Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 4 augustus 2016
ECLI:NL:GHSHE:2016:3479
OCI/erven van werknemer
Werknemer (1957) is op 1 februari 1981 bij de rechtsvoorganger van OCI in dienst getreden. Hij vervulde laatstelijk de functie van Urean verlader tegen een salaris van € 3.888 bruto per maand, inclusief emolumenten. OCI heeft in eerste aanleg verzocht de arbeidsovereenkomst met werknemer te ontbinden. Op 4 februari 2016 is werknemer overleden. Op 5 februari 2016 heeft de kantonrechter de arbeidsovereenkomst tussen OCI en werknemer ontbonden met ingang van 1 april 2016 en OCI veroordeeld om aan werknemer een transitievergoeding te betalen van € 76.000. OCI is van deze beschikking in hoger beroep gekomen en verzoekt het hof te verklaren voor recht dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen van rechtswege is geëindigd op 4 februari 2016 door het overlijden van werknemer en te oordelen dat geen transitievergoeding is verschuldigd.
Het hof oordeelt als volgt. Het hoger beroep komt er in de kern op neer dat de arbeidsovereenkomst niet meer ontbonden kon worden, omdat deze al was geëindigd vóór de datum van ontbinding en zelfs vóór de bestreden beschikking. Werknemer is immers op 4 februari 2016 dood aangetroffen in zijn woning. Artikel 7:674 lid 1 BW bepaalt dat de arbeidsovereenkomst eindigt door de dood van de werknemer. De arbeidsovereenkomst tussen OCI en werknemer is derhalve van rechtswege geëindigd op 4 februari 2016. De kantonrechter kon de arbeidsovereenkomst op 5 februari 2016 dan ook niet meer ontbinden met ingang van 1 april 2016. Het hoger beroep slaagt derhalve. Dat betekent dat de bestreden beschikking dient te worden vernietigd en dat alle verzoeken zoals in eerste aanleg geformuleerd alsnog moeten worden afgewezen. De in hoger beroep gevraagde verklaring voor recht kan worden toegewezen.