Rechtspraak
Gerechtshof Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 21 juni 2016
ECLI:NL:GHDHA:2016:1701
Verzekerings Unie B.V./werknemer c.s.
Verzekerings Unie is een onderneming die zich richt op het beheren van assurantieportefeuilles en het bemiddelen in assurantiën, financiering, hypotheken en andere bancaire producten. In de arbeidsovereenkomst van werknemers is onder meer een provisieregeling overeengekomen. In januari 2010 is Verzekerings Unie met vakbond De Unie in onderhandeling getreden over het beloningsbeleid en het bedieningsmodel van buitendienstmedewerkers. Op 31 mei 2010 hebben zij een akkoord bereikt. Per 1 juli 2010 geldt een nieuwe provisieregeling. Kern van het geschil tussen partijen betreft de vraag of de twee werknemers zijn gebonden aan de nieuwe provisieregeling, winstdelingsregeling en ziekengeldregeling die tussen Verzekerings Unie en vakbond De Unie zijn overeengekomen.
Het hof oordeelt als volgt. De tussen Verzekerings Unie en vakbond De Unie gesloten overeenkomst van 14 juni 2011 – waaruit instemming over de nieuwe regelingen volgt – betreft een cao. Net als de kantonrechter komt het hof tot de conclusie dat werknemers niet, op grond van het bepaalde in artikel 9 Wet CAO, gebonden zijn aan de in de cao-2010 geregelde wijzigingen van de arbeidsvoorwaarden. Werknemers zijn in 1980 respectievelijk 1986 in dienst getreden van AMEV. Hun arbeidsovereenkomsten bevatten een incorporatiebeding. Volgens dit beding zijn de toen geldende AMEV ondernemings-cao en eventuele latere aanvullingen daarop of wijzigingen daarvan, evenzeer op de individuele arbeidsovereenkomsten van toepassing. Het is een kwestie van uitleg of ook andere (toekomstige) cao’s dan de AMEV ondernemings-cao via dit incorporatiebeding van toepassing zouden worden op de individuele arbeidsovereenkomsten. Duidelijk is dat de situatie zoals die ten tijde van het aangaan van de arbeidsovereenkomsten met werknemers gold ingrijpend is gewijzigd. Er hebben diverse fusies plaatsgevonden, waaruit Fortis ASR ontstond, en deze entiteit maakte weer onderdeel uit van de groep Fortis Verzekeringen Nederland NV, Europeesche Verzekeringen, Ardanta en Falcon. Buitendienstmedewerkers werden ondergebracht bij Verzekerings Unie, op dat moment een onderdeel van Fortis Verzekeringen Nederland NV. In 2009 werd Verzekerings Unie afgesplitst. Naar het oordeel van het hof kan de inhoud van de cao-2010 niet gerekend worden tot de in het incorporatiebeding bedoelde 'aanvullingen of wijzigingen' van de AMEV ondernemings-cao. De geschetste veranderingen in de organisatie en de onderbrenging van de buitendienstmedewerkers in een separate vennootschap dwingen tot de conclusie dat een geheel andere situatie is ontstaan, zodat de cao-2010 niet te vereenzelvigen valt met de AMEV ondernemings-cao. Werknemers zijn dan ook op grond van het incorporatiebeding niet gebonden aan de cao-2010. Partijen debatteren voorts over de vraag of de Provisieregeling-2006 een cao was. Deze discussie is relevant omdat in de Provisieregeling-2006 een wijzigingsbeding als bedoeld in artikel 7:613 BW was opgenomen, waaraan Verzekerings Unie werknemers aldus gebonden acht. Het hof overweegt dat, als al moet worden uitgegaan van de cao-status van de Provisieregeling-2006, de vraag is of werknemers automatisch aan het wijzigingsbeding dat daarin was opgenomen, gebonden zijn. Werknemers waren toentertijd ongebonden werknemers, en nu gesteld noch gebleken is dat de cao algemeen verbindend was verklaard, konden zij aan dat wijzigingsbeding alleen gebonden worden als zij met de toepassing van die regeling schriftelijk (artikel 7:613 BW) hadden ingestemd. Dit laatste is niet gebleken. Dit betekent dat werknemers niet, via dit wijzigingsbeding, gebonden zijn aan de verandering van hun arbeidsvoorwaarden door de cao-2010. Daarnaast is instemming van de OR niet aan de orde, omdat de nieuwe regelingen in een cao zijn geregeld. De door Verzekerings Unie aangedragen grieven stranden alle. Het vonnis van de kantonrechter zal worden bekrachtigd.