Naar boven ↑

Rechtspraak

Hermes Groep NV/ondernemingsraad van Hermes Groep BV
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 17 november 2016
ECLI:NL:GHSHE:2016:5163

Hermes Groep NV/ondernemingsraad van Hermes Groep BV

Door camerabeelden tegen de chauffeur te gebruiken, terwijl er geen sprake was van vermoedens van een misdrijf of van een vordering van het openbaar ministerie, heeft werkgever in dit concrete geval de Regeling Cameratoezicht te ruim uitgelegd. De inzet van Mystery Guests dient als nietig besluit te worden aangemerkt, nu instemming van de OR ontbreekt.

Hermes Groep NV (hierna: Hermes) exploiteert openbaar vervoer. Hermes maakt deel uit van het Connexion-concern. Vanaf 2010 zet Hermes incidenteel Mystery Guests – anonieme rijinstructeurs in op ritten. Binnen het concern van Connexion wordt ter bevordering van onder meer sociale veiligheid gebruik gemaakt van cameratoezicht in voertuigen en op stations. In dat verband is door Connexion een ‘Regeling Cameratoezicht Connexion’ opgesteld. Tussen de ondernemingsraad (hierna: OR) en Hermes zijn een tweetal geschillen ontstaan, één met betrekking tot de inzet van de Mystery Guests en één met betrekking tot het gebruik van beelden voortvloeiend uit het cameratoezicht. De kantonrechter heeft in eerste aanleg met betrekking tot de Regeling Cameratoezicht Hermes met onmiddellijke ingang verboden camerabeelden tegen haar werknemers te gebruiken, behoudens als onderdeel van een formele aangifte van een misdrijf of betrokkenheid daarbij en/of indien politie/justitie de beelden heeft opgevraagd. Tegen dit vonnis komt Hermes in hoger beroep.

Het hof oordeelt als volgt. Ten aanzien van het cameratoezicht wordt als volgt overwogen. Vast staat dat het om één enkel op zichzelf staand geval gaat waarin Hermes camerabeelden tegen een chauffeur heeft gebruikt in een ontslagprocedure, zodat van een wijzigingsbesluit, in de zin dat meer dan incidenteel – dus met enige bestendigheid – wordt afgeweken van de Regeling Cameratoezicht, geen sprake is. Er is dan ook geen sprake van een instemmingsplichtig (wijzigings)besluit dat betrekking heeft op alle of een groep van de in de onderneming van Hermes werkzame personen, als bedoeld in artikel 27 WOR. Nu de rechtsgrond voor het door de OR verzochte verbod op basis van de WOR ontbreekt, dient het door de kantonrechter opgelegde verbod reeds hierom te worden vernietigd. Dat neemt niet weg dat het door Hermes binnen haar eigen onderneming uitgevoerde gebruik van camerabeelden tegen een van haar chauffeurs, indien sprake zou zijn van een bestendige(r) gedragslijn van alleen binnen Hermes, wel degelijk een aangelegenheid van de OR van Hermes is. Het gebruik van de beelden zoals in het voorgaande incidentele geval, waarin de beelden zijn gebruikt in een ontslagprocedure, is gebaseerd op een onjuiste interpretatie van de Regeling Cameratoezicht. De OR heeft – onweersproken – aangevoerd dat de initiators van de Regeling Cameratoezicht het er destijds zonder enige terughoudendheid over eens waren dat het doel van de installatie van de camera’s niet is gelegen in het (kunnen) volgen van de medewerkers en dat dit gezamenlijke uitgangspunt daarom expliciet op pagina twee van de regeling is opgenomen. Voornoemde tekst van de Regeling Cameratoezicht biedt geen ruimte om buiten de in deze tekst opgesomde uitzonderlijke situaties camerabeelden tegen de werknemers van Hermes te gebruiken. Nu Hermes in het hierboven besproken geval camerabeelden tegen de chauffeur heeft gebruikt terwijl er geen sprake was van vermoedens van een misdrijf of van een vordering van het openbaar ministerie, is de conclusie van het hof dat Hermes in dit concrete geval de Regeling Cameratoezicht te ruim heeft uitgelegd. Indien Hermes wenst dat de Regeling Cameratoezicht ook voor de door haar omschreven situaties rond gedrag van medewerkers zal gelden zal daartoe de ‘koninklijke’ weg, namelijk via een voorstel tot aanpassing van de Regeling Cameratoezicht door Hermes met inachtneming van artikel 27 WOR dienen te worden gevolgd. Ten aanzien van de Mystery Guests kan niet anders worden geconcludeerd dan dat er sprake is van een beoordelingsregeling van de werkzaamheden van een buschauffeur door of namens Hermes, waarbij beoordeling immers (mede) het doel en de strekking van de regeling is en niet slechts van – zoals Hermes stelt – een middel dat Hermes sinds 2010 inzet om hulp en begeleiding aan de chauffeurs te bieden. De Mystery Guest wordt weliswaar volgens Hermes alleen ingezet indien er met betrekking tot een chauffeur meerdere klachten van passagiers zijn ingediend of indien er sprake is van meer dan drie zogenaamde ‘eigen schuld-schades’, maar de inzet van een Mystery Guest is in beginsel op iedere binnen Hermes werkzame chauffeur (herhaaldelijk) toepasbaar, derhalve voor herhaalde toepassing geschikt. Op grond van het voorgaande is het hof van oordeel dat de inzet van een Mystery Guest een instemmingsplichtig (wijzigings)besluit is in de zin van artikel 27 lid 1 onderdeel g WOR, dat – nu van instemming door de OR niet is gebleken – als nietig besluit dient te worden aangemerkt.