Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/werkgever
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 14 maart 2017
ECLI:NL:GHAMS:2017:842

werkneemster/werkgever

Onterecht ontslag op de a-grond leidt tot billijke vergoeding van € 25.000 (8 dienstjaren, 55 jaar). Uitleg bedrijfsvestiging en verval van functie.

Feiten

Werkneemster, 56 jaar oud, is sedert 18 augustus 2008 in dienst bij X als verkoopmedewerkster aanvankelijk voor 34 en vanaf 1 januari 2011 voor 31 uur per week, tegen een salaris van laatstelijk € 1443,78 bruto per maand exclusief vakantietoeslag en emolumenten. Na daartoe verkregen toestemming van UWV heeft X de arbeidsovereenkomst met werkneemster opgezegd met ingang van 6 februari 2016. De arbeidsovereenkomst is geëindigd per 27 februari 2016. Werkneemster heeft aan haar verzoeken ten grondslag gelegd dat de opzegging in strijd is met artikel 7:669 lid 3 onderdeel a BW. De kantonrechter heeft de verzoeken van werkneemster afgewezen.

Oordeel

Het hof oordeelt als volgt.

Geen verval van werkzaamheden

Op basis van hetgeen door partijen is gesteld en desgevraagd ter zitting is gebleken, is genoegzaam komen vast te staan dat het concept van de bedrijfsvestiging te Alkmaar weliswaar ingrijpend is gewijzigd, maar dat zowel de verkoopfunctie als de afhaallocatie, anders dan door X in de aanvraag bij UWV expliciet is gesteld, wordt voortgezet. X voerde deze activiteiten uit als uitvloeisel van door haar zustermaatschappij Z B.V., jegens het Horizon College aangegane verplichtingen. Deze verplichtingen jegens het Horizon College blijken desgevraagd nog steeds te bestaan en worden naar het hof begrijpt nog steeds uitgevoerd, maar niet langer door werkneemster, maar door de contractspartij van Z B.V. door X aangeduid als Cormet. Door werkneemster is aanvullend gesteld – en door X is erkend – dat de vestigingen van X in Hoorn en Heerhugowaard, anders dan door X aan UWV medegedeeld, nog steeds open zijn. Er zijn in Heerhugowaard zelfs uren bijgekomen, die X aan een medewerkster met een 0-urencontract heeft opgedragen. Bij deze feitelijke stand van zaken is hetgeen X aan haar aanvraag bij UWV ten grondslag heeft gelegd onjuist gebleken: de afhaallocatie Alkmaar is niet gesloten (maar wordt in gewijzigde vorm door een ander voortgezet, als uitvloeisel van de doorlopende overeenkomst tussen Z B.V. en Horizon) en dat geldt evenmin voor de vestigingen in Heerhugowaard en Hoorn.

Geen zelfstandige bedrijfsvestiging

De vraag of sprake is van een zelfstandige bedrijfsvestiging in de zin van genoemd artikel dient te worden beantwoord aan de hand van alle feiten en omstandigheden, waarbij in belangrijke mate acht dient te worden geslagen op de in de Toelichting op artikel 14 genoemde indicatoren. Op basis van hetgeen door partijen over en weer is gesteld en niet of onvoldoende is betwist, is voldoende komen vast te staan dat de vestigingen Alkmaar, Heerhugowaard, Hoorn en Obdam door dezelfde rechtspersoon worden geëxploiteerd en dat daarbij geen sprake is van een volledig zelfstandige bedrijfsvoering van de vestigingen, noch van een herkenning in de maatschappij als zelfstandige eenheden. Daarbij is het volgende van betekenis:

– er is één jaarrekening voor alle vier winkels tezamen;

– er is één inschrijving bij de Kamer van Koophandel;

– er is sprake van één manager voor alle vier winkels tezamen;

– de verschillende vestigingen liggen op relatief kleine afstand van elkaar;

– er is één website met daarop een lijst van winkels (met o.m. bovenvermelde vestigingen), op welke site bestellingen voor alle vier genoemde winkels kunnen worden gedaan;

– ook voor de klanten (namelijk studenten en docenten van het Horizon College) is kenbaar dat op alle locaties van het Horizon College een winkel aanwezig is die (aldus de site van het Horizon College) gerund wordt door Z B.V.;

– de wijze waarop invulling aan de arbeidsovereenkomst is gegeven (en moest worden gegeven) duidt op het ontbreken van voldoende zelfstandigheid van de bedrijfsvestiging te Alkmaar, aangezien door X is erkend dat werkneemster ingeroosterd werd op andere locaties als de winkel in Alkmaar dicht was en in de arbeidsovereenkomst uitdrukkelijk is opgenomen dat werkneemster gehouden was op de andere vestigingen te werken;

– de totale groep van vennootschappen (waaronder X met vier winkels) heeft in totaal slechts negen werknemers, onder wie de directeur.

Daar staat slechts tegenover dat het om verschillende locaties gaat, met daaruit voortvloeiende of daarmee rechtstreeks samenhangende gevolgen: elk een eigen kasregistratie en voorraadbeheer en een in beginsel vaste personele bezetting. Deze omstandigheden zijn onvoldoende zwaarwegend om de conclusie te dragen dat sprake is van een zelfstandige bedrijfsvestiging.

Geen herstel maar billijke vergoeding

Herstel ligt – gezien de financiële omstandigheden – niet in de rede. Bij de vaststelling van de hoogte van deze billijke vergoeding zal het hof rekening houden met de duur van de arbeidsovereenkomst (afgerond 8 jaar), de leeftijdscategorie (55+) van werkneemster, de hoogte van haar salaris, vermeerderd met vakantietoeslag, alsmede met de in het nadeel van X uitvallende factoren verwijtbaarheid en risicosfeer. Het hof komt, rekening houdend met deze factoren, op billijkheidsgronden tot een billijke vergoeding van € 25.000 bruto.