Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgever
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 29 december 2015
ECLI:NL:GHSHE:2015:5422

werknemer/werkgever

‘Dan is daar de deur, dan mag je gaan’ is een voorstel tot beëidinging zonder opzegtermijn waar de werknemer mee kan instemmen.

Werkgever heeft in september/oktober 2010 werknemer aangesproken op het feit dat hij zich door klanten die hij kende uit de periode bij zijn vorige werkgever (De Blauwe Engel), liet bellen op zijn gsm, terwijl werkgever wilde dat die gesprekken via de taxicentrale van werkgever zouden lopen. Tijdens een gesprek hierover heeft werkgever tegen de werknemer gezegd: ‘Dan is daar de deur, dan mag je gaan.’ Werknemer heeft hierop geantwoord: ‘Dat is best.’ De partijen verschillen echter met elkaar van mening over de juridische betekenis die in de gegeven omstandigheden aan die bewoordingen moet worden toegekend.

Het hof oordeelt als volgt. Gezien de setting van het gesprek en de aanleiding daartoe (het bedienen van oude klanten) acht het hof voldoende bewezen dat met de mededeling bedoeld is en ook zo mocht worden opgevat dat werkgever een einde van de arbeidsovereenkomst voorstelde en werknemer hiermee instemde. In elk geval is bewezen dat werkgever aan werknemer heeft voorgesteld om de arbeidsverhouding zonder inachtneming van de volledige opzegtermijn te beëindigen, althans aan werknemer toestemming heeft verleend om direct, dus zonder het in acht nemen van de geldende opzegtermijn, ontslag te nemen, waarna werknemer per 14 oktober 2010 van die toestemming gebruik heeft gemaakt althans dat voorstel heeft aanvaard. Dit voert tot de conclusie dat de arbeidsovereenkomst per die datum met wederzijds goedvinden is beëindigd. Dat brengt mee dat de door werkgever gevorderde gefixeerde schadevergoeding wegens opzegging van de arbeidsovereenkomst door werknemer zonder inachtneming van de geldende opzegtermijn, niet toewijsbaar is.