Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Ditems Media B.V.
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 23 mei 2017
ECLI:NL:GHAMS:2017:1954

werknemer/Ditems Media B.V.

Geen kennelijk onredelijke opzegging. Gedeeltelijke toewijzing van vordering tot uitbetaling niet-opgenomen verlofuren en tot toewijzing van 20% gematigde wettelijke verhoging over achterstallig loon.

Feiten

Werknemer is op 1 augustus 2006 bij de rechtsvoorgangster van Ditems in dienst getreden in de functie van grafisch vormgever. Op 19 september 2013 heeft Ditems het UWV op bedrijfseconomische gronden een ontslagvergunning voor werknemer gevraagd die op 21 oktober 2013 is verleend, waarna zij de arbeidsovereenkomst met werknemer heeft opgezegd tegen 30 november 2013. Bij het bestreden vonnis heeft de kantonrechter Ditems veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 5554,72 bruto ter zake van achterstallig salaris, de wettelijke verhoging daarover gematigd tot nihil, betaling van een bedrag van € 580 netto ter zake van ingehouden reiskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente en het meerdere afgewezen, met compensatie van de proceskosten.

Oordeel

In grief I richt werknemer zich tegen de afwijzing van de vordering verband houdend met niet-genoten verlofuren. Bij de beoordeling van een vordering ter zake van vakantiedagen is uitgangspunt dat de werknemer het door hem gestelde tegoed aan vakantiedagen zal moeten bewijzen indien de werkgever voldoende gemotiveerd heeft betwist dat de werknemer nog vakantiedagen toekomen. In aanmerking nemende de hiervoor genoemde maatstaf is het hof van oordeel dat Ditems haar betwisting van het aantal resterende en uit te betalen verlofdagen onvoldoende gemotiveerd heeft onderbouwd. Ook is niet gebleken dat Ditems in 2013 een deugdelijke administratie heeft bijgehouden van de door werknemer opgenomen vakantiedagen. De vordering ter zake van uitbetaling van 54 verlofuren is dus toewijsbaar. Met betrekking tot de vordering van honderd verlofuren waarmee werknemer zijn vordering heeft vermeerderd overweegt het hof het volgende. Ditems heeft zich in hoger beroep uitdrukkelijk erbij neergelegd dat de Grafimedia-cao op de arbeidsovereenkomst van toepassing was. Wel beroept Ditems zich terecht op verjaring voor zover deze vordering betrekking heeft op de periode gelegen vijf jaar voordat zij op 5 april 2016 bij de memorie van grieven werd ingesteld. Het voorgaande leidt ertoe dat werknemer ter zake van overuren te vorderen heeft 54 plus 53 is 107 uren. Grief II richt zich tegen de afwijzing van de hierop betrekking hebbende vordering van werknemer die zich ter ondersteuning daarvan in de eerste plaats erop beroept dat Ditems hem heeft ontslagen onder opgave van een valse of voorgewende reden. Mede in aanmerking genomen de omstandigheid dat Ditems er ten tijde van het ontslag bedrijfseconomisch slecht voorstond is het hof van oordeel dat Ditems werknemer niet onder opgave van een valse of voorgewende reden heeft ontslagen. In de tweede plaats heeft werknemer aan zijn vordering ten grondslag gelegd dat de gevolgen van het ontslag voor hem te ernstig zijn in verhouding tot het belang dat Ditems daarbij had. Ditems heeft aangevoerd dat werknemer in juni 2013 een functie is aangeboden, maar dat hij daarop niet is ingegaan. Anders dan werknemer stelt heeft Ditems dus wel gezocht naar ander werk voor hem. Alle hiervoor genoemde omstandigheden, de leeftijd van werknemer ten tijde van zijn ontslag en de duur van het dienstverband in aanmerking genomen brengen het hof tot het oordeel dat het ontslag niet kennelijk onredelijk is. Grief II faalt dus. Met grief III komt werknemer op tegen de matiging van de wettelijke verhoging over het achterstallige loon en ten onrechte op het loon ingehouden reiskosten tot nihil. Dat wettelijke rente wordt toegewezen is naar het oordeel van het hof ook geen reden voor een zodanige matiging. De wettelijke verhoging dient immers een prikkel te zijn voor tijdige betaling van het de werknemer toekomende loon. Het hof zal de verhoging over het door de kantonrechter reeds toegewezen loon ten bedrage van € 5554,72 matigen tot 20%, zodat alsnog zal worden toegewezen een bedrag van € 1110,94 bruto. De grieven I en III slagen, waarvan grief I gedeeltelijk. De overige grieven falen.