Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Leeuwarden), 20 januari 2016
ECLI:NL:RBNNE:2016:101
Stichting Talant/werknemer
Werknemer is in dienst getreden bij Stichting Talant (hierna: Talant), een organisatie die zorg, hulp en ondersteuning verleent aan mensen met een verstandelijke en/of lichamelijke handicap. Werknemer was laatstelijk werkzaam in een woning van Talant, waar een groep van negen cliënten van Talant woont. Naar aanleiding van een e-mail van 4 mei 2015 van een medewerker van Talant, is een onderzoeksbureau ingeschakeld met het verzoek een onderzoek in te stellen met de focus op mogelijk grensoverschrijdend en onprofessioneel gedrag jegens cliënten van Talant door drie medewerkers, waaronder werknemer. Ook is onderzoek gedaan naar mogelijk grensoverschrijdend en onprofessioneel gedrag jegens collega’s door de drie medewerkers. Uit het onderzoeksrapport d.d. 17 juli 2015 volgt dat grensoverschrijdend gedrag jegens cliënten door werknemer niet aannemelijk moet worden geacht. Wel acht het onderzoeksbureau aannemelijk dat werknemer zich schuldig heeft gemaakt aan onprofessioneel gedrag jegens collega’s. Zo heeft werknemer onder het mom van een ‘practical joke’ een pak Brinta aan de onderkant geopend en weer in het keukenkastje teruggezet, heeft hij de auto van een collega verplaatst en toonde werknemer pornografische afbeeldingen tijdens werktijd. Talant vordert ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van artikel 7:671b lid 1 onderdeel a BW, primair in verbinding met artikel 7:669 lid 3 onderdeel g BW en subsidiair in verbinding met artikel 7:669 lid 3 onderdeel e BW. Aan deze vordering legt Talant ten grondslag dat het gedrag van werknemer, mede gezien zijn zorgverlenende functie, volstrekt onacceptabel en in strijd met de geldende Gedragscode is. Werknemer verweert zich onder meer door aan te voeren dat het ontbindingsverzoek te maken heeft met zijn arbeidsongeschiktheid.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Hoewel sprake is van een opzegverbod, staat dit niet in de weg aan ontbinding, omdat niet is gebleken dat het verzoek verband houdt met de ziekte van werknemer. Naar het oordeel van de kantonrechter leveren de door Talant naar voren gebrachte feiten en omstandigheden geen redelijke grond voor ontbinding op, zoals bedoeld in artikel 7:669 lid 3 onderdeel g BW. Immers, op grond van het onderzoeksrapport is niet komen vast te staan dat werknemer zich jegens cliënten respectloos heeft gedragen. Met betrekking tot het grensoverschrijdende gedrag jegens collega’s overweegt de kantonrechter dat het incident met het Brinta-pak gezien moet worden binnen de sfeer van practical jokes die er kennelijk binnen het team heerste. Ook het incident met de auto van een collega dient op die wijze gerubriceerd te worden, met dien verstande dat zulks, zo ook door werknemer is erkend, te ver ging. Dit betekent echter niet dat dit incident objectief gezien de stelling van Talant rechtvaardigt dat hierdoor de arbeidsverhouding tussen partijen verstoord is geraakt, temeer nu dit incident zich buiten de (directe) werksfeer heeft voorgedaan. Voor wat betreft het tonen aan collega’s van porno(achtige) afbeeldingen en/of filmpjes oordeelt de kantonrechter dat dit handelen niet de conclusie rechtvaardigt dat er sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding, zodanig dat van de werkgever niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Evenmin levert het gedrag van werknemer naar het oordeel van de kantonrechter verwijtbaar handelen van werknemer op in de zin van artikel 7:669 lid 3 onderdeel e BW. Het gedrag van werknemer rechtvaardigt niet het verstrekkende gevolg van beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Een andere sanctie, bijvoorbeeld een waarschuwing, zou meer in de rede hebben gelegen. Volgt afwijzing van het ontbindingsverzoek.