Naar boven ↑

Rechtspraak

Car Lease B.V./werknemer
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 22 maart 2016
ECLI:NL:GHSHE:2016:1044

Car Lease B.V./werknemer

Samengaan verschillende leaseafdelingen levert geen overgang van onderneming op. Concurrentiebeding derhalve niet langer geldig.

Werknmer is op 15 maart 2006 voor onbepaalde tijd in dienst getreden bij Automobielbedrijf X BV in de functie van commercieel manager. Op deze arbeidsovereenkomst zijn een geheimhoudings- en concurrentiebeding van toepassing. Op 29 januari 2007 zijn de verschillende leasebedrijven van werkgever opgegaan in Car Lease BV. Enige tijd nadien is de functie van werknemer gewijzigd in de functie van accountmanager. Werknemer heeft de arbeidsovereenkomst opgezegd tegen 1 februari 2013 om in dienst te treden van Autolease BV. Car Lease BV heeft boetes en schade gevorderd wegens overtreding van de bedingen. Volgens de kantonrechter is geen sprake van overgang van onderneming en zijn de bedingen derhalve niet langer geldig.

Het hof oordeelt als volgt. Waar Car Lease BV zich op het standpunt stelt dat zij de rechtsopvolger is van Automobielbedrijf X BV, kan het hof haar bij gebreke aan nadere onderbouwing daarin niet volgen. Zo is onduidelijk op welke wijze, zoals zij stelt, de leaseafdeling formeel-juridisch van de vennootschap is losgekoppeld. Ook acht het hof onvoldoende onderbouwd de stelling van Car Lease BV dat materiële activa (computers, het computersysteem, de inventaris e.d.) van Automobielbedrijf X BV zijn overgegaan naar Car Lease BV. Ook hierop heeft werknemer gewezen. Car Lease BV is daarop, hoewel daartoe in de gelegenheid, in haar akte niet ingegaan. Voorts is van onvoldoende betekenis dat de leaseafdeling reeds autonoom opereerde, zoals Car Lease BV bepleit onder andere door overlegging van verklaringen van oud-medewerkers van Automobielbedrijf X BV. Waar het om gaat is of gezegd kan worden dat de leaseafdeling is overdragen aan Car Lease BV als bedoeld in artikel 7:662 BW e.v. Uit de rechtspraak van het HvJ EU volgt dat voor het antwoord op de vraag of sprake is van een overgang in de zin van de richtlijn, beslissend is of de identiteit van het bedrijf bewaard blijft. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt niet in te zien dat dit hier het geval is.

Ten aanzien van het relatiebeding verenigt het hof zich met het oordeel van de kantonrechter dat niet voldaan is aan het schriftelijkheidsvereiste en dat daarom geen sprake is van een geldig overeengekomen relatiebeding, en maakt dit oordeel tot het zijne. Een relatiebeding is een concurrentiebeding ex artikel 7:653 BW. Aan het schriftelijkheidsvereiste van artikel 7:653 lid 1 BW, ligt de gedachte ten grondslag dat hierin een bijzondere waarborg is gelegen dat de werknemer de consequenties van dit voor hem bezwarende beding goed heeft tot zich heeft laten doordringen. Met enkel de brief van 29 januari 2007 is dit naar het oordeel van het hof onvoldoende gewaarborgd. In deze brief wordt geen melding gemaakt van het beding.

Met betrekking tot het geheimhoudingsbeding oordeelt het hof dat nu geen feitelijke grondslag wordt geboden voor de vordering ten aanzien van het geheimhoudingsbeding, aan de discussie over schriftelijkheid voorbij zal worden gegaan.