Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 9 maart 2017
ECLI:NL:GHSHE:2017:955
werkneemster/Cooperatieve Rabobank U.A.
Feiten
Werkneemster is sinds 1991 in dienst bij de Coöperatieve Rabobank U.A. (hierna: Rabobank). Op 20 januari 2016 heeft werkneemster € 70 weggenomen uit de portemonnee van haar collega. Rabobank heeft werkneemster op dezelfde dag, nadat zij de kwestie met betrekking tot deze gedraging met werkneemster had besproken, op staande voet ontslagen. Werkneemster vordert onder meer vernietiging van het ontslag op staande voet. De kantonrechter heeft de vorderingen van werkneemster afgewezen. Tegen dit vonnis komt zij in hoger beroep.
Oordeel
Ontslag op staande voet
Vast staat dat werkneemster op het werk € 70 heeft weggenomen uit de portemonnee van een bij Rabobank werkzame collega. Werkneemster voert allereerst aan dat zij zware medicijnen heeft gebruikt, waaronder de middelen Amitriptyline en Tamoxifen. Een soms voorkomende bijwerking van Amitriptyline is het ontstaan van (hypo)manie. Kleptomanie is, aldus werkneemster, ook een vorm van manie. Ten onrechte is nagelaten in te gaan op de mogelijkheid dat deze bijwerking is opgetreden, aldus werkneemster. De bijsluiter van Amitriptyline vermeldt als soms voorkomende bijwerking (hypo)manie. Zonder deugdelijke toelichting, die niet is gegeven, valt niet in te zien dat onder (hypo)manie ook kleptomanie valt. Derhalve is niet aannemelijk gemaakt dat kleptomanie een bijwerking van Amitriptyline is. Daarenboven geldt dat de bijwerking (hypo)manie slechts in een zeer beperkt aantal gevallen optreedt (0,1 tot 1%) en een aannemelijk medische onderbouwing dat daarvan bij juist werkneemster sprake is, ontbreekt. De verklaring van X, internist d.d. 22 maart 2016, wijst onvoldoende op een oorzakelijk verband tussen het wegnemen van geld en het medicijngebruik. Zonder nadere toelichting op die verklaring, die achterwege is gebleven, valt niet af te leiden dat de verweten gedraging (het wegnemen van geld) toe te schrijven is aan het gebruik van Amitriptyline. Werkneemster wijst nog op de brief van psychotherapeute drs. Y van 25 juli 2016. Werkneemster voert aan dat Y bevestigt dat het incident voldoende verklaard kan worden door de bijzondere omstandigheden waarin werkneemster verkeerde. Met deze verklaring is wel aannemelijk gemaakt dat het niet goed ging met werkneemster en ook dat sprake was van aanzienlijke spanningen/stress in haar leven. Dat die spanningen mogelijkerwijs van invloed zijn geweest op haar gedrag neemt het hof aan. Maar niet aannemelijk is geworden dat een en ander een zo’n afwijkende gedraging als het wegnemen van geld kan verklaren of dat de diefstal niet aan werkneemster kan worden toegerekend. Door werkneemster is geen andere inhoudelijke onderbouwing gegeven voor haar beroep op niet-toerekenbaarheid. Indien met alle persoonlijke omstandigheden, zoals hiervoor in aanmerking genomen, rekening wordt gehouden kon, gelet op de aard en ernst van de diefstal, te weten het wegnemen van geld uit de portemonnee van een collega, van Rabobank redelijkerwijs niet worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat de overgelegde stukken geen aanknopingspunten bieden voor de stelling van werkneemster dat Rabobank op de hoogte was van de psychische toestand van haar. Rabobank wist niet meer of minder dan dat werkneemster na chemo- en hormoontherapie hersteld/herstellende was van een ernstige ziekte. In overleg met de bedrijfsarts en met werkneemster vond re-integratie plaats. Ten slotte wordt in aanmerking genomen dat Rabobank evenmin een verwijt kan worden gemaakt van de omstandigheid dat werkneemster te snel zou zijn gere-integreerd. Re-integratieafspraken werden telkens in overleg met de bedrijfsarts en ook op verzoek of in goed overleg met werkneemster gemaakt. Dat daarbij voor Rabobank niet-kenbare factoren, zoals angst haar baan te verliezen, aan de zijde van werkneemster een rol hebben gespeeld, valt de bank niet aan te rekenen. Het hiervoor overwogene leidt ertoe dat ervan moet worden uitgegaan dat sprake is van een rechtsgeldig geven ontslag op staande voet op 20 januari 2016. Volgt bekrachtiging van het bestreden vonnis.