Naar boven ↑

Rechtspraak

AOR Trading B.V./werknemer
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 23 februari 2016
ECLI:NL:GHSHE:2016:652

AOR Trading B.V./werknemer

Belgische werknemer die voor 25% thuiswerkt, verricht niet een substantieel gedeelte van haar werkzaamheden buiten Nederland, zodat Nederlandse werkgever loonbetalingsverplichting conform Nederlands recht heeft (uitleg Verordening V987/2009 sociale zekerheid).

Werkneemster (45 jaar) is bij de rechtsvoorganger van AOR Trading in dienst getreden en werkzaam als senior contractmanager tegen een laatst verdiend loon van € 5.095,88 bruto per maand. Werkneemster is in België verplicht sociaal verzekerd en AOR Trading betaalt daarom voor haar maandelijks aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) te België een bijdrage. Zij verricht de werkzaamheden grotendeels vanuit Nederland en partijen hebben op de arbeidsovereenkomst Nederlands recht van toepassing verklaard. Werkneemster ontvangt maandelijks twee loonstroken van AOR Trading, één voor het Belgische deel en één voor het Nederlandse deel. Op 16 juni 2014 heeft AOR Trading aan werkneemster een voorstel gedaan tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Per 23 juni 2014 heeft werkneemster zich bij AOR Trading ziek gemeld. AOR Trading heeft over de ziekteperiode tot en met juli 2014 70% van het loon aan werkneemster betaald. Per 23 juli 2014 heeft het Belgische Ziekenfonds (hierna: OZ) uitkeringen gedaan aan werkneemster. In deze procedure vordert werkneemster doorbetaling van het loon door AOR Trading tot 31 janauri 2015. De voorzieningenrechter heeft de vordering van werkneemster toegewezen. Nu werkneemster in België woont en volgens AOR Trading voldaan is aan het vereiste van artikel 13 lid 1 onderdeel a Basisverordening dat werkneemster een substantieel gedeelte van haar werkzaamheden in België verricht, is op de loondoorbetalingsplicht bij ziekte uitsluitend Belgisch recht van toepassing, aldus AOR Trading.

Het hof oordeelt als volgt. AOR Trading is gevestigd in Nederland. Op grond van artikel 21 lid 1 onderdeel a van herschikte EEX-Verordening kon derhalve worden opgeroepen voor de Nederlandse rechter. Het hof volgt AOR Trading niet in haar betoog. Voorshands staat niet vast dat werkneemster een substantieel gedeelte van haar werkzaamheden in België verricht. Uit de stellingen van partijen en de overgelegde stukken leidt het hof af dat werkneemster haar werkzaamheden in beginsel verrichtte op het kantoor van AOR Trading in Nederland en dat zij verder gebruik maakte van de in artikel 3.2 van de arbeidsovereenkomst gegeven mogelijkheid ‘om bepaalde werkzaamheden vanuit thuis uit te voeren’. Hetgeen AOR Trading heeft aangevoerd is niet toereikend om te oordelen dat dit thuiswerken een zodanige aard en inhoud had dat voldaan is aan voornoemd vereiste, gezien de criteria daarvoor in artikel 14 lid 8 van de toepassingsverordening (V987/2009) behorende bij de Basisverordening. De blote stelling van AOR Trading dat werkneemster voor ten minste 25% vanuit België werkzaam was, is daartoe mede gelet op de gemotiveerde betwisting ter zake door werkneemster onvoldoende. Anders dan AOR lijkt te menen is bovendien 25% geen beslissend criterium, nu artikel 14 lid 8 slotzin bepaalt: ‘In het kader van een algemene beoordeling geldt een aandeel van minder dan 25 % voor de bovengenoemde criteria als indicatie dat een substantieel gedeelte van de werkzaamheden niet in de betrokken lidstaat wordt verricht.’ Dit betekent niet meer of minder dan dat een 25% aandeel een indicatieve waarde heeft in het kader van een totale weging. Evenmin is van belang of de verschuldigde bijdrage als door AOR in België betaald substantieel hoger is dan de premie die AOR in Nederland is verschuldigd. Het hof gaat er derhalve vooralsnog van uit dat in het onderhavige geval artikel 13 lid 1 onderdeel b onder i Basisverordening van toepassing is, welke aanwijzingsregel de wetgeving van de lidstaat waar de werkgever is gevestigd van toepassing verklaart. Zoals de voorzieningenrechter terecht heeft overwogen, blijkt uit artikel 6 van de arbeidsovereenkomst bovendien dat partijen een rechtskeuze hebben gedaan voor Nederlands recht. Uit het voorgaande volgt dat in dezen Nederlands recht van toepassing is. Op grond van artikel 21 Basisverordening jo. artikel 7:629 BW rust dan ook op AOR Trading een loondoorbetalingsplicht van 70% van het loon bij ziekte. De onderhavige grief faalt dus.