Rechtspraak
werknemer/ABN AMRO Bank N.V.
Feiten
Werknemer is sinds 2007 als beleggingsadviseur in dienst van ABN AMRO. ABN AMRO heeft in eerste aanleg verzocht de arbeidsovereenkomst met werknemer te ontbinden op de e-grond. Hem wordt verweten in strijd met interne regels te handelen voor klanten.
Oordeel
Het hof oordeelt als volgt.
Bijzondere zorgplicht medewerker financiële instelling
Volgens vaste rechtspraak rust op een bank als professionele en bij uitstek deskundige dienstverlener een bijzondere zorgplicht bij beleggingsadviesrelaties met particuliere beleggers. Die zorgplicht strekt mede ter bescherming van de particuliere belegger tegen het gevaar van een gebrek aan kunde en inzicht of van eigen lichtvaardigheid. De omvang van deze bijzondere zorgplicht is afhankelijk van de omstandigheden van het geval.
De bijzondere zorgplicht kan meebrengen dat de bank vooraf naar behoren onderzoek moet doen naar de financiële mogelijkheden, deskundigheid en doelstellingen van de particuliere belegger, dat hij de particuliere belegger behoort te waarschuwen voor de risico’s die verbonden zijn aan voortzetting van een bepaald beleggingsbeleid en dat de bank pas erop mag vertrouwen dat de particuliere belegger ermee instemt bepaalde risico’s te lopen als hij, na uitdrukkelijk door de bank op die risico’s te zijn gewezen, daarmee instemt. Daarbij kan de bank verplicht zijn zich ervan te vergewissen dat de particuliere belegger zich daadwerkelijk van die risico’s bewust is. Bij schending van deze bijzondere zorgplicht kan de bank voor de door de particuliere belegger geleden schade aansprakelijk zijn (HR 3 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU4914 en HR 14 augustus 2015, ECLI:NL:HR:2015:2191).
Overboeken van spaarrekening naar beleggingsrekening zonder schriftelijke toestemming klant
Het hof stelt vast dat werknemer op of kort voor 28 augustus 2015 geen specifieke instructie van klant X tot overboeking van dat bedrag van € 60.000 heeft gekregen. Eerst in hoger beroep heeft werknemer zich op een algemene instructie van klant X beroepen. Die algemene instructie – ‘hij moet doen wat hij vindt dat ik moet doen’ – is kennelijk mondeling gegeven en niet in enig document vastgelegd. Het hof neemt tot uitgangspunt dat een beleggingsadviseur voor handelingen ten behoeve van de klant in de dienst beleggingsadvies (beleggen met advies van ABN AMRO), die voor de klant (financiële) gevolgen hebben, eerst handelt nadat hij daartoe van de klant instructie heeft gekregen. Die instructie kan steeds bij specifieke opdrachten worden gevraagd, maar kan op zichzelf ook volgen uit een (vooraf gegeven) algemene instructie. Gelet op de belangen van zowel de klant als ABN AMRO ligt het in de rede dat een beleggingsadviseur alleen op basis van een algemene instructie van de klant handelt, indien deze schriftelijk is vastgelegd en uit het document duidelijk blijkt dat die instructie de instemming van de klant heeft. Ontbreekt een dergelijk document dan mag ABN AMRO van haar werknemers verwachten – hetgeen werknemer wist dan wel redelijkerwijs kon weten – dat een beleggingsadviseur eerst handelt nadat hij zijn leidinggevende van zijn voornemen in kennis heeft gesteld en die leidinggevende daarvoor toestemming geeft.
In strijd met interne regels opties verhandeld en afwijkende notities gemaakt
Voorts wordt werknemer verweteen dat hij in strijd met interne regels bepaalde AEX-opties heeft aangeboden (terwijl dit niet meer de bedoeling was wegens een bepaald risicoprofiel). Ook blijkt werknemer andere gespreksnotities te maken dan uit de opgenomen gesprekken volgt.
Ontbinding e-grond
Mede gezien de bijzondere positie die werknemer (zie boven) inneemt, heeft de kantonrechter terecht de arbeidsovereenkomst ontbonden.
Afgifte werkgeversverklaring herzien
Uit hetgeen partijen hebben aangevoerd leidt het hof af dat partijen over de afgifte van de (ex-)werkgeversverklaring hebben onderhandeld en dat in het kader van die onderhandelingen door ABN AMRO twee conceptverklaringen – gedateerd 20 juni 2016 en 29 juni 2016 – zijn opgesteld. Uit die conceptteksten blijkt dat ABN AMRO werknemer meer verwijt en de verwijten anders waardeert dan in deze uitspraak is vastgesteld. Mede gelet op de eigen verantwoordelijkheid van ABN AMRO in het kader van de financiële regelgeving zal nadat deze beslissing onherroepelijk is geworden ABN AMRO desverzocht opnieuw hebben te beoordelen of de relevante gedragingen van werknemer op zichzelf en in onderlinge samenhang bezien aan afgifte van de door werknemer verlangde (ex-)werkgeversverklaring volgens het model DSI in de weg staan. Mocht ABN AMRO de afgifte weigeren dan zal op basis van de alsdan bestaande feiten en omstandigheden dienen te worden beoordeeld of de weigering van ABN AMRO terecht is.