Rechtspraak
Rechtbank Limburg (Locatie Roermond), 20 februari 2017
ECLI:NL:RBLIM:2017:1478
Werkvoorzieningschap Noord-Limburg West/werknemer
Feiten
Werknemer is in 1989 in dienst getreden bij Werkvoorzieningschap Noord-Limburg West (hierna: NLW). Werknemer vervult thans de functie van medewerker Biesplanken en beschikt over een WSW-indicatie op basis van een psychische beperking. Werknemer meldt zich in 2015 en 2016 meerdere malen ziek. Werknemer hervat op 5 september 2016 zijn werkzaamheden en wel met halve dagen. Werknemer meldt zich daarna wederom meerdere malen ziek en laat op enig moment niets meer van zich horen. Op 1 november 2016 oordeelt het UWV, naar aanleiding van een door werknemer aangevraagd deskundigenoordeel, dat NLW voldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht en dat de functie van werknemer (medewerker Biesplanken) passend is. NLW verzoekt de arbeidsovereenkomst met werknemer te ontbinden, primair vanwege verwijtbaar handelen (e-grond), subsidiair vanwege een verstoorde arbeidsverhouding (g-grond) en meer subsidiair vanwege andere omstandigheden (h-grond).
Oordeel
Verwijtbaar handelen (e-grond)
De vraag in het kader van de e-grond is of werknemer een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Wat betreft de vele ziekmeldingen kan de kantonrechter kort zijn, daar op geen enkele wijze blijkt dat deze onterecht zouden zijn geweest. Wat betreft het op enig moment niet accepteren van werk bij DSV Solutions en Post NL valt werknemer wellicht enig verwijt te maken. Hij is natuurlijk moeilijk te plaatsen, gelet op zijn beperkingen, en daarom valt wel enige flexibiliteit van hem te verwachten. Maar deze feiten liggen al weer geruime tijd terug en waren toen geen aanleiding voor NLW om daar consequenties aan te verbinden. Dan is er de arbeidsplaats bij de Biesplanken. UWV heeft geoordeeld dat de arbeidsplaats geschikt is. Daarmee staat vast dat werknemer weer aan de gang moet zo gauw hij hersteld is. Doet hij dat niet, dan is zijn gedrag wellicht ernstig verwijtbaar. Maar NLW besluit na ontvangst van het oordeel van het UWV om de ontbindingsprocedure op te starten. Van een hersteldverklaring van werknemer blijkt niet en evenmin dat hem ooit is opgedragen weer aan het werk te gaan bij de Biesplanken. Al met al is de kantonrechter van oordeel dat het vorenstaande niet kan leiden tot een zodanige mate van verwijtbaarheid aan de zijde van werknemer dat daarom de arbeidsovereenkomst zou moeten worden ontbonden.
Verstoorde arbeidsverhouding (g-grond)
Ter zitting is duidelijk gebleken dat partijen zijn beland in een vicieuze cirkel van steeds dieper wordend wantrouwen. Zo heeft werknemer ter zitting verklaard dat NLW hem kapot heeft gemaakt en dat hij al drie jaar lang slecht slaapt. Om dat wantrouwen te doorbreken zou bij beide partijen de knop volledig om moeten, maar de kantonrechter gelooft niet dat dat op afzienbare termijn is te bereiken. De structurele en blijvende beperkingen op psychologisch en interpersoonlijk gebied bij werknemer vormen daarbij een gegeven. De kantonrechter leidt uit alle door partijen aangevoerde feiten en omstandigheden af dat er sprake is van een duurzame ontwrichting van de arbeidsrelatie die heeft geleid tot een verstoorde arbeidsverhouding, zodanig dat van NLW in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Volgt ontbinding op de g-grond met ingang van 1 april 2017.
Vergoedingen
Aan de voorwaarden van artikel 7:673 BW is voldaan. De kantonrechter kent aan werknemer derhalve een transitievergoeding toe ten bedrage van € 25.783 bruto. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, is de kantonrechter van oordeel dat geen sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van NLW, zodat voor toekenning van een billijke vergoeding geen aanleiding bestaat.