Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 6 januari 2016
ECLI:NL:RBMNE:2016:3
werkneemster/Medisch Centrum Leeuwarden B.V. c.s.
Werkneemster is van 1 september 2012 tot en met 31 december 2013 als Apothekersassistente Distributie Deeltaken in dienst geweest van Medisch Centrum Leeuwarden B.V. (hierna: MCL). Op 10 juli 2013 heeft werkneemster tijdens haar werkzaamheden in het ziekenhuis letsel aan haar linkerpols opgelopen. Werkneemster was die dag op ronde en bezig met de verwerking van gegevens over de uitgifte van medicijnen aan patiënten van de verpleegafdeling orthopedie. Daartoe diende werkneemster de patiëntendossiers van een dossierkar - die zich op een vaste plek in een doorgang bevond - te pakken en deze mee te nemen naar de naburige assistentenkamer, waar zij de dossiers bijwerkte. Op het moment dat werkneemster met een stapel van zo’n twaalf bijgewerkte dossiers terug was gekomen uit de assistentenkamer en deze dossiers op het werkblad van de dossierkar had gelegd, hoorde zij dat een verpleegkundige uit de koffiekamer kwam en zich achter haar langs in de richting van de hoofdgang spoedde. De verpleegkundige stootte in het voorbijgaan tegen de dossierkar, waardoor de stapel dossiers die werkneemster daarop had neergelegd omviel. Werkneemster heeft in een reflex met haar linkerhand de dossiers tegengehouden en teruggeduwd, waarbij zij iets hoorde ‘knakken’ in haar linkerpols. De pijn in de linkerpols van werkneemster hield enige tijd aan en na een diagnose van een TFCC-ruptuur is werkneemster op 15 november 2013 aan haar linkerpols geopereerd. Deze operatie heeft de polsklachten niet weggenomen. Werkneemster vordert in dit geding dat voor recht wordt verklaard dat MCL aansprakelijk is voor de door haar ten gevolge van het ongeval van 10 juli 2013 geleden en te lijden schade. Werkneemster legt aan haar vordering ten grondslag dat MCL gehouden is tot vergoeding van de gestelde schade, primair op grond van artikel 6:170 BW (aansprakelijkheid van MCL voor de fout van een ondergeschikte) en subsidiair op grond van artikel 7:658 BW (wegens schending van de zorgplicht van de werkgever voor de arbeidsomstandigheden).
De kantonrechter oordeelt als volgt. Voor aansprakelijkheid op grond van artikel 6:170 BW is een fout van een ondergeschikte vereist. Onder een fout is te verstaan een toerekenbare onrechtmatige daad. De vraag of de verpleegkundige kan worden verweten dat zij in de gegeven omstandigheden niet de vereiste zorgvuldigheid of oplettendheid heeft betracht moet ontkennend worden beantwoord. De verpleegkundige werd via haar pieper opgeroepen en kennelijk was sprake van een situatie waarin haast geboden was. Een en ander was voor werkneemster kenbaar, aangezien zij de pieper heeft horen afgaan. Het is een feit van algemene bekendheid dat zich dergelijke spoedeisende situaties in een ziekenhuis regelmatig voordoen. Bepaald gevaarscheppend gedrag is slechts onrechtmatig indien de mate van waarschijnlijkheid van een ongeval als gevolg van dat gedrag zo groot is, dat de verpleegkundige zich naar maatstaven van zorgvuldigheid van dat gedrag had moeten onthouden (vgl. HR 9 december 1994, NJ 1996/403, het ‘zwiepende tak’-arrest). Daarvan is geen sprake geweest. In het geval van een botsing kan slechts achteraf worden vastgesteld dat de verpleegkundige haar snelheid en/of de bewegingsruimte die zij had niet juist heeft ingeschat, maar niet kan worden gezegd dat de waarschijnlijkheid van een ongeval en letsel zo groot was dat zij haar pas had moeten inhouden of werkneemster had moeten waarschuwen. Al met al moet worden geconcludeerd dat sprake is geweest van een ongelukkige samenloop van omstandigheden. Bij de beantwoording van de vraag of MCL bij de naleving van haar zorgplicht als werkgever ex artikel 7:658 BW is tekortgeschoten, speelt - net als bij de toetsing aan artikel 6:170 BW - een rol dat zich bij het voorval van 10 juli 2013 een alledaags botsingsgevaar in een op zichzelf niet gevaarlijke werksituatie heeft voorgedaan. Het is een feit van algemene bekendheid dat zich overal waar mensen met elkaar verkeren, en zeker waar in een beperkte ruimte samen wordt gewerkt, botsingen kunnen voordoen. Daarvoor hoeft een werkgever niet specifiek te waarschuwen. Een voorval als dat waarvan werkneemster het slachtoffer is geworden lag niet in de lijn der reële verwachting. Niet gebleken is dat zich ter plaatse eerder ongelukken hebben voorgedaan. MCL is jegens werkneemster dan ook niet tekortgeschoten in haar zorgplicht. Volgt afwijzing van de vorderingen van werkneemster.