Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 30 augustus 2016
ECLI:NL:GHAMS:2016:3575
werknemer/GF Deko BV
Werknemer is in 1997 in dienst getreden bij Deko, eerst als timmerman, laatstelijk als meewerkend voorman. Op 27 december 2013 heeft Deko de arbeidsovereenkomst met werknemer opgezegd per juni 2014 op grond van bedrijfseconomische redenen, met toestemming van het UWV. In oktober 2014 heeft Deko werknemer aangeboden om weer voor een jaar bij haar in dienst te treden. Dat heeft werknemer geweigerd. De kantonrechter oordeelde dat de opzegging niet in overeenstemming is met het goed werkgeverschap en daarom kennelijk onredelijk en kende een schadevergoeding toe van € 4.000 netto (werknemer vorderde een vergoeding van € 119.918,12). Tegen de beslissing over de hoogte van de schadevergoeding en de gegeven motivering komt werknemer met zes grieven op. Het hof oordeelt als volgt. In zijn eerste grief maakt werknemer bezwaar tegen het oordeel van de kantonrechter dat Deko voldoende duidelijk heeft gemaakt dat op het moment van de opzegging van de arbeidsovereenkomst met werknemer, sprake was van noodzakelijke krimp door vermindering van onderhanden werkzaamheden in de functiecategorie van werknemer. Voor een oordeel over de omvang van de schade(vergoeding), moet gekeken worden naar de omstandigheden zoals deze zich niet later dan op het tijdstip van ingang van het ontslag voordeden waarbij nadien intredende omstandigheden in aanmerking kunnen genomen worden voor zover zij aanwijzingen opleveren voor wat niet later dan op voormeld tijdstip kon worden verwacht. Het hof is van oordeel dat het hebben verkregen van opdrachten voor Deko, na de opzegging van de arbeidsovereenkomst, geen reden behoefde te zijn het ontslag van werknemer te herzien. De grief wordt verworpen. De tweede grief, waarin werknemer opkomt tegen het oordeel van de kantonrechter dat niet vast is komen te staan dat Deko zelfstandigen heeft ingeschakeld om werkzaamheden te verrichten die werknemer had kunnen uitvoeren, faalt ook. Werknemer heeft niet, althans onvoldoende specifiek, gesteld dat na 13 juni 2014 (einddatum arbeidsovereenkomst) zelfstandigen werkzaamheden hebben verricht die werknemer had kunnen verrichten zodanig dat kan worden gezegd dat zijn baan nadien is vervuld door zelfstandigen. Met grief 3 stelt werknemer aan de orde dat de kantonrechter ten onrechte heeft overwogen dat werknemer vanaf 2010 niet als meewerkend voorman voor Deko heeft gewerkt. Hierdoor is de ontslagaanvraag door Deko op een valse grond gedaan, aldus werknemer. De opstelling van werknemer in met name de tweede UWV-procedure en in de dagvaarding in eerste aanleg, de schriftelijke verklaringen van medewerkers van Deko over de aard van de werkzaamheden van werknemer en het werken- en urenoverzicht dat door Deko in het geding is gebracht, brengen het hof tot het oordeel dat werknemer zijn thans ingenomen stelling dat hij vanaf 2010 heeft gewerkt als meewerkend voorman in het licht van de betwisting daarvan onvoldoende heeft onderbouwd. De grief faalt. Grieven 4, 5 en 6 betreffen het door Deko gedane aanbod voor een nieuwe arbeidsovereenkomst en de hoogte van de door de kantonrechter toegekende schadevergoeding. Het hof heeft al vastgesteld dat voorafgaand aan het ontslag Deko aan werknemer heeft kenbaar gemaakt dat er een kans bestond op een nieuwe arbeidsovereenkomst. Uiteindelijk is in oktober 2014 een arbeidsovereenkomst voor een jaar aangeboden ingaande 1 november 2014. Dat aanbod heeft werknemer geweigerd. Het hof is van oordeel dat die weigering voor zijn rekening en risico komt. Ook gelet op de voorgeschiedenis – Deko had eerder in 2010 een reeds verleend ontslag ingetrokken – had werknemer de toezeggingen op dit punt en vervolgens het concrete aanbod, serieus moeten nemen. Door dat niet te doen heeft werknemer welbewust een door Deko geboden mogelijkheid om zijn schade te beperken afgewezen. De kantonrechter heeft aldus, gelet op deze aan werknemer toe te rekenen omstandigheid die tot de schade heeft bijgedragen, terecht de vergoedingsplicht van Deko verminderd. Ook deze drie grieven treffen geen doel. Omdat de grieven falen zal het vonnis waarvan beroep worden bekrachtigd.