Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Leeuwarden), 3 mei 2017
ECLI:NL:RBNNE:2017:1617
werknemer/Stichting Christelijk Voortgezet Onderwijs
Feiten
Werknemer is van 1 augustus 2005 tot 1 juli 2016 werkzaam geweest bij een van de scholen van CVO. Op 14 januari 2016 heeft werknemer zijn iPad tijdens een les uitgeleend aan leerlinge A. Toen zij de webbrowser Safari opende, kwam de inbox van het gebruikersaccount van de website ‘Instabang’ in beeld. A heeft hiervan foto’s gemaakt. Na de les hebben twee andere leerlingen, B en C, werknemer erop aangesproken dat de website Instabang op zijn iPad stond. Werknemer heeft de geschiedenis van Safari op 15 januari 2016 gewist. Bij brief van 24 februari 2016 is werknemer bij wijze van ordemaatregel voor vier weken geschorst. Aangegeven is dat CVO een onafhankelijk onderzoek wil laten verrichten naar de werkelijke gang van zaken rond het incident van 14 januari 2016. Deze schorsing is vervolgens voor de duur van het onderzoek verlengd. Werknemer heeft zich bij zijn schorsing neergelegd. Per 1 juli 2016 is werknemer zonder enig afscheid met pensioen gegaan. Uit onderzoek door onderzoeksbureau Eduquality blijkt dat vooralsnog niet helemaal duidelijk is wat er is gebeurd en diverse scenario’s denkbaar zijn. Het account in Instabang is gemaakt vanaf een ander IP-adres dan het IP-adres van werknemer thuis en het IP-adres van de school. Werknemer verzoekt CVO te veroordelen hem volledig te rehabiliteren door middel van een schriftelijke verklaring aan alle ex-collega’s en (ouders van) leerlingen.
Oordeel
Geen spoedeisend belang
CVO heeft als meest verstrekkend verweer aangevoerd dat werknemer geen spoedeisend belang bij zijn vorderingen heeft. Dit verweer slaagt. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter zijn er onvoldoende feiten en omstandigheden aangedragen die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist. Werknemer is momenteel werkzaam op een andere school als docent. Niet gebleken is dat er thans sprake is van een zodanige geruchtenstroom dat er een reëel gevaar bestaat dat werknemer deze baan daardoor kan kwijtraken. Gelet hierop en gezien het gegeven dat het eindrapport van Eduquality al in juli 2016 is uitgebracht, heeft werknemer onvoldoende gesteld dan wel aannemelijk gemaakt dat een bodemprocedure niet kan worden afgewacht, zeker als in aanmerking wordt genomen dat hij CVO al op 14 december 2016 heeft gesommeerd om hem te rehabiliteren en dit al op 21 december 2016 geweigerd werd.
Vorderingen in dit stadium niet toewijsbaar
Daar komt nog bij dat de voorzieningenrechter de vorderingen van werknemer in dit stadium niet toewijsbaar acht. Vast staat dat op dit moment de IP-adressen van slechts drie van de vier mogelijk betrokken leerlingen beschikbaar zijn en dat het account niet vanaf die adressen is aangemaakt, maar dat het IP-adres van één mogelijk betrokken leerling om onduidelijke redenen niet bekend is. Eduquality heeft in haar eindrapport de aanbeveling gedaan dat mogelijk helderheid kan worden verschaft over het incident van 14 januari 2016 als door de politie nader onderzoek wordt verricht naar het IP-adres waarmee het Instabang-account op de iPad van werknemer is aangemaakt. Een kortgedingprocedure als de onderhavige leent zich daar niet voor. Pas als feitelijk vastgesteld zou worden dat het IP-adres van een ander is, zou naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter van CVO als goed werkgever in het kader van de door haar in acht te nemen maatschappelijke zorgvuldigheid mogelijk gevergd kunnen worden dat naar buiten wordt gebracht dat werknemer het Instabang-account op zijn iPad niet heeft aangemaakt en hem geen enkel verwijt valt te maken.