Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 18 oktober 2016
ECLI:NL:GHARL:2016:8264
werknemer/de Stichting
Werkneemster (geboren 1961) was sinds 24 augustus 2015 bij werkgever in dienst als roostermaker tegen een brutosalaris van € 2.759 per maand. Kort na haar indiensttreding ontstaan spanningen tussen haar en haar collega’s, alsmede haar leidinggevende (in wie zij regelmatig het vertrouwen opzegt). Een uitvoerige mail aan collega(’s) waarin zij nogmaals haar visie op het disfunctioneren van haar leidinggevende uiteenzet, vormt de druppel voor de werkgever over te gaan tot ontslag. De kantonrechter heeft de arbeidsovereenkomst ontbonden op de e-grond. Werkneemster verzoekt thans herstel van de arbeidsovereenkomst.
Het hof oordeelt als volgt. Het hof is, met de kantonrechter, van oordeel dat met name het doen van uitlatingen aan een collega als opgenomen in de e-mail van 30 oktober 2015 zodanig verwijtbaar handelen van werkneemster oplevert, dat van werkgeefster in redelijkheid niet kon worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Daarbij wordt overwogen dat die e-mail boven tafel kwam in een situatie waarin werkneemster slechts ongeveer drie maanden in dienst was, in welke periode zij problemen in de samenwerking ondervond met vier van haar collega’s, onder wie leidinggevende. Werkneemster schroomde niet om aan haar leidinggevende in ongepaste bewoordingen haar opvattingen over haar collega’s mede te delen (‘En verwacht niet te veel van die collega 3, collega 2 heeft het ook allemaal maar nauwelijks onder de knie’, zie de e-mail van 15 september 2015; ‘maar collega 1 dreigt een nagel aan mijn doodskist te worden’, zie de e-mail van 17 september 2015). Er ontstonden strubbelingen tussen werkneemster en leidinggevende over de praktische aspecten van het werk, zoals vakantiedagen en werktijden, waarin werkneemster eigengereid opereerde, zoals blijkt uit de tekst van de e-mails van bijvoorbeeld 14, 21 en 23 oktober 2015 (‘geen gezeur over vakantiedagen’, ‘ik ga eens een tijdje proberen om om 15.30 uur naar huis te gaan’). Werkneemster heeft voorts het vertrouwen in leidinggevende opgezegd. Het bericht geeft geen blijk van wanhoop, maar van een plan. Werkneemster heeft tijdens de mondelinge behandeling nog verklaard dat zij een ‘directe stijl van communiceren’ heeft. Dit is naar het oordeel van het hof een eufemisme voor een wijze van opereren die een vruchtbare samenwerking onmogelijk maakte. Het hof is ook met de kantonrechter van oordeel dat dit handelen ernstig verwijtbaar is, zodat de kantonrechter de arbeidsovereenkomst terecht per direct op de e-grond heeft ontbonden.