Naar boven ↑

Rechtspraak

Inforcontracting /Sloopwerken
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 27 oktober 2015
ECLI:NL:GHAMS:2015:5688

Inforcontracting /Sloopwerken

Uitzender gehouden inlener te vrijwaren ondanks schending 658-verplichtingen inlener. Professionele partijen die vrijwaringsclausule opnemen hebben dit kennelijk bedoeld.

Op 16 maart 2011 is tussen Inforcontracting en Sloopwerken een Mantelovereenkomst Detachering (verder: de mantelovereenkomst) gesloten in verband met door Inforcontracting aan Sloopwerken uit te lenen arbeidskrachten. In deze overeenkomst is onder meer een vrijwaringsclausule opgenomen voor schade die door werknemers wordt geleden. Een van de door Inforcontracting uitgeleende werknemers heeft op 5 november 2012 schade opgelopen in de uitoefening van de werkzaamheden (bij het slopen van een lift is het contragewicht naar beneden gekomen en heeft zijn rechterhand en een deel van de onderarm afgerukt. Werknemer heeft Inforcontracting aansprakelijk gesteld voor de schade die hij als gevolg van het bedrijfsongeval heeft geleden. Toen Inforcontracting hem daarop liet weten ter zake niet verzekerd te zijn heeft werknemer ook Sloopwerken aansprakelijk gesteld. De verzekeraar van Sloopwerken, Delta Lloyd, heeft de aansprakelijkheid erkend. Deze verzekeraar is blijkens mededelingen ter zitting met werknemer een aan laatstgenoemde te betalen bedrag van € 255.000 overeengekomen. Voor Sloopwerken geldt hierbij een eigen risico van € 50.000. Inforcontracting heeft aan (de aansprakelijkheidsverzekeraar van) Sloopwerken op 21 maart 2013 te kennen gegeven zich niet gehouden te achten om, op grond van artikel 7.2 van de mantelovereenkomst, Sloopwerken te vrijwaren, omdat Sloopwerken deels debet aan het ongeval is. Dat Sloopwerken nalatig is geweest acht de rechtbank op zichzelf niet voldoende om te kunnen spreken van opzet of bewuste roekeloosheid aan de zijde van Sloopwerken.

Het hof oordeelt als volgt. Zowel Inforcontracting als Sloopwerken waren ervaren, professionele partijen. Inforcontracting heeft weliswaar gesteld dat zij ten tijde van het sluiten van de mantelovereenkomst nog weinig ervaring had met het detacheren van personeel voor sloopwerkzaamheden, maar zij heeft niet weersproken in 2011 voor 4604 uur personeel aan Sloopwerken te hebben uitgezonden en in 2012 gedurende 18.186 uur. Begin 2013 werd de mantelovereenkomst uit 2011 vervangen door de mantelovereenkomst 2013, waarbij artikel 7.2 ongewijzigd bleef. Kennelijk vormde de ruime ervaring die Inforcontracting toen al had opgedaan met het uitzenden van personeel naar het sloopbedrijf van Sloopwerken en ondanks het ongeval met werknemer, geen aanleiding op de vrijwaringsclausule terug te komen. Van een verband tussen de gestelde onervarenheid van Inforcontracting met het uitzenden van personeel voor sloopwerkzaamheden en het aangaan van de vrijwaringsbepaling is daarmee niet gebleken. De vrijwaringsbepaling is opgenomen in de tussen Sloopwerken en Inforcontracting gesloten (mantel)overeenkomst, welke overeenkomst tussen partijen is doorgenomen en bladzijde voor bladzijde door hen is geparafeerd. Er is dus niet sprake van een situatie waarbij algemene voorwaarden, die, mogelijk ongezien, Inforcontracting voor een verrassing stelden. Tussen Sloopwerken en Inforcontracting was overeengekomen dat Inforcontracting ervoor instond dat de gedetacheerde arbeidskrachten over een zogenaamd VCA-certificaat dienden te beschikken, en werknemer, net als de voorman , hier ook over beschikte. Sloopwerken mocht er derhalve van uitgaan dat beiden enigerlei kennis van veiligheidsvoorschriften hadden. Het hof is van oordeel dat, als gevolg van onvoldoende oplettendheid van de kant van Sloopwerken, waarbij werknemer mogelijk te veel heeft vertrouwd op de ervaring van de voorman als sloper, het ongeval heeft kunnen plaatsvinden. Dat is uiteraard als onzorgvuldig handelen zijdens Sloopwerken aan te merken, maar niet als bewust roekeloos of opzettelijk handelen. Van feiten en omstandigheden die dit laatste aantonen is niet gebleken. Het is daarmee in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar dat Sloopwerken een beroep doet op de vrijwaringsbepaling.