Rechtspraak
Rechtbank Gelderland (Locatie Apeldoorn), 20 januari 2017
ECLI:NL:RBGEL:2017:342
Federatie Nederlandse Vakbeweging c.s./Monuta Holding N.V. c.s.
Feiten
Monuta is een organisatie werkzaam in de uitvaartverzekering en -verzorging. Bij haar zijn (onder meer) uitvaartverzorgers in dienst. Ook worden werkzaamheden ten behoeve van Monuta verricht door franchisenemers. Monuta Uitvaartverzorging is een werkmaatschappij van Monuta Holding. De OR is de ondernemingsraad van Monuta Holding, die haar werkzaamheden tevens uitvoert ten behoeve van de werknemers van de werkmaatschappijen. Tussen Monuta en de vakbonden is een sociaal plan overeengekomen met een looptijd van 1 april 2015 tot 1 april 2018. In de CAO Uitvaartbranche, versie 1 januari 2016 tot 1 januari 2018, (hierna: de cao) is in bijlage VII Sociaal Beleid Uitvaartbranche opgenomen een bepaling over werkgelegenheidsoverleg op ondernemingsniveau (tussen werkgever, vakverenigingen met inachtneming van wettelijke kaders (WOR)). Monuta is sinds september 2016 bezig met de ‘uitrol’ van een strategieplan met de naam ‘Groter groeien’. Monuta heeft op 27 oktober 2016 een adviesaanvraag aan de OR gezonden, waarin onder meer advies is gevraagd over de functie van uitvaartverzorger ‘nieuwe stijl’. De OR heeft op 30 november 2016 een deeladvies gegeven, waarbij positief is geadviseerd omtrent deze functie van uitvaartverzorger. Monuta heeft op 1 december 2016 aan de werknemers een reorganisatie bekend gemaakt, waarbij de functie van uitvaartverzorger komt te vervallen en alle medewerkers met die functie boventallig worden per 1 februari 2017. De vordering van de vakbonden in deze procedure betreft in wezen de vraag in hoeverre zij een (juridisch afdwingbaar) recht hebben op informatie van een werkgever en/of een ondernemingsraad over het voornemen tot en besluitvormingstraject over een door de werkgever voorgenomen reorganisatie.
Oordeel
Belang bij afgifte alle gevraagde stukken?
Het karakter van een informatieverstrekking staat niet in de weg aan de beoordeling van een daarop gerichte vordering in kort geding. Toewijzing van de gevraagde afgifte van stukken kan slechts plaatsvinden indien voldoende aannemelijk is dat de stukken bestaan, dat de vakbonden belang hebben bij afgifte daarvan en dat er een rechtsgrond voor toewijzing bestaat. Tussen partijen staat vast dat (nog) geen OR-jaarverslagen over 2015 en 2016 zijn opgesteld. Afgifte daarvan is dan onmogelijk. Het belang van de vakbonden bij afgifte van de adviesaanvraag van een recente reorganisatie van het management en adviesaanvraag over de introductie van franchisenemers (incl. berichtgeving/toelichting) is onvoldoende onderbouwd. Van de zijde van Monuta en de OR is niet aangegeven waarom afgifte van het OR-reglement op bezwaren stuit, zodat de vordering in zoverre toegewezen kan worden. Het belang bij de afgifte van de OR-verslagen van vergaderingen en jaarverslagen over 2014 en 2015 is onduidelijk. Voor de vergaderverslagen van 2016 ligt dat belang anders, nu vaststaat dat Monuta in elk geval in april 2016 een rapportage heeft laten opstellen door een extern bureau, AWVN, over de beoordeling van uitwisselbaarheid van functies en in september 2016 is begonnen met de uitrol van het strategieplan. Aannemelijk is dat ook met en binnen de OR over plannen gesproken zal, althans kan, zijn en dat daarover in de verslagen iets terug te vinden is. Eveneens voldoende aannemelijk is het belang van de vakbonden bij de informatie uit de adviesaanvraag en het verstrekte (deel)advies met betrekking tot de reorganisatie van de functie van de uitvaartverzorgers. Onbetwist is immers dat de vakbonden (mede) ten doel hebben de belangen van de bij hen aangesloten werknemers van Monuta te behartigen, onder meer door hen te adviseren over en bij te staan bij te voeren procedures die op de huidige reorganisatie betrekking hebben. Voorshands is voldoende aannemelijk dat er werknemers van Monuta zijn die lid zijn van een van de vakbonden. De vakbonden hebben in elk geval 26 namen van bij Monuta werkzame leden genoemd in de overgelegde petitie. Gelet op artikel 3:305a BW zijn de vakbonden gerechtigd een procedure te overwegen, zelfs al zou geen van de leden individueel dat (willen) doen.
Vordering jegens OR op grond van de WOR
Aan de jegens de OR ingestelde vordering is artikel 36 WOR ten grondslag gelegd en daarnaast artikel 4 van bijlage VII van de cao. Het OR-reglement moet, volgens artikel 14 WOR, voorschriften bevatten over het opstellen van de verslagen van de vergaderingen van de OR en over de bekendmaking daarvan aan alle in de onderneming werkzame personen. De verslagen bevatten uiteraard niet de onderdelen waarvoor (nog) een geheimhoudingsverplichting ex artikel 20 WOR geldt. Uit artikel 36 WOR volgt niet dat een belanghebbende een recht heeft op afgifte van die stukken, wel op bekendmaking daarvan. De vakbonden zijn, in elk geval wanneer zij leden hebben onder de werknemers in de onderneming, aan te merken als belanghebbende in de zin van artikel 36 WOR. Het voorgaande brengt mee dat de vordering van de vakbonden in zoverre toegewezen kan worden dat de OR opgedragen zal worden het reglement en de verslagen van de OR-vergaderingen van 2016 in de onderneming bekend te maken (voor zover dat nog niet is gedaan) en kennisname van de bekendgemaakte stukken door de vakbonden mogelijk te maken. Dat kan geschieden door middel van het verstrekken van een (digitaal) afschrift, maar ook andere mogelijkheden kunnen toereikend zijn. Ook de gevraagde dwangsom zal worden toegewezen, nu de OR eerder niet de bereidheid heeft getoond vrijwillig aan de vordering te voldoen.
Vordering jegens Monuta op grond van cao
Waar Monuta kennelijk in april 2016 al in een zodanig stadium van voorbereiding van de plannen was dat zij een rapportage kon laten opstellen door AWVN met betrekking tot de uitwisselbaarheid van de oude en nieuwe functie van uitvaarverzorger, komt het voorshands niet aannemelijk voor dat zij niet aanmerkelijk eerder dan begin september 2016 de vakbonden kon laten weten dat zij deze plannen in voorbereiding had. De vakbonden hebben, naar zij onbetwist gesteld hebben, pas op 23 november 2016 concreet gehoord dat boventalligverklaring van alle 130 uitvaartverzorgers zal plaatsvinden. Dat was bijna een maand nadat de adviesaanvraag aan de OR is gedaan, zodat niet valt in te zien dat Monuta de vakbonden niet eerder over dit voornemen kon informeren. Monuta heeft de informatieverplichting uit artikel 4 van bijlage VII van de cao op deze wijze geschonden. De gevolgen van de schending kunnen mogelijk (deels) weggenomen worden door kennisname door de vakbonden van de adviesaanvraag en het gegeven deeladvies. De vordering met betrekking tot deze stukken zal daarom worden toegewezen. Ook aan deze toewijzing zal een dwangsom verbonden worden, nu ook Monuta niet bereid is gebleken vrijwillig over te gaan tot het delen van de stukken met de vakbonden. Monuta en de OR hebben verklaard dat ten aanzien van de adviesaanvraag een geheimhoudingsplicht is opgelegd. Deze is nog niet opgeheven en heeft onder meer betrekking op in de adviesstukken aanwezige bedrijfsgegevens over aantallen uitvaarten per regio. Monuta is bevreesd dat afgifte van de adviesaanvraag ertoe zal leiden dat deze gegevens via de vakbonden in de openbaarheid komen, nu de vakbonden in de afgelopen maanden tweemaal informatie openbaar gemaakt hebben die – naar zij wisten – nog niet openbaar gemaakt moest worden. De vakbonden hebben toegezegd de geheimhouding te zullen respecteren en zijn bereid een geheimhoudingsbeding te accepteren, ook met boetebepaling.