Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Leeuwarden), 12 oktober 2016
ECLI:NL:RBNNE:2016:4668
ABN AMRO BANK N.V./werknemer
Werknemer is op 1 mei 2007 in dienst getreden bij ABN AMRO BANK N.V. (hierna: ABN AMRO). Werknemer vervulde laatstelijk de functie van Beleggingsadviseur. ABN AMRO verzoekt de arbeidsovereenkomst met werknemer te ontbinden vanwege verwijtbaar handelen van werknemer. ABN AMRO legt aan dit verzoek onder meer ten grondslag dat werknemer zonder opdracht van de klant transacties heeft verricht en dat werknemer zich schuldig heeft gemaakt aan onjuiste verslaglegging. ABN AMRO stelt zich op het standpunt dat het handelen van werknemer als ernstig verwijtbaar dient te worden gekwalificeerd.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Voor wat betreft het verwijt dat werknemer zonder opdracht een interne overboeking heeft gedaan ten laste van een klant (hierna: klant X) geldt dat werknemer niet heeft weersproken dat hij zonder opdracht € 60.000 van diens spaarrekening heeft overgeboekt naar diens beleggingsrekening. Voorop staat dat ABN AMRO erop moet kunnen vertrouwen dat haar werknemers uitsluitend in opdracht van klanten overboekingen doen. Door eigenmachtig geld over te boeken heeft werknemer dit vertrouwen beschadigd. Daar komt in dit geval nog bij dat werknemer ter rechtvaardiging van dit handelen heeft aangevoerd dat hij wilde voorkomen dat klant X de ‘vijfdagenbrief’ zou ontvangen, omdat hij voorzag dat de klant hier heel boos over zou worden en de brief volgens werknemer in dit geval ook onterecht zou zijn geweest. Volgens werknemer was van een dekkingstekort in het geval van klant X namelijk feitelijk geen sprake, omdat het saldo van diens spaarrekening bij de berekening van de dekking van de beleggingsportefeuille van de klant ten onrechte niet wordt meegenomen door ABN AMRO. Omdat hij klant X niet kon bereiken, maar wist dat deze veel ophef zou maken over de vijfdagenbrief en desgevraagd zeker zijn fiat zou geven aan de overboeking, heeft werknemer ervoor gekozen om eigenhandig tot overboeking over te gaan. De kantonrechter acht deze handelswijze van werknemer om meerdere redenen verwijtbaar. Allereerst geldt het uiteraard als verwijtbaar dat, zonder overleg met een klant, overboekingen worden gedaan van de ene rekening van de klant naar de andere. De kantonrechter acht evenwel de onderliggende beweegredenen van werknemer voor dit handelen minstens zo verwijtbaar, zo niet hem zwaarder aan te rekenen. Immers, door aldus te handelen heeft werknemer welbewust een controlemechanisme van de bank richting de klant – de zogenoemde vijfdagenbrief – omzeild. Dit klemt temeer daar ter zitting is gebleken dat werknemer ook niet veel moeite heeft gedaan om klant X te bereiken. Vervolgens is voor de kantonrechter onbegrijpelijk dat werknemer, toen telefonisch contact met klant X niet lukte, er zonder intern overleg met bijvoorbeeld zijn leidinggevende of de private banker van klant X, toe besloot om eigenhandig geld van de spaarrekening van de klant over te boeken, terwijl andere, minder verstrekkende opties, ook denkbaar waren om de toorn van de klant voor te zijn, zoals een e-mailbericht of een voicemailbericht.
Voor wat betreft het verwijt dat werknemer zich schuldig heeft gemaakt aan onjuiste verslaglegging in CRM oordeelt de kantonrechter (onder meer) als volgt. Als onbetwist staat vast dat werknemer twee opdrachten tot het aankopen van AEX-(week)opties niet heeft vastgelegd in CRM. Indachtig het beleid van ABN AMRO om in beginsel geen weekopties meer aan te schaffen had het werknemer wel duidelijk behoren te zijn dat opdrachten van klanten die van dit beleid afweken en in weerwil van het beleid door hem werden uitgevoerd zodanig relevant zouden worden geoordeeld dat die opdrachten vastlegging behoefden in CRM. Dat werknemer dit heeft nagelaten kan hem worden aangerekend. Voorts heeft ABN AMRO voldoende aannemelijk gemaakt dat de verslaglegging van een gesprek tussen werknemer en een klant haaks staat op het feitelijk verloop van het gesprek, waarmee werknemer zich schuldig heeft gemaakt aan onjuiste verslaglegging. De kantonrechter acht deze handelswijze in deze temeer kwalijk, nu het de uitdrukkelijke wens van ABN AMRO was om opties waar mogelijk af te bouwen en in ieder geval de risico’s van doorrollen expliciet met de klant te bespreken. Werknemer heeft de betreffende klant echter zonder enig voorbehoud juist geadviseerd om haar opties door te rollen. De kantonrechter komt tot de slotsom dat het handelen van werknemer zodanig verwijtbaar is dat sprake is van een situatie waarbij van ABN AMRO niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst nog langer te laten voortduren. Het welbewust omzeilen van het beleid van de bank en dat verbloemen door frauduleuze verslaglegging is naar het oordeel van de kantonrechter te kwalificeren als ernstig verwijtbaar. Daarbij weegt voor de kantonrechter mee dat door alle aandacht die er de laatste jaren is geweest voor het vraagstuk van de integriteit – hetgeen zich onder meer heeft vertaald in de verplichting voor een ieder werkzaam in de bancaire sector om de bancaire eed af te leggen – een schending van die integriteit als een zware misstap wordt gezien. Volgt ontbinding van de arbeidsovereenkomst per 1 november 2016, zonder toekenning van de transitievergoeding.