Naar boven ↑

Rechtspraak

werkgeefster/werkneemster
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 4 januari 2017
ECLI:NL:RBROT:2017:151

werkgeefster/werkneemster

Ontbinding arbeidsovereenkomst zieke werkneemster wegens gedurende lange tijd en in ernstige mate schenden van re-integratieverplichtingen. Ernstig verwijtbaar handelen. Overleggen deskundigenoordeel kan in redelijkheid niet van werkgeefster worden gevergd.

Werkneemster is sinds 2011 in dienst en werkzaam in de functie van assistent bediening. Op 2 december 2015 heeft zij zich ziek gemeld wegens privé-gerelateerde psychische problemen. Werkgeefster verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst (e-grond) en stelt dat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen, zodat werkneemster geen recht heeft op een transitievergoeding. Werkgeefster voert aan dat werkneemster in ieder geval vanaf 6 september 2016 in ernstige mate in strijd met haar re-integratieverplichtingen heeft gehandeld. Werkneemster is diverse keren en zonder zich daarvoor af te melden niet verschenen op afspraken bij de bedrijfsarts en casemanager en zij heeft niet gereageerd op brieven om contact op te nemen. Zelfs de door werkgeefster opgelegde loonopschorting heeft geen effect gehad. Daarnaast heeft werkneemster ondanks verzoeken daartoe geen uitleg gegeven over de op haar Facebook-pagina geplaatste foto’s waaruit valt op te maken dat zij – in strijd met haar verklaring dat zij vanaf begin september 2016 bij haar zieke vader in Turkije verbleef – vanaf 13 augustus 2016 op Mallorca woonachtig en werkzaam is. Er dient daarom van uitgegaan te worden dat werkneemster heeft gelogen over de onmogelijkheid om aan haar re-integratieverplichtingen te voldoen.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Het verzoek houdt geen verband met een opzegverbod. Niet de ziekte is de reden van het ontbindingsverzoek, maar het door werkgeefster gestelde handelen van werkneemster in strijd met de rondom ziekte en re-integratie geldende bepalingen. Werkneemster heeft de stellingen die werkgeefster aan het verzoek ten grondslag heeft gelegd niet weersproken. Het handelen van werkneemster heeft ertoe geleid dat het re-integratietraject volledig tot stilstand is gekomen. Nu werkneemster evenmin ter mondelinge behandeling is verschenen, heeft zij ook bij die gelegenheid geen enkele verklaring gegeven voor de reden waarom en voor de wijze waarop zij heeft gehandeld zoals zij dat heeft gedaan, namelijk het vanaf begin september 2016 volledig uit beeld van zowel werkgeefster als de bedrijfsarts verdwijnen. Dit leidt ertoe dat werkneemster gedurende reeds lange tijd en in ernstige mate in strijd heeft gehandeld met de op haar rustende verplichtingen als bedoeld in artikel 7:660a BW, hetgeen voor haar rekening en risico komt. Er is sprake van ernstig verwijtbaar handelen. De kantonrechter stelt vast dat werkgeefster weliswaar niet over een deskundigenoordeel beschikt (art. 7:671b lid 5 aanhef en onderdeel b BW), maar dat de oorzaak hiervan is gelegen in de omstandigheid dat de deskundige er, ondanks diverse pogingen daartoe, niet in is geslaagd contact te krijgen met werkneemster en werkneemster evenmin heeft gereageerd op verzoeken van het UWV om contact op te nemen. Van werkgeefster kan niet gevergd worden dat zij beschikt over een (inhoudelijk) deskundigenoordeel, zodat het ontbreken daarvan geen omstandigheid is die in de weg staat aan toewijzing van het ontbindingsverzoek. Het ontbindingsverzoek wordt toegewezen zonder toekenning van de transitievergoeding.