Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Pronk Import BV
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 30 juni 2015
ECLI:NL:GHAMS:2015:2706

werknemer/Pronk Import BV

Loonvordering werknemer toegewezen op basis van nieuwe berekening. Een redelijke uitleg van de onderhavige cao-bepaling brengt mee dat uitgegaan wordt van de voor alle werknemers meest gunstige maximumgrens.

Werknemer is van 1 mei 1976 tot zijn pensionering met ingang van 1 mei 2012 bij Pronk Import B.V. (hierna: Pronk) in dienst geweest. Ter uitvoering van een met FNV gesloten overeenkomst heeft Pronk aan vier van haar werknemers met terugwerkende kracht tot 1 januari 2002 de structurele cao-loonsverhogingen als bedoeld in Bijlage I van de cao uitbetaald. Aan werknemer en vier andere werknemers zijn die verhogingen niet toegekend omdat laatstbedoelde werknemers volgens Pronk op grond van lid 4 van Bijlage I geen aanspraak hadden op die structurele salarisverhogingen. Het hof heeft bij tussenarrest overwogen dat werknemer aanspraak kan maken op de cao-loonsverhogingen vanaf 1 januari 2002 voor zover zijn loon niet meer bedroeg dan de maximumgrens van de zorgtoeslag. Werknemer is in de gelegenheid gesteld bij akte nieuwe berekeningen van zijn vorderingen over te leggen. Werknemer heeft naar aanleiding hiervan een akte genomen, waarbij hij berekeningen in het geding heeft gebracht.

Het hof oordeelt ten aanzien van deze berekeningen als volgt. Met betrekking tot de door werknemer in het geding gebrachte berekeningen heeft Pronk opgemerkt dat werknemer in zijn berekeningen uitgaat van de maximumgrens voor het ziekenfonds/de zorgtoeslag voor gehuwden/samenwonenden, maar dat de cao dat niet bepaalt. Er bestaat ook een maximumgrens voor alleenstaanden om voor zorgtoeslag in aanmerking te komen en die is aanzienlijk lager dan de grens voor gehuwden/samenwonenden. Het recht op loonsverhoging kan volgens Pronk niet afhankelijk zijn van de vraag of een werknemer al dan niet met een (toeslag)partner leeft. Een redelijke uitleg van de cao zou meebrengen dat het recht op loonsverhoging voor alle werknemers op gelijke wijze wordt bepaald en dat daarbij uitgegaan wordt van de ziekenfondsgrens/zorgtoeslaggrens voor alleenstaanden. Het hof volgt Pronk niet in dit betoog. Het onderschrijft de stelling van Pronk dat het onwenselijk is dat niet voor alle werknemers dezelfde maximumgrens geldt. Een redelijke uitleg van de onderhavige cao-bepaling brengt evenwel mee dat dan wordt uitgegaan van de voor alle werknemers meest gunstige maximumgrens en dat is die voor gehuwden/samenwonenden. Grammaticale uitleg van lid 5 van Bijlage 1 van de cao levert ook dat maximum op. In zijn berekeningen is werknemer van die grens uitgegaan. Het hof zal de berekeningen van werknemer, waartegen Pronk overigens geen verweer heeft gevoerd, dus volgen, met dien verstande dat deze gecorrigeerd zullen worden voor zover daarin de door Pronk in haar akte gesignaleerde rekenfouten voorkomen. Volgt toewijzing van de loonvordering van werknemer, met dien verstande dat de te wijzen wettelijke verhoging wordt beperkt tot 10%.