’ omschreven. Uit de verklaringen blijkt verder dat werkneemster regelmatig grof taalgebruik hanteert over en jegens ondergeschikten. Action hoeft dergelijk ongepast taalgebruik op de werkvloer niet te tolereren, temeer niet nu werkneemster een leidinggevende positie en dus ook een voorbeeldfunctie heeft. Dergelijk gedrag is verwijtbaar en vormt een grond voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Dat een aantal collega’s in de overgelegde verklaringen heel positief is over werkneemster en dat er vanuit de leiding van Action veel waardering is voor haar prestaties en verkoopresultaten doet daaraan niet af. Herplaatsing ligt in dit geval niet in de reden. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 februari 2016, rekening houdend met de opzegtermijn volgens artikel 7:672 BW. De transitievergoeding blijft verschuldigd, nu het gedrag van werkneemster weliswaar als verwijtbaar gekwalificeerd wordt, maar niet als ernstig verwijtbaar. Daarbij speelt mee dat werkneemster er eerder op is gewezen dat haar stijl van communiceren aangepast moest worden, maar dat ongepast taalgebruik daarbij niet aan de orde is gesteld. Van ernstig verwijtbaar handelen van Action is geen sprake, zodat er geen grond bestaat voor toekenning van een billijke vergoeding. Voor een vergoeding van de door werkneemster gestelde advocaatkosten bestaat evenmin een grond.