Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Amersfoort), 12 augustus 2016
ECLI:NL:RBMNE:2016:4545
werknemer/Wilco B.V.
De kantonrechter oordeelt als volgt. In de tussenbeschikking van 10 februari 2016 is Wilco in de gelegenheid gesteld bewijs te leveren van feiten en omstandigheden waaruit volgt dat werknemer geen toestemming had voor het meenemen van drie Fantasia IX-boeken op 7 oktober 2015. Wilco heeft in het kader van de bewijsopdracht A, B, C en D laten horen. Werknemer heeft in contra-enquête zichzelf doen horen. Nu gesteld noch gebleken is dat op 7 oktober 2015 anderen dan werknemer en B aanwezig waren op de bandenmaakafdeling, kunnen uitsluitend B en werknemer uit eigen wetenschap verklaren over wat daar is voorgevallen en gezegd. Werknemer verklaart dat hij van B toestemming heeft gekregen om de drie boeken mee te nemen. B ontkent dat hij deze toestemming heeft gegeven. Nu de verklaringen van B en werknemer juist op dit doorslaggevende punt recht tegenover elkaar staan en de bewijslast bij Wilco rust, ligt het op de weg van Wilco om voor zover mogelijk nader bewijs in het geding te brengen. Echter, de verklaringen van A , D en C dragen niet bij aan de bewijslevering, omdat zij over de al dan niet verleende toestemming niet uit eigen waarneming kunnen verklaren. Werknemer daarentegen verklaart dat het mogelijk is dat de overhandiging van de boeken door B aan hem geregistreerd is op beveiligingscamera’s. Nu ook C en D onder ede verklaren dat er camera’s aanwezig zijn op de afdeling bandenmakerij, is naar het oordeel van de kantonrechter vast komen te staan dat zich camera’s bevinden op de afdeling waar werknemer op 7 oktober 2015 aan het werk was. De opmerkingen van Wilco, bij akte na getuigenverhoor, dat er geen camera's hangen op de bandenmaakafdeling, zijn, met het oog op voornoemde (andersluidende) verklaringen (onder ede) van C en D, niet geloofwaardig. De conclusie moet dan ook zijn dat er beelden zijn, waarop in elk geval is waar te nemen wat er is gebeurd op de afdeling bandenmakerij op 7 oktober 2015. Partijen zijn het er verder over eens dat er in het magazijn/expeditieruimte camera’s hangen. Op de beelden van de bewakingscamera’s zou derhalve ook te zien kunnen zijn of B en werknemer de afdeling Bandenmakerij gezamenlijk verlieten. Wilco heeft echter nagelaten ook maar enig beeldmateriaal in het geding te brengen. Ook anderszins heeft Wilco geen nader bewijs in het geding gebracht. Nu zij dat niet heeft gedaan, wordt geoordeeld dat Wilco niet in het haar opgedragen bewijs is geslaagd. Het moet er dan ook voor gehouden worden dat werknemer in elk geval materieel toestemming heeft gekregen van B om de drie Fantasia IX-boeken mee te nemen, ook al staat er geen handtekening en/of stempel in de drie bedoelde boeken. Daaruit volgt dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig gegeven is. De opzegging van 7 oktober 2015 wordt dan ook vernietigd.
In de zaak van het (voorwaardelijk) tegenverzoek. Wilco heeft bij tegenverzoek verzocht om werknemer te veroordelen tot betaling van een vergoeding wegens onregelmatige opzegging. Nu de opzegging vernietigd wordt, moet dit deel van het verzochte worden afgewezen. Wilco heeft verder verzocht de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Wilco legt aan dit tegenverzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst ten grondslag dat er sprake is van verwijtbaar handelen door werknemer, omdat hij volgens Wilco zonder toestemming drie boeken heeft meegenomen. Daarbij voert Wilco nog aan dat werknemer een gewaarschuwd man is, niet alleen wat betreft het beleid omtrent het meenemen van boeken maar ook waar het betreft het stilzetten van machines zonder toestemming en het bellen en roken op de werkvloer. De grondslag is zozeer dezelfde als die ten aanzien van het ontslag op staande voet is aangevoerd, dat er geen enkele redelijke grond is voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Immers, omdat Wilco niet is geslaagd in de haar gegeven bewijsopdracht, moet ook bij de beoordeling van het tegenverzoek het uitgangspunt zijn dat werknemer wel materieel toestemming had om de drie boeken mee te nemen. Het (voorwaardelijk) verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst zal dan ook worden afgewezen.